ENKELE ALGEMENE NOTITIES
over de koloniale bevolkingscategorie
ARBEIDERSHUISGEZINNEN

Net als de meeste dingen in de kolonin is ook het begrip 'arbeidershuisgezin' een uitvinding van Johannes van den Bosch. Bij de plannen voor de stichting van de kolonie Veenhuizen ziet hij n groot kinderdorp voor zich met vierduizend weeskinderen en daarbij vijfhonderd gezinnen die als 'arbeiders in het loon' voor de kolonie werken en de weeskinderen helpen.

Omschrijvingen van de bevolkingscategorie staan in De proefkolonie pagina 341-342, De bedelaarskolonie pagina 230, De kinderkolonie pagina 31 en De strafkolonie pagina 26-27. Soms worden ze kortheidshalve 'arbeiders' of 'arbeiderkolonisten' genoemd.

Status

Arbeidershuisgezinnen wonen in woninkjes aan de buitenkant van de drie gestichten in Veenhuizen. Ze zijn in status minder dan vrije kolonisten, ze missen ook het eigen lapje grond dat de laatsten hebben. Ze staan wel boven de bedelaars, maar niet zo heel veel. De Maatschappij nodigt steden uit om arbeiders te zenden die dreigen af te glijden tot de bedelaarsstand.

De plaatsing van arbeidershuisgezinnen is gratis omdat er betaald wordt voor de plaatsing van de vierduizend weeskinderen. Dat is vastgelegd in het contract van 1 maart 1823, waarvan een trancriptie elders op de site staat. Via de verwijzing links boven op die pagina kan meer informatie over de weeskinderen bereikt worden.


Toewijzing

De Maatschappij van Weldadigheid mag zelf bepalen wie er in de woninkjes voor arbeidershuisgezinnen komen. Op 8 november 1823 bepaalt de permanente commissie van de Maatschappij aan de hand van voorstellen van Johannes van den Bosch aan welke steden de plekken voor arbeidersgezinnen toegewezen worden.

Voorop staan 'de algemene belangen der Maatschappij en de bijzondere belangen der respective Subkommissien'. De permanente commissie kijkt vooral welke gemeenten erg hun best doen contribuanten voor de Maatschappij te werven.


Aankomst

De komst van arbeidersgezinnen is - voor zo ver ik daar transcripties van heb - te volgen in de designatieregisters, zie deze pagina.
In het designatieregister 1823 staan vanaf designatienummer 83 (26 november 1823) arbeidersgezinnen die gevestigd gaan worden in de woningen aan de buitenkant van het eerste gesticht. De eersten komen op 20 december 1823 aan. Dat is een paar maanden vr de eerste weeskinderen arriveren.

Vanaf 24 maart 1825 volgt een stroom die aan de buitenkant van het tweede gesticht gaat wonen en vanaf 20 maart 1826 komen er arbeidershuisgezinnen in het derde gesticht.

Animo

Omdat het gratis is, willen de uitverkoren gemeenten wel arbeidersgezinnen sturen, maar de animo laat te wensen over. Er zijn diverse gezinnen die voorgedragen worden maar er al vr het vertrek naar Veenhuizen van af zien. Andere maken bij aankomst meteen weer rechtsomkeert, zie de designatieregisters.

En na een paar jaar, in 1826/1827, zijn er een heleboel die terug naar huis gaan. Daarbij zal de kwaliteit van de woningen zeker een rol spelen. In hoeverre de tucht en betutteling aanleidingen zijn valt niet te achterhalen.

Verhuisbewegingen

Er zijn in de beginjaren een paar grote verhuisbewegingen:

■ Vanaf begin 1826 hoeven getrouwde bedelaars niet meer op zalen te wonen, maar kunnen ze in gezinsverband leven in de woninkjes die oorspronkelijk voor arbeidershuisgezinnen bedoeld waren. Om aan deze 'bedelaarshuisgezinnen' plaats te bieden, moet n zijde van het eerste gesticht ontruimd worden. De daar wonende arbeiders gaan over naar het derde gesticht.

■ Vanaf eind 1826 arriveert een nieuwe bewonerscategorie: militaire veteranengezinnen. Die schijnen per se naast elkaar te moeten wonen en daarom moet een aantal arbeidersgezinnen in het tweede en derde gesticht verhuizen.

Reglementen

Voorafgaand aan de komst van de eerste arbeidersgezinnen, op 8 november 1823, is het 'Concept Besluit Huishoudelijke Inrichtingen voor het Instituut te Veenhuizen' vastgesteld. De transcriptie van het gedeelte over arbeiders staat afgedrukt op deze pagina.

Bij het 'Reglement van Policie en Tucht voor de kolonisten huisgezinnen van 8 july 1829' wordt bepaald dat de arbeidershuisgezinnen qua tuchthandhaving onder dit reglement vallen, zie de tekst.

Van de raden van tucht voor arbeidershuisgezinnen heb ik slechts in beperkte mate transcripties. Die zijn bereikbaar via deze pagina. Over het al of niet met verlof de kolonie mogen verlaten beslist de adjunct-directeur van het betreffende gesticht. Daarover zijn geen archiefstukken bewaard gebleven.

Promotie en degradatie

De toepassing in de vrije kolonin Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord van het hiervoor genoemde tuchtreglement voor kolonistengezinnen, maakt het mogelijk vrije kolonistengezinnen te degraderen tot arbeidershuisgezinnen. Vanaf 1830 komen er zodoende regelmatig vrije kolonistengezinnen naar Veenhuizen.

