Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Op 6 september 1834 doet Jan Hessels van Wolda verslag over de scholen in de vrije koloniŽn naar aanleiding van zijn schoolbezoeken

Van Wolda stuurt het onderstaande verslag - transcriptie is van Luurt Vrijen - aan de directeur der koloniŽn Jan van Konijnenburg, die het laat kopiŽren ('Copie N94') en doorstuurt naar de permanente commissie. Daar bevindt het zich bij de ingekomen post van september 1834, inventarisnummer 151, de scans 70-72.

Wateren, den 6 September 1834

In het laatste der vorige en het begin dezer maand de scholen der gewone kolonien bezocht en het onderwijs der dagscholen bijgewoond hebbende, heb ik de eer UWEdG: van mijne bevinding het volgende verslag te doen.

Bij den onderwijzer de Nekker, te Willemsoord, waar ik begonnen ben, waren des ochtends slechts 58 kinderen, zijnde ruim de helft van het getal schoolpligtigen. De reden van het groote aantal afwezigen zegt de Onderwijzer, ligt in de zoo genaamde koehoeders, die bijna alle des morgens te huis blijven en des achtermiddags school komen.

Overigens maakt het onderwijs op deze bijschool goede vorderingen. Inzonderheid beviel mij de overgang van het spellen tot lezen, en die klassikaal met behulp van het bord, gemakkelijk gemaakt wordt. Het lezen der verstgevorderden is heel naauwkeurig, terwijl dat der minst vatbaren nog achterlijk is, waarom ik de Nekker aangeraden heb, zich vooral bij deze laatste te bepalen, en heb ik hem zoo vele leitjes beloofd, als hij noodig had, om alle kleinen en achterlijken, tusschen beide eens te laten schrijven.

In de hoofdschool te Willemsoord, alwaar ook hetzelfde verschil tusschen het aantal scholieren van de voor- en achtermiddag les bestaat, vond ik des namiddags 106 leerlingen, waarvan 61 door Otten en 45 in hetzelfde afgeschoten vertrek door Jan Fraterman oud 14 jaren, zoon van den kolonist Fraterman onderwezen worden.

De ondermeester Hanneman is tot den soldatenstand geroepen, en de jonge Fraterman bekleedt provisioneel deze betrekking. Ter vaste vervulling wachte UWEdG: eerstdaags eene nadere voordragt. De onderwijzer Otten is niet ledig. Hier wordt veel gedaan, gelijk dat uit de gemaakte vorderingen van dezen zomer te zien is.

De hoogste afd: thans 32 kinderen tellende, en alle van 8 tot 11 jaren oud, is tamelijk ver in het noodzakelijke schoolonderwijs bedreven. Sommige rekenen zelfs in de laatste helft van het rekenboek van J: van Olm, en er worden vele brieven geschreven. Het onderwijs der kleinen, hetwelk door de afschutting zeer bevorderd is, en toch onder het oog van den hoofdonderwijzer gegeven wordt, gaat thans ordelijk, stil en geregeld voort en maandelijks worden er van hier naar de groote school bevorderd, dat tevens eene drijfveer is tot vlijt en ijver.

Op een en anderen voormiddag, telde ik in de hoofdschool van kol: 1, 36 kinderen, zijnde ook de helft van het geheel. De koehoeders, eenige heel kleinen, die er toen niet doorkonden en de begrafenis eener doode, bij welke plegtigheid ook kinderen waren, maakten het getal zoo klein. Het onderwijs was heel goed ingerigt en zou nog beter kunnen zijn, indien Aukes een voor onderwijs vatbare en nog niet verouderde ondermeester hadde.
Het is UWEdG: bekend, dat Jan Nobbe, om zijne zwakheid en ongeschiktheid voor het landwerk, op de school genomen is, daar hij voor het geven van onderwijs toen nog niet geschikt was, dat men het met hem proberen zoude, en Aukes verzekert na hem eenige maanden gehad te hebben, dat er als Onderwijzer nooit iets van komen zal, en ik heb gezien, dat er onder de dagscholieren kinderen gevonden worden, die hem vooruit zijn. Misschien is hij voor den landbouw of wel voor een handwerk nu wederom geschikt. Kon het derhalve om van Belkumís huisgezin dan diende er een bekwame jongeling tot ondermeester aangesteld te worden, die op den duur voor dat vak niet verloren is.

De schriften zien er hier heel zindelijk uit, het rekenen wordt, voor zoo ver de hoofdregelen der rekenkunde betreft, klassikaal geleerd en het lezen is goed.


Den volgenden morgen telde ik op de hoofdschool van kolonie 2, 106 kinderen, waarvan de hoogste afd: 24 in getal, in het geschiedboekje van Oostkamp, over de voorwereld duidelijk en betrouwbaar las, eene andere van 20 kinderen 4 lettergrepige woorden, bijna zonder fouten schreef, en al de overige behoorlijk werkzaam waren.

Bij aanhoudenheid klaagt de Onderwijzer over het niet altijd ter zijne beschikking hebben van het schoolgebouw. Hij verzekert, dat hij des morgens nooit vůůr half elf in de school kan komen, makende in eene week een verlies van twee en een half uur; juist de allerbeste tijd! Er zoude veel voor de zaak van het onderwijs gewonnen zijn, zoo hier een nieuw school- of kerkgebouw gebouwd wierde!

De ondermeester Was beantwoordt aan zijne bestemming en Uhl is geheel over hem te vreden.

Bij ter Hoeven, in de Oostvierdeparten, waren, des achtermiddags, slechts twee kinderen afwezig. Met de orde en stilte is het nu goed en onder die van de hoogste afdeeling bestaande uit 13 kinderen, zijn er, die prompt lezen en tamelijk goed schrijven. Overigens is er op het onderwijs dezer school nog aan te merken, dat ter Hoeven zich niet genoeg bezig houdt met de onvatbaarste leerlingen; dat den kinderen niet genoeg voorgeschreven wordt; dat zij de pen niet goed houden, dat er geen werk genoeg gemaakt wordt van het spellen, en dat de kinderen te ver vooruit gezet zijn.

Al deze gebreken heb ik den onderwijzer mondeling onder het oog gebragt en herhaal zulks schriftelijk, niet twijfelende of hij zal zijne krachten gaarne inspannen om een en ander te verbeteren.

Met meer tevredenheid bezocht ik eindelijk de 2e bijschool van kolonie 2, waar slechts 24 schoolpligtige kinderen zijn. Onder dit kleine getal zijn er 17, in drie afdeelingen verdeeld, die netjes lezen en schrijven en in de beginselen der rekenkunde niet onbedreven zijn. Deze bijschool ziet er al heel goed uit, en de Onderwijzer Meijer verdient een beter lot.

De Adjunct Directeur van het Onderwijs

(get)J: H: van Wolda

Voor Copie Conform

coll De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg