Het arbeidershuisgezin van Johannes Daan en Maaike Geerts, met een zoon die Rijkspostbode wordt en een winkel wil drijven

Het gezin voor een plaats als arbeidershuisgezin voorgedragen door de subcommissie van weldadigheid Leeuwarden.Zie enige summiere informatie over arbeidershuisgezinnen op deze pagina. Op 30 november 1823, invnr 67, schrijft die subcommissie:

Wij hebben de eer UWEd te accuseren de ontvangst van UWEd: missive van den 10 november.
Aangenaam verrassend was ons het faveur daarin toege≠staan om twee huis≠gezinnen zonder contributie naar de kolonie te kunnen opzenden.
Wij hebben gemeend de subkommissien ten platten lande daarin te moeten laten deelen.
In onze vergadering van den 18 november ll. heeft alzoo eene loting plaats gehad, waarin alle subkommis≠sien in de grietenij gedeeld hebben, en is het lot gevallen op Achtkarspelen, aan welke wij dadelijk berigt hiervan gezonden, maar tot nog toe geen antwoord ontvangen hebben.
Wanneer hetzelve nog niet spoedig inkomen mogt, verzoeken wij UWEd: deze subkommis≠sie als diligent aantemerken.

Het huisgezin hetwelke wij UWEd uit deze stad voordragen bestaat uit volgende personen:
Johannes Daan 51 jaar win≠kelknecht gere≠formeerd
Maaike Geerts 40 jaar naai≠ster en breidster
Jan 9 jaar
Geert 6 jaar

Aankomst
De permanente commissie accepteert de voordracht op 6 december 1823, zie designatie 89 in het designatieregister 1823. Op 4 januari 1824 komt het gezin aan en worden ze gehuisvest in woning 41 (later doorgestreept en vervangen door 62) van het eerste gesticht. Ze staan op scan 14 (zie helemaal bovenaan de pagina hoe de scans te bereiken zijn) van het stamboek van het eerste gesticht met invnr 1571 en daarvandaan neem ik de gegevens over:

● Johannes Daan is volgens die inschrijving geboren in 1792. Hij is net als de rest van het gezin hervormd. Hij is getrouwd met:

Maaike Geerts, geboren in 1783. Het echtpaar heeft 2 kinderen bij zich:

● Jan Daan, geboren op 17 oktober 1814, en
● Gerrit Daan, geboren in 1817.

Op 2 oktober 1827 verhuist het gezin naar woning 64.
In het stamboek met invnr 1573 (1827-1834)staan ze op scan 7, waar woningnummer 64 is doorgestreept en vervangen door 1. In het stamboek met invnr 1574 (1834-1847) staan ze op scan 7, waar staat dat ze in een 'ambtenarenwoning' wonen. Waarom dat is weet ik niet.

Kinderen vliegen uit
Op 1 mei 1836 gaat zoon Gerrit Daan in militaire dienst en hij komt daarna niet meer bij zijn ouders terug.

Op 27 mei 1843 verlaat zoon Jan Daan de kolonie met ontslag. Dat is om te trouwen met ene Aaltje Jans van Zwol, van wie ik nog zal uitzoeken hoe ze in Veenhuizen is gekomen. Overigens zal dertien jaar later broer Gerrit Daan trouwen met een zus van Aaltje van Zwol. Ook te Norg.

In het stamboek met invnr 1575 (1848-1859) staan de beide ouders Daan op scan 17. Ze schijnen nu in woning 7 te wonen.


Rijkspostbode
Dan is het 1851 en blijkbaar woont zoon Jan met zijn echtgenote dichtbij de kolonie. Bij de agenda van 29 juli 1851 N5, invnr 705. zitten daarover drie stukken. De eerste is een briefje van de adjunct-directeur van het eerste gesticht te Veenhuizen, Cornelis Wilhelmus Rensing, van 3 juni 1851 aan de directeur der koloniŽn:

Het is UwEd bekend, dat er in de onmiddellijke nabijheid van dit Gesticht eene woning is gebouwd voor den Rijkspostbode J. Daan, maar UwEd is waarschijnlijk onkundig dat in dezelve eene komeneisch winkel gedreven wordt.

Het bezoeken van deze winkel de koloniale bevolking, ja zelfs de ambtenaren te verbieden, is het werk van een oogenblik, maar het geheel te beletten, zoo lang daartoe geene bijzondere maatregelen gebezigd worden, is moeijelijk.

