Naar het overzicht
van stukken over ONDERWIJS





Meester Hendrik de Nekker is een kolonistenzoon die begint als ondermeester in zijn woonplaats Willemsoord en die bijna dertig jaar lang de bijschool in Willemsoord-Steggerda zal leiden

Hendrik de Nekker is volgens de kolonieadministratie geboren op 12 juli 1804 en komt met zijn ouders op 23 juni 1820 aan in de kolonie Willemsoord. Over de rest van de familie komt nog een pagina, maar hier gaat het over de belevenissen van Hendrik in onderwijsland.


Hij duikt voor het eerst op in een verslag door Jan Hessels van Wolda in maart 1822, zie hier, nadat de ondermeester Christiaan Auberlée zijn post heeft verlaten. Over de school in de kolonie Willemsoord schrijft Van Wolda:

De Onderwijzers J. R. BOOY en H. DE NEKKER (*) hebben over de opkomst en het gedrag der leerlingen geene klagten.

Het sterretje achter de naam van Hendrik de Nekker verwijst naar onderaan de pagina waar staat:

Deze is, als een zeer verdienstelijk discipel en braaf jongeling, door Booy tot medehelper gekozen, tot zoo lang de plaats van den Ondermeester AUBERLÉ. die vrijwillig en moedwillig den schooldienst der Maatschappij verlaten heeft, door een' ander zal vervangen zijn.

Den goeden jongeling

Diezelfde maand maart 1822 schrijft hoofdonderwijzer Booij in een ander verslag, zie hier:

Hoe moeijelijk het ook zijn moge onder zulk een aantal leerlingen (555) s'daags te werken en hen tot menschelijke kennis, zedigheid en deugd op te leiden, te meer daar mijn mede onderwijzer Auberlé vrijwillig afstand van zijne post heeft gedaan, en ik voor dezelve tot dus ver niet anders in de plaats heb ge­had dan den goeden jongeling H. de Nekker, houd ik evenwel niet op met lust en ijver onder hen te werken

Hendrik de Nekker blijft in Willemsoord werkzaam als ondermeester bij diezelfde Jacob Remmelt Booij, zie mer over hem op deze pagina. Meestal doen ondermeesters de jonge kinderen terwijl de hoofdonderwijzer de gevorderden les geeft.

Winterschool

Twee jaar later, november 1824, komt Van Wolda met het plan voor een 'winterschool' in het tegen Steggerda aanliggende noordelijkste deel van Willemsoord, dat eerst bekend stond als kolonie 6 en later als Willemsoord-Steggerda, zie hier. Hij schrijft:

Hendrik de Nekker, kolonist en tevens sedert eenige jaren onder­meester in kol. No 3, 's wekelijks ƒ2.50 inkomen hebbende, is genegen het onderwijs in de op te rigtene school op zich te nemen. Hij moet 's morgens en 's avonds laat één uur gaan, dus alle dagen twee uren.

De school ligt grofweg ergens in deze omgeving en Hendrik de Nekker woont bij zijn ouders in deze hoeve, dus dat is inderdaad een flinke tippel.

Willemsoord-Steggerda

Deze school in een 'ledigstaande koloniehoeve' gaat vermoedelijk december 1824 van start en blijft ook na de winter bestaan. Ze wordt bekend als de bijschool Willemsoord-Steggerda. In een verslag januari 1825, zie hier, schrijft Van Wolda:

Hendrik de Nekker, uit de kolonisten opgekweekt, en bezittende den derden rang, neemt daar met allen ijver het Schoolonderwijs waar. En ofschoon hij des avonds en des morgens telkens een uur gaan moet, zoo werkt hij nogtans met groot genoegen. De goede wil der kinderen, om gaarne in de School te zijn, derzelver algemeene lust, om wat goeds te leeren, en zijne eigene bewustheid, iets goeds te doen, zijn voldoende, om hem bij storm en onweder eenen aangenamen weg te banen.
Driemalen des daags vond ik daar telkens een getal van ruim 40 kinderen; welker vorderingen mij, na vier weken onderwezen te zijn, zeer wel voldeden.

Andere bijschool

Als er in de herfst van 1825 ook een bijschool wordt opgericht in de Oostvierdeparten, behorend bij Wilhelminaoord, wordt Hendrik de Nekker naar die school overgeplaatst. Dat wordt vermeld in het jaarverslag van 1 april 1825 tot 1 april 1826, zie hier.

