Enkele van de eerste arbeidershuisgezinnen in het EERSTE gesticht te Veenhuizen waarover wat nadere informatie beschikbaar is

Op deze pagina een aantal arbeidershuisgezinnen bij het eerste gesticht waarover ik wat meer informatie heb dan past op de pagina met alle arbeidersgezinnen van 1823 tot eind 1829 in het eerste gesticht.


Bij de hierna te noemen namen en geboortedata dient te worden beseft dat de kolonieadministratie GEEN officiŽle bron is maar slechts de aantekeningen van een particuliere organisatie die altijd gecheckt moeten worden met officiŽle bronnen. Dat geldt des te meer omdat de administratie van arbeidershuisgezinnen nog slordiger en incorrecter is dan die van andere categoriŽn.

Zie voor enkele algemene opmerkingen over de bevolkingscategorie arbeidershuisgezinnen deze pagina. Daar staan ook een aantal interessante scans vermeld waar diverse van de onderstaande kolonisten op staan.

Dirk van der Burg en gezin

Het gezin van Dirk van der Burg en Aagje Hanstede wordt voor Veenhuizen voorgedragen door de subcommissie van weldadigheid te Delft. De voordracht wordt geaccepteerd op 6 december 1823, designatie 86 in het designatieregister 1823. Aankomst 1 januari 1824. Woning 61 in het eerste gesticht.

Ze zijn ingeschreven op scan 21 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 en vandaar neem ik de gezinsgegevens over:

● Dirk van der Burg is volgens de kolonieadministratie geboren op 14 juli 1775 of 1776. Hij is net als de rest van het gezin rooms-katholiek. Hij is getrouwd met:

● Aagje Hanstede, geboren 19 november 1785. Het echtpaar heeft de volgende kinderen bij zich:

Aaltje van der Burg, geboren 13 oktober 1813,
Willem van der Burg, geboren 8 december 1815,
Theodorus van der Burg, geboren 5 mei 1817,
Hendrik van der Burg, geboren 17 oktober 1819, en
Sientje van der Burg, geboren 5 augustus 1822.

Eind 1825 is er een Delftse vacature in de vrije koloniŽn. Naar aanleiding daarvan schrijft de directeur der koloniŽn op 11 november 1825, invnr 76:

In antwoord op de missive der Permanente Kommissie van den 4 dezer N705 heb ik de eer te berigten, dat de arbeider-kolonist Dirk van den Burgh te Veenhuizen, met deszelfs huisgezin misschien niet ongeschikt zoude zijn om in de gewone kolonien te worden overgeplaatst, doch daar die man mij verklaarde veel liever te Veenhuizen te willen blijven, heb ik daaromtrent geen verder onderzoek gedaan.

Maar hij vindt het ook weer niet zo leuk dat hij wil blijven. Het gezin verlaat Veenhuizen met ontslag op 11 juli 1827.

Bernardus Cantzelaar en kinderen

Bernardus Cantzelaar wordt voor een plek in Veenhuizen voorgedragen door de subcommissie van weldadigheid Amsterdam. De permanente commissie accepteert de voordracht op 26 november 1823, zie designatie 84 in het designatieregister 1823.

Bernardus Cantzelaar en zijn vier kinderen arriveren op 20 december 1823 en worden ondergebracht in woning nummer 57 van het eerste gesticht. Ze staan op scan 19 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 en vandaar neem ik de gezinsgegevens over:

● Bernardus Cantzelaar is geboren 10 februari 1780. Hij is evenals de kinderen hervormd. Hij heeft bij zich:

● Bernardus Cantzelaar, geboren 30 november 1815,
● Nicolaas Cantzelaar, geboren 27 maart 1817,
● Johannes Cantzelaar, geboren 13 december 1818, en
● Willem Frederik Cantzelaar, geboren 11 november 1820.

Drie dagen na aankomst, op 6 december 1823, invnr 67 scan 748, schrijft de directeur der koloniŽn aan de permanente commissie in Den Haag:

Hier nevens heb ik de eer de Permanente Kommissie te doen toekomen een staat van aangekomen kolonisten te Veenhuizen,
en neme de vrijheid te observeren dat het huis≠gezin van de weduwnaar Cantzelaar mijnens inziens ongeschikt is voor dat etablissement,
dat het niet mogelijk is dat die man voor zijne vier zeer jonge kinderen, welke niet in staat zijn tot eenig werk, de kost te verdienen.

