Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





De motivatie voor een extra ondermeester bij Veenhuizen-3, 14 september 1837

Jan Hessels van Wolda motiveert, zo te zien op verzoek van directeur Van Konijnenburg, waarom het derde gesticht te Veenhuizen evenveel ondermeesters moet hebben als het eerste. Iets waarop de hoofdonderwijzer van het derde gesticht, Albert Schuurman, al langer aandringt, zie ook halverwege dit verslag. Van Wolda's brief bevindt zich in invnr 187 scan 233.


Wateren den 14 September 1837

Ter voldoening aan UWEdG: missive van den 11e dezer maand N. 2073, heb ik de eer UWEdG: te berigten

Dat, toen het getal ondermeesters bij UWEDG: dispositie van 31 December 1830, voor het 1e gesticht op vijf en voor het 3e op vier bepaald is, het aantal leerlingen dier gestichten ten zeer verschilde, zelfs meer dan 73,-
en daar de leerlingen thans, volgens de ontvangen lijsten van deze maand, zijn als volgt:

1e gesticht                   
Dagschool jongens 280
Dagschool meisjes 268
Avondschool jongens 217
Avondschool meisjes 243
Totaal 1008

3 gesticht
Leerlingen der dagschool 299 + 32 die ouder zijn
Avondschool jongens 296 + 24 meisjes
Avondschool meisjes 320+ 37 jongens
Totaal 915 + 93 = 1008

derhalve gelijk, zoo diende tegenwoordig het aantal ondermeesters ook gelijk te wezen, veronderstellende en in waarheid gelovende, dat het getal ondermeesters aan het 1e gesticht niet te groot is.
De Adjunct Directeur
(get:) J: H: van Wolda
coll: Voor Extract Conform De Directeur der KoloniŽn J Van Konijnenburg