Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Besluit van de permanente commissie over de 'achterlijke' leerlingen, 11 januari 1837: dat zij voor alsnog in geene der voorgestelde veranderingen of wijzigingen kan treden

De permanente commissie heeft de brieven van Van Konijnenburg en Van Wolda (zie onderaan de pagina) twee maanden laten sudderen en reageert dan afwijzend. Investeringen in schoolgebouwen wil ze niet aan. Dat er zoveel 'achterlijken' zijn, komt alleen maar door 'de mindere ernst en klem' waarmee volgens haar in de kolonie aan het schoolonderwijs gewerkt wordt.
Een aparte notitie lijkt er op te duiden dat ze wel de beloning voor sommige onderwijzers wil verbeteren, maar dat zal nog een half jaartje duren (zie bij 24 juli 1837).


Agenda van de permanente commissie N7
Nader 24 Nov 1836 N 36 -->> Den Directeur het leedwezen der P: C: betuigen ten aanzien der achterlijkheid van de schoolkinderen van 13 tot 15 jaar en bepalen dat deze achterlijkheid zal moeten worden ingehaald.


Uitgaande brief van de permanente commissie:
s Gravenhage, den 11 Janij 1837  N7

DE PERMANENTE COMMISSIE DER MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID,

Nader gelet op de missive van den Directeur der Kolonien, van den 12 Nov ll. N2311, daarbij, met de bijlagen overleggende het verslag van den Adjunct Directeur van het schoolonderwijs, naar aanleiding van de mondeling door de PC gegeven last, uitgebragt, ten aanzien van de achterlijke schoolkinderen in de verschillende kolonien van de leeftijd van 13 tot 15 jaren:

In de kantlijn bijgeschreven: Ruitenschild is mede van dat gevoelen

Besluit:

den Directeur voornoemd, onder terugzending der nominatieve lijsten, te kennen te geven, dat de P.C. den uitslag van het gedane onderzoek, als hetwelk een zoo aanzienlijk getal kinders heeft doen kennen die ten aanzien hunner vorderingen zoo veel te wenschen overig laten, niet zonder leedwezen heeft vernomen;

dat zij wel is waar eenige kleine omstandigheden wil laten gelden, die ten deze van invloed hebben kunnen zijn, maar dat zij geenszins instemt met al de redenen welke tot verschooning zijn bijgebragt, wordende het door de P. C. daarvoor gehouden dat de ongunstige stand van zaken voornamelijk is toe te schrijven aan de mindere ernst en klem waarmede de Hoofd ambtenaren, aan wie in de eerste plaats de handhaving der gegeven voorschriften is opgedragen, ten deze zijn te werk gegaan;

dat de P. C. dus voor alsnog in geene der voorgestelde veranderingen of wijzigingen kan treden, maar verlangen zou, dat de bestaande reglementen voortaan meer naauwkeurig wierden opgevolgd en dat de adjunct Directeur van het onderwijs en de overige adjunct Directeurs daaraan getrouwelijk de hand en de gewigtige zaak van het onderwijs steeds in het oog hielden.

dat wijders, wat betreft de jongelieden vermeld, in de bijgevoegde staten L. a b & c  de PC zich vereenigt met het uitgebragt gevoelen nopens de middelen, welke er hunner aanzien zouden behooren te worden in het werk gesteld om het verzuimde in  te halen
en dat alzoo de 159 achterlijke kinders, in ?? b begrepen, op de dagschool zullen behooren te worden genomen om met ijver en zorg te worden onderwezen,
terwijl de overigen op de avondschool het noodige onderrigt zullen ontvangen,

verlangende de P. C. dat omtrent de vorderingen der eerstgemelden door den adj Directeur voor het onderwijs van drie tot drie maanden speciaal onderzoek en daarvan de PC verslag gedaan worde.

dat in de  noodige ruimte voor zoo veel leerlingen, als bij het 1e Gesticht te Veenhuizen de dagscholen zullen moeten bijwonen, op de best mogelijke wijze zal moeten worden voorzien wordende de directeur, voor zoo veel noodig, opmerkzaam gemaakt op het bepaalde bij art 13 van het reglement voor het schoolwezen, bij resolutie van den 12 Nov 1830 N. 18 vastgesteld.-

En zal afschrift dezes worden gezonden aan den Directeur der Kolonien tot informatie en nazigt.
namens de PC


Bijgevoegd is een velletje met doorgestreepte aantekeningen:

Toegestaan:
Vast Tractement voor Onderwijzers van de eerste klasse f 450
Vast Tractement voor Onderwijzers van de 2de klasse f 375
Toevoeging van een derden Onderwijzer aan het derde Gesticht te Veenhuizen
N.B. betreffende een afzonderlijk gebouw voor de hoofdschool van Kolonie N. 2 (de Pastoor wendde zich tot Cath. Eered.)


De permanente commissie reageert hiermee op:
- brief van directeur Van Konijnenburg van 12 november 1836, met daarbij
- verslag van Van Wolda over achterlijke leerlingen 8 november 1836, en
- notitie Van Wolda over de bezoldiging van leerkrachten 9 november 1836.