Daar en boven kan dien man geen ogenblik zijne woning verlaten zonder zijne kinderen voor ongelukken bloot te stellen;

ik zal dus verpligt zijn bij de eerste aankomst van we≠zen een der geschiktste vrouwen of meisjes bij hem intedeelen, of wel het huisgezin te desolveren en de kinderen, als ook de vader zelve in de zalen intedeelen.

Tot zo ver als in de zalen indelen komt het volgens mij niet. Op 16 april 1825 gaat het gezin over naar woning 25 van het tweede etablissement. Daarvan is geen stamboek bewaard gebleven, dus we verliezen ze dan even uit het oog. Voor mensen die nader onderzoek willen doen zijn hier nog enige brieven waarin de naam voorkomt:
invnr 67 scan 380,
invnr 68 scan 210 (24-01-1824), scan 270 (31-01-1824) en scan 450.
invnr 78 scan 482.

In een brief van 13 april 1827, invnr 84, deelt de directeur op scan 469 mee dat het gezin Cantzelaar 'reeds in oktober 1826 is ontslagen'.

Dirk de Graaff en gezin

Het gezin van Dirk de Graaff en Evertje van den Burg wordt voor Veenhuizen voorgedragen door de subcommissie Deventer. De permanente commissie accepteert de voordracht op 13 december 1823, zie designatie 101 in het designatieregister 1823.

Het gezin komt aan op 16 januari 1824 en betrekt woning 72 in het eerste gesticht. Ze staan op scan 24 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 en vandaar neem ik de gezinsgegevens over:

Dirk de Graaff is volgens de kolonie administratie geboren in 1784. Hij is evenals de rest van het gezin hervormd. Hij is getrouwd met

Evertje van den Burg, geboren 25 maart 1778. Het echtpaar heeft de volgende kinderen bij zich:

Jan Hendrik de Graaff, geboren 21 januari 1810,
Hendrikus de Graaff, geboren 8 juni 1813,
Harmanus de Graaff, geboren 1 november 1816, en
Harmina de Graaff, geboren 3 augustus 1819.

Na twee jaar, op 13 augustus 1826, wordt Dirk de Graaff bevorderd tot het hoogst haalbare voor een kolonist, hij wordt hoevenaar op de grote boerderij nummer 4 bij het eerste gesticht. Ze staan nu als bewoners daarvan in het stamboek van hoevenaars met invnr 1367 (daarvan zijn geen scans) en op scan 113 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571.

Daar wordt al gemeld dat het niet van lange duur is. Op 14 november 1829 moet het gezin weer terugkeren tot de status van arbeidersgezin. Ze wonen nu in woning nummer 4 van het eerste gesticht, scan 4 van invnr 1571.

Die inschrijving loopt door in het stamboek van arbeiders met invnr 1573 scan 3:
Op 17 mei 1830 vertrekt Jan Hendrik de Graaff met drie maanden verlof om een baan te zoeken - zie de betreffende regeling - en hij keert niet terug.

De rest van het gezin verlaat Veenhuizen met ontslag op 28 juni 1830.

Joannes Martinus Koeleman en gezin

Het gezin van Joannes Martinus Koeleman en Francisca Johanna Waarkop Reijers zit bij de tweede lading Amsterdammers. Ze komen op 5 februari 1824 aan in Veenhuizen en worden ondergebracht in woning 80 van het eerste gesticht. Ze staan geadministreerd op scan 27 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571, waaruit ik hun gegevens overneem:

Joannes Martinus Koeleman is volgens die inschrijving geboren op 11 november 1784. Hij is net als de rest van het gezin rooms-katholiek. Hij is getrouwd met:

Francisca Johanna Waarkop Reijers, geboren 17 maart 1784. Ze hebben bij zich:

● Martinus Franciscus Koeleman, geboren 16 mei 1822.