In het jaarverslag van 1 april 1826 tot 1 april 1827 wordt gemeld dat hij 's morgens les geeft op de andere bijschool van Wilhelminaoord, die in Doldersum, en de rest van de dag in de Oostvierdeparten. Waar hij dan woont, is nergens aangetekend.

Veenhuizen

Op 14 april 1828 wordt hij overgeplaatst naar het eerste gesticht te Veenhuizen. In dit wezenetablissement is hij dan tweede onderwijzer. Uit het loongebouw anno 1828, zie op deze pagina, blijkt dat hij als bijschoolhouder in de Oostvierdeparten 200 gulden per jaar verdient en als 2de onderwijzer te Veenhuizen 250 gulden per jaar.

Degradatie

Het duurt geen drie jaar. Op 6 februari 1831 wordt hij teruggeplaatst naar de bijschool van Wilhelminaoord in Doldersum. Dat is een heel klein schooltje en dit is - zie ook het loongebouw - een duidelijke achteruitgang. De reden daarvoor staat summier in een brief van de directeur dd 8 februari 1831, invnr 111 scan 462. Er is sprake van 'de mindere geschiktheid van De Nekker en ook diens gedurige ongesteldheid'. Er is de keus tussen ontslag of degradatie en er wordt gekozen voor het laatste.

Herstel

Maar te Doldersum herstelt hij zich. Als er in 1832 sprake is van een zich misdragende andere onderwijzer, zie hier, schrijft de directeur 8 maart 1832 dat Hendrik de Nekker 'op den duur wel voldoet'. En op 14 mei 1832 stelt de directeur 'H. de Nekker, als voor een talrijker school geschikt zijnde en die zich overigens zeer wel gedraagt', voor als nieuwe onderwijzer op de grotere bijschool van Wilhelminaoord in de Oostvierdeparten, waar hij eerder al eens gewerkt heeft.

Bij besluit van 8 juni 1832 wordt hij daarnaartoe overgeplaatst. En de stijgende lijn is nog niet afgelopen, want nog in hetzelfde jaar, 3 september 1832, krijgt hij de nog grotere bijschool in Willemsoord-Steggerda onder zijn hoede. Daar was hij december 1824 ook begonnen, maar nu is dat een school waar de onderwijzer 300 gulden per jaar verdient.

Settelen

Dat is een acceptabel inkomen voor de inmiddels 28-jarige Hendrik de Nekker. Later, bij besluit van 18 januari 1842 N6, krijgt hij er 25 gulden per jaar bij, 'zoo lang hij geen ondermeester heeft'. De bijschool in Willemsoord-Steggerda telt rond de 100 leerlingen, dus dat is inderdaad wat veel om in je eentje te doen.

Vanaf nu begint het zich te settelen. Het rommelige eerste gedeelte van zijn carrière heeft geleid tot vermeldingen in het personeelsregister 1828-1834 met invnr 997 op de folio's 7, 9, 11, 13 en 29. In het personeelsregister 1834-1859 met invnr 998 staat hij alleen op folio 27.

Daar staan ook de gegevens van zijn gezin en die neem ik hieronder over.

Gezinssamenstelling

Hendrik de Nekker is volgens de kolonieadministratie dus geboren 12 juli 1804 en dat zou zijn gebeurd te Woudrichem. Hij is net als de rest van zijn gezin hervormd. Hij is op 30 augustus 1833 te Steenwijk getrouwd met

Albertje Greven, geboren 22 februari 1805. Het register meldt de volgende kinderen:

Jacob de Nekker, geboren 26 juni 1834, maar hij overlijdt 2 september 1855,
Klaas de Nekker, geboren 11 november 1835,
Maria de Nekker, geboren 16 april 1837,
Jan Jacob de Nekker, geboren 29 oktober 1838,
Aaltje de Nekker, geboren 14 december 1840,
Klaasje de Nekker, geboren 14 oktober 1842, en
Johanna Albertje de Nekker, geboren op 28 maart 1844.

Leitjes

Vanaf nu zijn er meestal alleen nog maar complimenten. Zo schrijft de adjunct-directeur voor het onderwijs Van Wolda 6 september 1834 in een verslag van zijn schoolbezoeken, zie hier:

Overigens maakt het onderwijs op deze bijschool goede vorderingen. Inzonderheid beviel mij de overgang van het spellen tot lezen, en die klassikaal met behulp van het bord, gemakkelijk gemaakt wordt.
Het lezen der verstgevorderden is heel naauwkeurig, terwijl dat der minst vatbaren nog achterlijk is, waarom ik de Nekker aangeraden heb, zich vooral bij deze laatste te bepalen, en heb ik hem zoo vele leitjes beloofd, als hij noodig had, om alle kleinen en achterlijken, tusschen beide eens te laten schrijven.