Er valt veel over het toelaten, maar meer nog over de gevolgen van het verbieden van dezelve te verhandelen, doch daar dit beter te bespreken dan t beschrijven is, zoo stel ik UwEd voor, deze zaak tot Uwe eerste overkomst onaangeroerd te laten.

Op het veld
Op de een of andere manier komt de kwestie ook bij de permanente commissie en die stelt er op 15 juli 1851 N21 vragen over aan de directeur der koloniŽn. Die weet al helemaal van de hoed en de rand dus zijn antwoord komt snel, op 19 juli 1851, in een brief met nummer N1944.

Ter voldoening aan den brief van den 15 dezer maand N21, heb ik de eer UwHoogEdG te te berigten, dat de bedoelde woning gebouwd is door of van wege den Heer Tonckens te Westervelde, op het aan hem toebehoorende veld, hetwelk tot aan de gracht van het 1e Gesticht strekt, waarachter die woning is gezet en dat dezelve wordt bewoond door den postbode J. Daan, zoon van den kolonist van dien naam, welke gehuwd is en het ontbrekende aan zijne verdiensten als bode, door het houden van een winkel van komenij waren, garen en band en dergelijke tracht aan te vullen;

zijnde het hem door den Heer Tonckens nadrukkelijk verboden sterken drank te verkoopen, waarvan hij zich, naar het mij en alle ambtenaren voorkomt, wel strikt onthoudt en, zoo lang het hem verboden blijft, zal onthouden.

Dat ik dat huisje en dien winkel verledene week zelf heb bezocht en met die menschen gesproken, die mij zeer ordentelijk voorkomen, van wien wij geen overlast te vreezen hebben.

Het is over dat onderwerp dat de Adjunct-Directeur mij in dato 3 Juny N119 schreef, hetgeen ik de eer heb UwHoogEdG bij nevensgevoegde extract brief mede te deelen en waaromtrent ik UwHoogEdG nu nog moet opmerken:

1) Dat het vonder of brugje, hetwelk achter het Gesticht over de gracht lag, reeds op het verlangen van den Heer Tonckens zelve is weg genomen.

2) Dat dus niemand bij den woning van Daan kan komen dan die voor-om den portier voorbij, er heen gaat.

3) Dat de winkel van Daan gelijk staat met de venters, die vůůr aan hyet Gesticht hunne waren komen aanbieden en dat, wanneer hij voortgaat zoo als hij begonnen is, hij de grootste concurrent zal worden van den Onderdirecteur-buiten, als welke hij tracht te overtreffen door goede waar voor matige prijzen te geven.

Winkelaanbod
De onderdirecteur-buiten Gerrit Harms Kuipers, zie over hem op deze pagina, verkoopt dus in zijn winkel minder goede waar voor duurdere prijzen. Naast bij deze twee winkels, en bij de venters aan de poort, kunnen de bewoner van het eerste gesticht voor hun aankopen ook nog terecht bij de officiŽle winkel van dit gesticht, die anno 1851 wordt gedreven door de voormalige zaalopziener Martinus van der Meij de Bie.

De permanente commissie vindt dat winkelaanbod wel voldoende en besluit 29 juli 1851:

Overwegende, dat het gebruik maken, zoo door de ambtenaren als door de bevolking, van den bedoelden winkel het aankoopen van sterken drank of andere ondoelmatige of schadelijke artikelen zoo gereedelijk kan bevorderen, en ook het strengste toezigt ten deze, geene dusdanige misbruiken kan voorkomen, terwijl overigens het houden van winkels ook nog door andere zou kunnen worden nagevolgd.

BESLUIT

den Directeur te kennen te geven dat aan de ambtenaren en de bevolking het gebruik maken van de boven vermelden winkel moet worden verboden, en daarop een streng toezigt moet worden gehouden, met uitnoodiging aan den Directeur daarop de vereischte order te stellen. 

Waarmee de kruidenierswinkel van de familie Daan wel voorgoed om zeep zal zijn geholpen. Blijkens de geboorteplaatsen van de kinderen blijven ze nog wel in die woning - die ligt dus echt he-le-maal in het niets - wonen. Het voordeel is dat Jan Daan lekker dicht bij zijn ouders woont.

Daarvan overlijdt op 26 juli 1858 Maaike Geerts.
Johannes Daan blijft alleen achter en verlaat Veenhuizen hoogbejaard met ontslag op 26 juni 1874.