Op 11 april 1824 schrijft de directeur der koloniŽn, invnr 69:

Nog te informeren dat de schrijver des briefs in naam van den kolonist van Midden is de kolonist Koeleman te Veenhuisen; des vrouw van eerst ge≠noemde - zijnde de man op het land - heeft dezer dagen hare volkomene tevredenheid betuigt, aan ZijnHoogEdGeb. den Heere 2e Adses≠sor, terwijl van Midden zelve vroeger aan den Heer Poelman heeft gezegd dat die brief wel met zijne voorkennis was geschreven doch zodanige klagten niet hadt bedoeld.

'Den Heere 2e Adses≠sor' is Johannes van den Bosch. Zie over de genoemde kolonist Van Midden deze pagina. Voor zover mij bekend volgen er voor Joannes Martinus Koeleman geen repercussies voor het schrijven van de brief. Zelf schrijft hij op 9 maart 1825, invnr 72:

Geeft met eerbied te kennen Johannes Martinus Koeleman, dat hij thans gegronde hoop hebbende om voor hem en zijn huisgezin het brood te kunnen winnen met het werk dat hij van zijne jeugd af aan geleerd heeft bestaande in goud en zilver draad pletten en trekken en waar aan hij werkzaam is geweest zoo lang de fabriek van wijlen den Heer Steinmetz te S Hage bestaan heeft bij welker desolutie hij zich na alle aangewende moeiten om het zij te S Hage of Amsterdam op een ander fabriek geplaatst te worden vrugteloos te hebben aangewend, om niet tot armoede te vervallen, door medewerking van den EdAb Heer Van Meurs Burgemeester te Amsterdam, zich naar de Colonie Veenhuizen heeft begeven, alwaar hij met onderscheiding behandeld is, waarvoor hij aan de Heeren Directeuren zijne nederige dankbetuigingen aanbied, en thans geplaatst zijnde op de fabriek van Mevr. de wed. van Oosthuyzen te S Hage, om welke redenen de suppliant verzoekt ontslagen te worden als bewoner der bovengemelde colonie, ook dat zijn rekening worde opgemaakt en hem de gunst bewezen worde, dat zijn vrouw alle nodige hulp zoo tot verhuizing, als tot vervoering harer persoon en kind, als ook hunne goederen, werde vergund om zich zoo dra mogelijk naar S Hage te begeven.

Het gezin vertrekt met ontslag uit Veenhuizen op 7 april 1825.

Philippus Jacobus Mans en gezin

Het gezin van Philippus Jacobus Mans en Jacomina Kraaijveld wordt voor Veenhuizen voorgedragen door de subcommissie Gorinchem. De permanente commissie accepteert de voordracht op 26 november 1823, waarmee Mans de allereerste is die een plek als arbeidersgezin krijgt toegewezen, zie designatie 83 in het designatieregister 1823. Het gezin komt aan op 1 januari 1824 en ze betrekken woning 62 in het eerste gesticht. Ze worden geadministreerd in het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 en daaruit neem ik de gezinsgegevens over:

Philippus Jacobus Mans is volgens de kolonieadministratie geboren op 6 augustus 1770. Hij is net als de rest van het gezin hervormd. Hij is getrouwd met:

Jacomina Kraaijveld, geboren 3 november 1785. Het echtpaar heeft de volgende kinderen bij zich:

Pieternella Mans, geboren 10 juni 1813,
Huibert Mans, geboren 8 mei 1816, en
Philippus Mans, geboren 12 november 1819.

Genoteerd is dat op 16 april 1825 het gezin wordt overgeplaatst naar woning 26 van het tweede gesticht. Daarvan is geen stamboek bewaard gebleven, zodat we het moeten doen met de burgerlijke stand van Norg. Die meldt dat op 2 november 1825 wordt geboren Barend Mans, die echter op 2 januari 1826 alweer overlijdt.