Onderwijzerswoning

En in het jaarverslag over het koloniale onderwijs in 1835 van diezelfde adjunct-directeur, zie hier, is er ook sprake van de woonruimte van het gezin:

Eenige kinderen van kol. N: 2, en wel van de laatste huizen der westvierdeparten, te ver van de scholen dier kolonie verwijderd, gingen, met goedvinden der Directie, school bij den onderwijzer de Nekker te Willemsoord, die daar nu, na de vertimmering zijner school en onderwijzers woning, niet alleen goed woont, maar ook in het verbeterde schoolgebouw, best onderwijs gaf, dat tot alle genoegen verstrekte, houdende in zijn geheele onderwijs goede orde en eene gepaste opklimming.

Belediging

In datzelfde jaarverslag wordt ook melding gemaakt van een incident met de vrouw van wijkmeester Koppe, waar ik het fijne niet van weet:

Het eenigst leed, waarover deze onderwijzer zich te beklagen had, was de belediging, welke hem door de huisvrouw van den wijkmeester Koppe, ééns zelfs in de tegenwoordigheid der kinderen, werd aangedaan.

Maar de vrouw van Koppe, vele jaren wijkmeester in Willemsoord-Steggerda, beledigt wel vaker mensen en niet zo heel lang daarna moet het gezin Koppe de kolonie verlaten, zie deze pagina.

Belangrijk werk

In zijn jaarverslag over 1836, zie hier, doet Van Wolda eerst de hele grote hoofdschool van Willemsoord en daarna:

Van veel kleiner omvang was het even belangrijke werk van den onderwijzer De Nekker in de welingerigte bijschool dezer Kolonie.
De schooljeugd dier afgelegene buurt, in vroeger jaren minder met goed onderwijs gezegend, en de soort van huisgezinnen hier gevestigd, maken hier een goed schoolonderwijs dubbel noodzakelijk.
De Nekker voorziet in die behoefte en verdient alzoo alle aanmoediging.

Bij zijn bezoeken aan de school, bijvoorbeeld 5 april 1837, zie hier,  onderzoekt Van Wolda ook welke twaalfjarigen naar de avondschool kunnen, en welke avondscholieren van de verplichting onderwijs te volgen vrijgesteld kunnen worden. Een beschrijving van een soortgelijk bezoek op 14 september 1839 staat hier.

Achterlijkst

Maar in zijn jaarverslag over 1839, zie hier,  schrijft hij:

De stand van het onderwijs der vaste bijschool te Willemsoord, is, ook om onderscheidene oorzaken, het achterlijkst.
De 1e en 3e klasse des dagschools bevat nagenoeg even veel kinderen, en op de meisjes avondschool zijn nog drie zeer ten achteren, dezulke die kort geleden aangekomen zijn.

Het komt dus onder andere doordat er kinderen nieuw in de kolonie aankomen die blijkbaar nooit eerder onderwijs hebben gehad. Er is ingegrepen:

Voorts hebben ook hier de opwekkingen gevolg gehad: de regeling der schooltijden is verbeterd en voor het onderwijs der vele kleinen en achterlijken, welke volstrekt geholpen moeten worden, is door eene verbeterde klassificatie der verdergevorderden, die in alles welgeoefend zijn, meer tijd gevonden.
Van deze veranderingen, kunnen, op goede gronden, de beste gevolgen verwacht worden.

Aardrijkskunde

In zijn jaarverslag over het koloniale onderwijs in 1842, zie hier, schrijft Jan Hessels van Wolda over de school van Hendrik de Nekker:

De eerste bijschool van Kolonie no.3, aldaar: 57 dagscholieren, 27 jongens en 17 meisjes-avondscholieren.
Ook hier is het onderwijs vooruitgegaan. De hoogste klasse, onder welke heel goede lezers zijn, telde nu 12, de middelste 25, en de laagste 20 kinderen.
Onder al de avondscholieren zijn er 2 achterlijke die nog niet kunnen lezen.
De hoogste afdeling der dagschool, welke ook met de aardrijkskunde van het vaderland, in het rekenen, vooral toepasselijk op het tegenwoordige stelsel van maten en gewigten wordt beziggehouden, maakt tevens goede vorderingen in het eenvoudige tekenen, hier in 1842 ingevoerd.