Bovendien worden tamelijk willekeurig kinderen van vrije kolonisten die in het huwelijk treden in een woning voor een arbeidershuisgezin geplaatst. Tenslotte komen er vanaf 1826 gezinnen uit de strafkolonie naar Veenhuizen en worden af en toe gezinnen van bedelaars gepromoveerd tot arbeidershuisgezinnen..

Arbeiderskolonisten kunnen worden gepromoveerd tot hoevenaar op een van de grote boerderijen op het terrein rond de drie gestichten te Veenhuizen. Promotie tot vrije kolonist is alleen mogelijk als hun plaats van herkomst de beschikking heeft over een hoeve in die kolonin.

Registratie 1824-1829

● De arbeidershuisgezinnen die vanaf 20 december 1823 tot eind 1829 in het eerste gesticht gevestigd worden staan in het stamboek met invnr 1571 op de scans 4 tot en met 32, transcriptie op deze pagina..

● Van de arbeidersgezinnen die vanaf 24 maart 1824 tot eind 1829 in het tweede gesticht gevestigd worden is helaas geen registratie bewaard gebleven.

● De arbeidershuisgezinnen die vanaf 20 maart 1826 tot eind 1829 in het derde gesticht gevestigd worden staan in het stamboek met invnr 1572 op de scans 103 tot en met 144, transcriptie op deze pagina.

Zie helemaal bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken zijn.

Registratie 1829-1859

Daarna stapt men af van stamboeken per gesticht en zijn er stamboeken per bevolkingscategorie. De arbeidershuisgezinnen staan daarna in drie stamboeken waarvan ook scans gemaakt zijn en die alle drie een register met namen hebben:

● 1829-1834 invnr 1573 (register achterin op scans 50 en 51)
● 1834-1847 met invnr 1574 (register voorin)
● 1848-1859 met invnr 1575 (register voorin).

Let op: In de registers wordt verwezen naar folionummers. Die zijn NIET hetzelfde als de scannummers die je in het vakje rechtsonder kunt invoeren. Maar ze liggen wel in de buurt en als je het scannummer hebt ingevoerd kun je bovenaan de pagina kijken op welk folionummer je zit.

Overige interessante scans

■ Invnr 68 scan 450 is een 'Staat van verdiensten en uitbetaling van den 22 February tot en met de 29e dito 1824'. Daar staan dus alleen de eerst aangekomen arbeiders op.

■ Invnr 98 scans 208-en-verder geeft een 'Nominative Staat der Arbeiders Huisgezinnen' bij het eerste etablissement, inclusief woningnummers zodat ook te zien is wie er naast elkaar wonen. Dit is ergens augustus 1829.

■ Bij invnr 139 scan 54 begint een 'Staat aanwijzende de verschillen in de namen en de dagteekening der geboorte van de natemelden jongelingen, volgens de stamboeken en de geboorte extracten aan den Directeur der kolonien gezonden bij missive dd 7 augustus 1833'.

■ Op invnr 149 scan 143 staat een overzicht van het tegoed (= wat ze meer verdiend hebben dan ze kosten) van een aantal arbeidersgezinnen bij het eerste gesticht per 1 mei 1834 en hetzelfde voor een aantal arbeiders uit het derde gesticht staat op scan 142.

■ invnr 179 scan 217-en-verder geeft een overzicht van het gebruik van de woningen in alle drie de gestichten per januari 1837.

■ invnr 223 de scans 188-189 geven de stand van de rekening van de arbeidersgezinnen in het eerste gesticht, schuld en tegoed op kleding, oververdiensten, enzovoort per januari 1840

Laatste arbeidershuisgezinnen

Als de Staat in 1859 de gestichten te Ommerschans en Veenhuizen overneemt van de Maatschappij van Weldadigheid verdwijnt het verschijnsel arbeidershuisgezinnen. Er is in de kolonieadministratie echter nergens fatsoenlijk bijgehouden wat er met die gezinnen gebeurt.

Bij sommigen is in het stamboek met invnr 1575 genoteerd dat ze zijn ontslagen, bij andere staat helemaal niets. Ook de notities in invnr 1369 zijn erg onvolledig, zie deze pagina. Hetzelfde geldt voor de boeken in het archief van de Rijkswerkinrichtingen toegang 0137.01.

In de meeste (maar niet alle) gevallen helpen de bevolkingsregisters van de gemeente Norg. Ga naar www.alledrenten.nl → kies in de linkerkolom 'Bevolkingsregisters' → kies bij Gemeente 'Norg' → kies bij de Periode '1859' tot '1869' en zoek op naam. Als iemand er in 1869 nog woont, kun je de volgende periode nemen.

Meer informatie

Ik heb op een aantal pagina's nadere gegevens van een deel van de arbeidershuisgezinnen verzameld. Te weten:

De eerste arbeidershuisgezinnen in het eerste gesticht te Veenhuizen

Daar staat bij elk gezin of - de gegevens uit de stamboeken, of - een verwijzing naar een verzamelpagina met arbeiders waar ik een beetje informatie over heb, of - een verwijzing naar een individuele pagina van het arbeidersgezin als ik er veel extra informatie over heb.

De eerste arbeidershuisgezinnen in het derde gesticht te Veenhuizen

Dat werkt op dezelfde manier als bij het eerste gesticht.

Verder is er:

Wat algemene informatie over de kolonie Veenhuizen via deze pagina

Voor mensen die in het archief nader onderzoek willen doen naar een bepaald arbeidershuisgezin, staan enkele (maar niet veel) tips op deze pagina.