Op 22 juni 1826 overlijdt vader Philippus Jacobus Mans, volgens de overlijdensakte 49 jaar oud en zoon van Filippus Jacobus Mans en Pieternella Bel  Dat Jacomina Kraaijveld weduwe Mans daarna op 26 september 1826 de kolonie verlaat (naar ik aanneem mťt de kinderen) weet ik door een brief van de subcommissie Gorinchem van 9 oktober 1826, invnr 81:

Wij hebben uit het aan ons door de weduwe van Philippus Jacobus Mans vertoond besluit, dd. Veenhuizen den 26 September 1826, gezien, dat die weduwe op haar verzoek is ontslagen. Wij nemen de vrijheid UwelEd te verzoeken ons, zoo mogelijk, te autoriseren, een huisgezin in hare plaats naar Veenhuizen te mogen opzenden, waartoe een geschikt huisgezin zich bij ons heeft aangediend.
De Subkommissie van Weldadigheid te Gorinchem,
A. van Hoeijen
ter ordonnantie van dezelve,
van der Mast, secretaris

David Post en gezin

Het gezin van David Post en Gerritje Boer wordt voorgedragen door de subcommissie van weldadigheid Den Haag. De permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid accepteert de voordracht op 13 december 1823, zie designatie 102 in het designatieregister 1823. Ze komen op 26 december 1823 in Veenhuizen aan en betrekken woning 45 van het eerste gesticht.

Ze staan op scan 15 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571, en op scan 9 van de stamboeken van arbeidershuisgezinnen met de invnrs 1573 en 1574. Uit die inschrijvingen neem ik de gezinsgegevens over:

David Post is volgens de kolonieadministratie geboren op 20 december 1779. Hij is evenals de rest van het gezin hervormd. Hij is getrouwd met

Gerritje Boer, geboren 6 december 1786. Het echtpaar heeft de volgende kinderen bij zich:

Pieter Post, geboren 2 juli 1809,
Johanna Post, geboren 16 oktober 1812,
Cornelia Post, geboren 29 maart 1815,
Gerrit Post, geboren 18 maart 1819,
David Post, geboren 4 mei 1823.

Daar komen in Veenhuizen bij:
Eva Alberdina Post, geboren 12 juli 1826.
Maria Post, geboren 18 augustus 1830.

Op 2 oktober 1827 verhuist het gezin naar woning 21 en op 10 oktober 1829 naar woning 50. Op de zitting van de tuchtraad van 5 september 1829 moet zoon Pieter voorkomen omdat hij zonder toestemming van de kolonie is afgegaan. Hij verklaart 'dat hij vermeende, als tot de Nationale Militie behorende, het hem vrij stond om zonder voorkennis zich 24 uuren te kunnen verwijderen'.
Daar is de tuchtraad het helemaal niet mee eens en het kost hem drie dagen opsluiting, zie het zittingsverslag. Kort daarop, 11 maart 1830, gaat Pieter Post in militaire dienst.

Op 8 september 1830 overlijdt echtgenote Gerritje Boer. Op 15 september 1831 overlijdt dochter Maria Post. Op 10 mei 1832 hertrouwt David Post met:

Aukjen Oedzes Hillebrands, geboren in 1800, weduwe van de arbeiderskolonist Freerk Machiels Dijkstra, geboren 8 maart 1799, met wie ze op 21 april 1828 uit Oostdongeradeel naar Veenhuizen was gekomen, invnr 1573 scan 20. Haar echtgenoot Freerk Machiels Dijkstra is op 19 maart 1832 overleden, dus twee maanden voor ze hertrouwt.

Ze neemt mee een zoontje:
● Machiel Freerks Dijkstra, geboren 18 februari 1827.

Op 25 juli 1832 wordt geboren Jansje, die dan wel als Jansje Post door het leven gaat, maar waarschijnlijk nog door Dijkstra verwekt is (of er moeten daar hele rare dingen gebeurd zijn).

Op 27 februari 1834 vertrekt Johanna Post met ontslag en op 31 december 1835 doet Cornelia Post hetzelfde.

Op 17 juni 1836 wordt geboren Geesje Post, waarna Aukjen Oedzes Hillebrands overlijdt op 16 juli 1836 en de net geboren Geesje Post op 8 augustus 1836.

Gerrit Post vertrekt met ontslag op 17 augustus 1839, maar de klerk heeft abusievelijk niet Gerrit maar David doorgestreept. Dat wordt pas later gemerkt en dat wordt gecorrigeerd naar aanleiding van bijlage 2 van de notulen van de permanente commissie van 2 februari 1841 N2 (dat moet zich bevinden in invnr 512, waarvan geen scans zijn en dat dus alleen op het archief kan worden ingekeken).