Niet zonder vrucht

Na de dood van Van Wolda neemt Jan Hendrik Geraets de bezoeken aan de scholen over. Zo onderzoekt hij november 1844 welke leerlingen 'van de dagschool vrijgesteld kunnen worden', zie hier, en in zijn jaarverslag over 1844, zie hier, schrijft hij:

De onderwijzers H. de Nekker en N.S. Jakobson gaven niet zonder vrucht onderwijs in de bijscholen van Kolonie no.3; de eerste aan 104, de laatste aan 67 leerlingen met inbegrip der avondschoolgangers. Het zij ook hun streven, veel goeds door hunne arbeid te bevorderen.

Schoolverzuim

In 1847 is er even gedoe over scholieren die verzuimen, zie hier. Volgens Hendrik de Nekker komt dat door de 'minder goede verstandhouding' tussen hem en de wijkmeester ter plekke. Maar daarna komt de adjunct-directeur van de vrije koloniën in het geweer.

Volgens hem geeft De Nekker de trouwe kinderen vaak vrij op donderdagmorgen om boodschappen te doen voor hun ouders, en die verzuimde lessen staan niet in het wekelijks rapport van de Nekker. Na een gesprek met de adjunct-directeur belooft Hendrik beterschap.

Op goede toon

Hendrik de Nekker blijft vreselijk lang hoofd van de bijschool in Willemsoord-Steggerda. Blijkbaar vindt iedereen dat hij in de 3de klasse van schoolmeesters - zie het loongebouw - volkomen op zijn plek is, want hij wordt nooit genoemd als er een functie in de tweede klasse vrij komt.

Over het algemeen overheerst tevredenheid. Zo schrijft Jan Hendrik Geraets in een rapport over schoolbezoeken in 1856, zie hier:

De 1e bijschool was mede goed bezet.
De kinderen lazen op goede toon, de schriften waren zindelijk en die, van de hoogste klasse vooral, fraai geschreven, terwijl het rekenen klassikaal geschiedde.
De onderwijzer beklaagde zich, dat twee meisjes der dagschool, namelijk Pietje Schuurman en Elizabet Elmers slechts eene a twee lessen per week kwamen bijwonen.

Totaal 28 jaar

Eind 1859 neemt de Staat de gestichten te Veenhuizen en Ommerschans over en trekt de Maatschappij van Weldadigheid zich terug in het bastion van Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord. Het koloniale onderwijs komt in gevaar en komt zelfs een tijd stil te liggen, zie ook deze pagina,

Weststellingwerf vindt dat de kinderen uit Willemsoord-Steggerda maar naar de school in Steggerda moeten. De bijschool Willemsoord-Steggerda wordt opgeheven. Hendrik de Nekker heeft dan één jaar (1824-1825) plus 27 jaar (1832-1859) hier gewerkt.

Na 1859

Zoals op de pagina over de problemen na 1859 gemeld, haalt Hendrik de Nekker een 'vergelijkend examen' zodat hij kan blijven lesgeven. Hij staat daarna nog in de personeelsregisters op folio 12 van invnr 1675, op folio 42a van invnr 1676, op folio 6 van invnr 1677, op folio 6 van invnr 1678 en op folio 8 en folio 11 van invnr 1679. Hij wordt per 14 juli 1863 bijschoolhouder in Doldersum in dienst van de gemeente Vledder en per 1 juli 1867 rijksambtenaar als hoofd van die school.

Dat blijft hij tot 1877. De kinderen vliegen tussen 1860 en 1870 uit. Maria de Nekker, Aaltje de Nekker en Klaasje de Nekker verlaten op 1 februari 1863 de kolonie, Johanna Albertje de Nekker op 1 februari 1869.
Van de andere kinderen weet ik het niet, maar in ieder geval zoon Klaas is ook in het onderwijs terechtgekomen. Hij gaat 16 februari 1857 naar het eerste gesticht te Veenhuizen, vermoedelijk (maar dat weet ik niet zeker) als ondermeester. Later is hij eerst als onderwijzer verbonden aan de school te Veendijk, gemeente Havelte en wordt hij 21 december 1863 door de gemeenteraad van Ambt Hardenberg benoemd tot hoofdonderwijzer ter vervulling van de vacante school te Collendoorn.

Hendrik de Nekker overlijdt (als 'Nekkers') op 28 februari 1889 te Borculo. Echtgenote Albertje Greven is hem, ook te Borculo, vijf jaar voor gegaan, zij overlijdt 4 april 1884.