Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





PAGINA NOG NIET AFHet aardappelbrood en de ontwikkelingen door de hele koloniale periode

Op xx





In 1833 wordt overwogen om meer aardappelen in het brood te doen. Dit wordt beschreven op pagina XX van De kinderkolonie. Op 6 februari 1833, in een brief met nummer N233, invnr 133, schrijft de directeur:

Bij de beantwoording van UwEdg. aanmerkingen op de aanvragen om fondsen voor November 1832, deelde ik UwEdg. mijne bedenkingen mede, op het verlangen, om in het brood meer aardappelen te verbakken dan twee mud bij één mud rogge, en zeide ik UwEdg. hieromtrent een nader rapport toe, na dat ik hier, te Frederiksoord, brood van 3 mud aardappelen met één mud rogge, tot eene nieuwe proef, zou hebben doen bakken.

Dit thans geschied zijnde en mij hierover ook met de Adjunct Directeuren te Veenhuizen mondeling onderhouden hebbende, heb ik de eer UwEdG. te berigten, dat het brood van 1 mud aardappelen méér mij nog al voldaan heeft, waarom ik dan ook met die verhouding van aardappelen en rogge in de gewone koloniën heb doen voortgaan het brood te bakken.

Te Veenhuizen zulks navolgen, komt mij voor aan te veel bedenkingen onderhevig te wezen. Hier toch zijn zeldzaam meer dan 2 mud aardappelen bij 1 mud rogge verbakken,- wordt, voorts, gedeeltelijk, nog rogge van eigen gewas gebruikt, ter oorzake van minder geschikte dorsch- en bewaarplaatsen voor rogge, dan bij den gewonen boer, minder droog en uit dien hoofde ook niet zoo goed gemalen kan worden dan deze, waartoe het gebrekkig beheer van den korenmolen, voor als nog, mede bijdraagt en is mitsdien het meel minder geschikt, om met meer aardappelen daar onder, vast en goed brood op te leveren.

Eindelijk zou hier eerst nog open water dienen te worden afgewacht, om door aanvoer van aardappelen, daarvan in die ruimte te hebben, als tot een grooter verbruik noodig is.

Te Ommerschans ben ik sints nog niet geweest, doch weet ik vooraf wel, dat men met den voorraad van aardappelen van eigen gewas, op de tegenwoordige maat van verbruik, vooral niet meer dan toekomen zal, zoo dat hier geen grooter verbruik van aardappelen onder het brood gevorderd wordt om het eigen gewas behoorlijk te consumeren.

In de kantlijn bijgeschreven: maar men kan dan immers wel aardappels aanvoeren, tot evenredig mindere prijzen dan de rogge

In het algemeen wil ik ook niet ontveinzen, dat ik ongaarne klagten over de deugdzaamheid van het brood zoude hooren, die sedert lang volstrekt niet vernomen zijn en vooral van daar, waar Veteranen geplaatst zijn, zijn te verwachten, wanneer, door meerdere aardappelen onder hetzelve te verbakken, zoo wel de eigenaardige kleur als de geur of smakelijkheid van het rogge-brood verminderen zou, dat ontegenzeggelijk het geval is, hoe deugdzaam of voedend het aardappel brood ook zij.

En daar nu het geldelijk voordeel mij niet van zoo veel belang toeschijnt, zou ik UwEdG. wel willen verzoeken, genoegen te willen nemen, dat men bij de gestichten voortga met niet meer aardappelen dan sints ruim drie jaar plaats vond, onder het brood te verbakken.
De Directeur der koloniën
J. van Konijnenburg

Bang voor de veteranen dus. De permanente commissie besluit hierover 16 februari 1833 N21, invnr 409:

Gelezen eenen brief van den Dir. der kol. van den 6 dezer N233

Besluit

aan dezelven te schrijven als volgt:

In antwoord op UwEd brief van den 6den N233, hebben wij de eer UwEd te kennen te geven, dat wij er genoegen mede zullen nemen, dat alleen in de gewone kolonien het brood gebakken wordt in de verhouding van 3 mud aardappelen tot 1 mud rogge, en bij de gestichten wordt voortgegaan met in het brood niet meer aardappelen te verbakken dan tegenwoordig plaats heeft.