David Post gaat 27 juni 1844 in militaire dienst en Machiel Freerks Dijkstra idem dito 4 juni 1846. Op 27 juni 1844 vertrekt Eva Alberdina Post met ontslag, zodat alleen Jansje Post nog in huis is, al probeert de klerk met nieuw geknoei ons anders te doen geloven.

Op 24 april 1849 tenslotte gaan David Post en 'zijn' dochter Jansje Post met ontslag weg uit Veenhuizen en de koloniŽn.

Jan Johannes Vos en gezin

Het gezin van Jan Johannes Vos en Iepske Koops wordt voor Veenhuizen voorgedragen door de subcommissie van weldadigheid Amersfoort. De voordracht wordt goedgekeurd door de permanente commissie van de Maatschappij op 6 december 1823, zie designatie 92 in het designatieregister 1823.

Ze komen op 26 december 1823 aan en worden ondergebracht in woning 47, later 48 van het eerste gesticht. In het stamboek van dat gesticht met invnr 1571 staan ze op scan 18. Daarvandaan neem ik de gezinsgegevens over:

Jan Johannes Vos is volgens de kolonieadministratie geboren op 10 juli 1785. Hij is net als de rest van het gezin 'Roomsch'. Hij is getrouwd met

Iepske Koops, geboren 18 maart 1788. Het gezin heeft bij zich:

Maria Vos, geboren 18 oktober 1813,
Johanna Vos, geboren 16 september 1815,
Sjoukje Vos, geboren 20 september 1816 en
Jacoba Vos, geboren 9 juli 1822.

Een nest vol meisjes dus, en op de kolonie komt daar bij:
Boukje Vos, geboren 15 december 1825.

Op 16 augustus 1826 wordt Jan Johannes Vos bevorderd tot het hoogste dat een kolonist kan bereiken, hij wordt hoevenaar op een van de grote boerderijen op het terrein van Veenhuizen. Het gezin staat nu tussen de andere hoevenaars in het stamboek met invnr 1367 (daarvan zijn geen scans) en op scan 111 van invnr 1571. Daar zien we dat er bij komt:

Anna Maria Wilhelmina Vos, geboren 11 augustus 1828.

Maar in het stamboek van hoevenaars 1830-1835 met invnr 1581 (geen scans) zien we dat er op 21 november 1830 een einde aan komt en ze weer worden gedegradeerd tot arbeidershuisgezin. Ze staan nu op scan 42 van het stamboek van arbeidershuisgezinnen met invnr 1573, woning 26 van het eerste gesticht en er komt de eerste jongen bij:

Johannes Jans Vos, geboren 30 augustus 1832.

Wat er van onderen bijkomt gaat er aan de bovenkant weer af, dochter Johanna Vos vertrekt met ontslag op 9 juni 1835. En dat zet zich door in het stamboek met invnr 1574 op scan 36. Eentje komt er nog bij:

Jan Vos, geboren 18 maart 1839.

En uit vliegen: Sjoukje Vos op 5 mei 1837, Jacoba Vos op 21 juni 1842 en Maria Vos op 22 augustus 1846.

Tenslotte het stamboek met invnr 1575 scan 75: op 25 september 1848 overlijdt het hoofd van het gezin Jan Johannes Vos.

De naam van Johannes Jans Vos wordt gecorrigeerd tot alleen Johannes Vos, wat moet zijn aangetekend op de mutatiestaat van januari 1851 en zou zijn gebeurd naar aanleiding van een besluit van de permanente comissie van 4 augustus 1848 N1 (wat moet zitten in invnr 617, waarvan geen scans zijn en dat dus in het archief moet worden ingekeken).

Op 8 mei 1851 vertrekt Anna Maria Wilhelmina Vos. Op 27 mei 1852 gaat Johannes Vos als nummerverwisselaar in militaire dienst.

Op 14 maart 1854 N17 wordt besloten dat Boukje Vos met ontslag mag vertrekken (moet zitten in invnr 773, geen scans) en op 25 maart 1854 vertrekt ze daadwerkelijk.

Op 24 oktober 1854 overlijdt Iepske Koops weduwe Vos. De enige die er dan nog is, is Jan Vos. Hij krijgt op 25 november 1854 drie maanden verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baan te zoeken, zie de regeling waar dat op gebaseerd is. Het lukt niet en hij is 2 januari 1855 terug, waarna hij per 25 januari 1855 wordt gedetacheerd in het eerste gesticht (vermoedelijk bij de weeskinderen).
Daarvandaan deserteert hij op 12 september 1855, maar hij is weer terug op 2 november 1855. Hij moet de dag erna voor de tuchtraad verschijnen en blijkt ter bekostiging van de reis te hebben verkocht '1 zwarte voerl(aken) Buis, Mans 3 taille, 1 zwarte voerl. Broek, Mans 3 taille, Ter gezamentlijke waarde van f 5,20', zie het zittingsverslag.
In de kantlijn van het stamboek staat genoteerd dat in februari 1858 wordt ontdekt dat men vergeten is zijn terugkomst 'in het register in te schrijven en aan Binnenlandsche Zaken optegeven'. Op 4 mei 1858 gaat Jan Vos tenslotte als nummerverwisselar in militaire dienst.
 

Abraham van Welle en gezin

Het gezin van Abraham van Welle en Aagje van den End behoort tot de eerste groep Amsterdammers die op 20 december 1823 aankomt, als het hele gesticht verder nog zo'n beetje leeg is, Zie designatie 84 in het designatieregister 1823. Ze komen in woning 59 en staan geadministreerd in het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 scan 20 en daarna in het stamboek van arbeidershuisgezinnen met invnr 1573 scan 12.

Daaruit neem ik de gezinsgegevens over:

Abraham van Welle is volgens de kolonieadministratie geboren in december 1774. Hij is getrouwd met:

Aagje van den End, geboren 23 februari 1784. Het echtpaar heeft bij zich:

Arie van Welle, geboren 24 februari 1817, en
Frans van Welle, geboren 19 november 1818.

Op 25 januari 1824 overlijdt Frans van Welle, op 23 april 1824 overlijdt Arie van Welle.

Erbij komen:
Arie Abraham van Welle, geboren 8 oktober 1824 en
Lena van Welle, geboren 20 juli 1827.

Het gezin verhuist dan naar woning 26.

Aagje van den End overlijdt op 24 juli 1830 en dan worden Abraham van Welle en de twee kleine kinderen ontslagen op 1 januari 1831. Maar diezelfde dag worden ze ingeschreven in het bedelaarsregister met de aantekening 'gedetacheerd te Veenhuizen', dus ze blijven waarschijnlijk gewoon wonen waar ze wonen maar nu als bedelaarsgezin.

In het bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 425 heeft Abraham van Welle op scan 407 het bedelaarsnummer 953. Op diezelfde scan heeft Arie Abraham van Welle het weesnummer 960, hij overlijdt op 3 mei 1831. Op scan 164 heeft Lena van Welle het bedelaarsnummer 975, zij overlijdt 17 april 1831.

In het bedelaarsregister toegang 0137.01 invnr 426 staat bij Abraham van Welle vermeld: 'overgeplaatst op het register van B.K. ingevolge aanschrijving der P.K. dd 19 Januari 1833'. Oftewel de PK (= permanente commissie) heeft op 19 januari 1833 (moet in invnr 408 zitten, waarvan geen scans zijn zodat het op het archief moet worden ingekeken) bepaald dat Abraham van Welle wordt overgeschreven in het stamboek van op BK (= bijzonder contract) geplaatste koloniebewoners met invnr 1389. Hij staat daar op scan 322 met nummer 1045, met de aantekening dat hij in Veenhuizen-2 is ondergebracht, waar hij overlijdt op 2 juli 1839.

Cornelis Wijnstok en gezin

Het gezin van Cornelis Wijnstok en Jacobs Auke de Vries uit Enkhuizen krijgt per 31 december 1823 een woning in Veenhuizen toegewezen, zie designatie 110 in het designatieregister 1823, nadat de subcommissie van weldadigheid te Enkhuizen hen op 28 november 1823 had voorgedragen, invnr 67 scan 445. Met op scan 446 een uitvoerige toelichting omdat het gezin eigenlijk te groot is:

Deze man met zijne vrouw ... de Vries heeft acht kinderen waarvan de oudste meer dan twintig en de jongste meer dan drie jaren oud is.
Wij zouden de onbescheidenheid niet hebben durven te nemen om dit huisgezin, dat alzoo tien hoofden sterk is, aan UED voor te dragen ware het niet dat deze familie zeer veel in zich vereenigde, het welk hare plaatsing alzins aanbeval.
Vooreerst de man en vrouw zijn beide gezond en sterk.
Ten tweede zij hebben beide zich van der jeugd aan met allerlei boerenwerk geweerd, gelijk zij nog doen.
Ten derde de oudste kinderen zijn ook regt bruikbaar voor den landbouw; ten minste kunnen zij hun kost, als hun arbeid verleend wordt, verdienen.
Ten vierde de man zou niet naar verhuizing staan, zo er hier werk's genoeg was voor den landbouw, maar bij gebrek daarvan vervalt dit huishouden zoo talrijk, vooral in den winter ten laste der Armenkas.

Het gezin arriveert 13 januari 1824 in Veenhuizen en wordt gehuisvest in woning 69 van het eerste gesticht. Ze staan geadministreerd op scan 23 van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571, waar wel de gezinssamenstelling wordt gegeven, maar bij niemand een geboortedatum is ingevuld. Die geboortedata staan wel op invnr 67 scan 763:

Cornelis Wijnstok, geboren 4 november 1783, is getrouwd met:
Jacobs Auke de Vries, wat waarschijnlijk Auke Jacobs de Vries zal moeten zijn, geboren 1 november 1786. Vermeld worden de volgende kinderen:

Pietertje Wijnstok, geboren 20 juni 1805,
Jacob Wijnstok, geboren 11 november 1807,
Jacoba Wijnstok, geboren 22 maart 1816,
Jacobus Wijnstok, geboren 14 augustus 1818, en
Hendrik Wijnstok, geboren 28 mei 1821.

Op de kolonie komt daar bij:
Baukje Wijnstok, geboren 10 februari 1826.

Blijkbaar hebben ze dus een aantal van hun kinderen in Enkhuizen achtergelaten en dat wordt hieronder bevestigd. Want driekwart jaar na aankomst, op 3 september 1824, schrijft Cornelis Wijnstok een brief aan zijn ouders, die via de subcommissie, invnr 70 scan 745, wordt doorgespeeld aan de redactie van het maandblad van de Maatschappij van Weldadigheid de Star, en wordt afgedrukt in het nummer van oktober 1824. De tekst:

Veenhuizen, den 3 September 1824.

Zeer Geagte Vader en Moeder!

Wij doen U.E. hier mede te weeten, dat wij door des Heeren Zeegen nog welvarende zijn, en hoopen hetzelfde van U.E., alsmeede van Broer en Suster, te verneemen.
Wij verlangen ook zeer, om eens te weeten, hoe het onse kinderen maaken.
Wat degeene aangaat, die bij ons zijn, dat gaat wel, en wij hebben door des Heeren Zeegen daar tans brood voor, en zoo men gezont is en werk heeft, om het dagelijks brood te winnen, dan heeft men alles, wat mensen van onse staat behoeven, en zijn den Heer daar dank voor schuldig.
Dus, lieve ouders ! zoo iemand naar ons vraagt, dan kunt U.E. gerust zeggen, dat het ons welgaat; maar zoo U.E. in de okasie bent, om ons eens noorthollands kaasjen te stueren, dat zullen wij met dank ontvangen.
Hier is geen nieuws, alsdat het aanleggen van bouland en het timmeren van gebouwen ten spoedigsten voortgaat, en om die reeden zal dit onbewoonde land weldraa in een bewoond en vrugtbaar land veranderen.
Wat het voorige jaar nog heidevelt was, daar heeft men van dit jaar al een gezeegende oogst van.
Het is voor mensen, die voor een groot jaar deze lantstreek gekent hebben, tans verwonderingswaardig om te zien.
Verder, lieve ouders ! voor ditmaal niets meer, als de groetenis aan broer en suster en verdere vrinde en bekende, van ons en onse kinderen, en wij noemen ons met alle agting en liefde U. E. Zoon en Dogter
C. Weinstok.

Van de wel meegenomen kinderen overlijdt op 2 december 1825 Jacob Wijnstok, volgens de overlijdensakte geboren 11 november 1807 te Enkhuizen.

Eind 1826 is er sprake van het terug naar Enkhuizen sturen van de familie. Ik heb hier alleen de reacties van Enkhuizen op brieven van de permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid, maar de brieven van de Maatschappij waarop gereageerd wordt bevinden zich in invnr 359 waarvan geen scans zijn en die dus op het archief nagekeken moeten worden. Op 9 november 1826 schrijft dominee Van Tricht, die alle correspondentie vanuit Enkhuizen doet, invnr 82 scan 139:

Met groote bevreemding ontvingen wij UwelEd missive van den 3e dezer N795, waarbij ons is gemeld geworden de terugzending van het huisgezin van C. Wijnstok uit hoofde van physieke gebreken.
Wij willen niet ontkennen, dat die man of vrouw zedert korten tijd door ongesteldheid is aangetast, maar dit physiek gebrek is hem of de zijnen dan in het etablissement overgekomen, en dit geeft, onzes erachtens, geen grond om hem ilico daaruit weg te zenden.
Immers, hij is in welstand January 1824 van hier afgezonden; gedurende dezen zomer was hij welvarend eenigen tijd in deze stad en keerde gezond tot zijn verblijf terug.
Indien hij, ongesteld van hier opgezonden zijnde, aanstonds door UwelEd was afgekeurd, zouden wij niet aarzelen om hem aanstonds terug te nemen; dan nu verwondert het ons grootelijks, dat hij eerst na een driejarig verblijf als ongeschikt zal worden afgekeurd.
Van zo eene eventuele terugzending voorzien wij ook treurige gevolgen. Die man, tevoren in betrekking en werkzaamheid, zal terugkeerende dit alles missen, werkeloos zijnde, gelijk er reeds vele hier zijn, aanstonds met al de zijnen tot bezwaar der armenkas verstrekken.
Beter was het dan, casu quo, dat hij nooit was opgezonden, dan had hij in zijn gewonen kring kunnen blijven werken, waaruit hij nu gerukt is.

Ilico betekent op staande voet. Vermoedelijk heeft de permanente commissie hierop geantwoord (ook invnr 359) dat Wijnkoop zelf verlangt uit de kolonie weg te gaan, want op 25 november 1826, invnr 82 scan 307, meldt Enkhuizen dat zij 'in geenen dele met het verlangen van C. Wijnkoop' instemmen. Ze gaan verder:

Immers die man heeft door Uwe weldadige beschikking in het etablissement zijn brood; en hier zou hij het getal der behoeftige huisgezinnen, reeds groot door de heerschende ziekte, helpen vermeerderen.
Wij hopen, dat ons vermoeden van deszelfs onvoldaanheid, die zoo snood ondankbaar zoude wezen, ongegrond zal zijn. Anders zou het ons niet onaangenaam zijn, dat de kwaadwilligheid van dien man, of deszelfs vrouw, op die wijze, welke de permanente kommissie in haar magt heeft, werd bedwongen.

Oftewel, hou hem desnoods met geweld in Veenhuizen. Maar dat gaat niet lukken. Volgens Enkhuizen belooft de Maatschappij schriftelijk op 15 december 1826 (ook invnr 359) dat Wijnstok niet ontslagen zal worden, maar juli 1827 staat hij voor hun neus.
De officiŽle ontslagdatum is 5 juli 1827 en volgens een brief van de directeur der koloniŽn van 2 augustus 1827, invnr 86 scan 376, is hij ontslagen op bevel van de 2de assessor (= Johannes van den Bosch).
Enkhuizen schrijft er nog over op 10 juli 1827, invnr 86 scan 94, en op 22 september 1827, invnr 87 scan 298, waarop de reacties van de Maatschappij in de invnrs 360 en 361 zullen zitten, maar dan is hij al lang en breed terug in Enkhuizen.