Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Notities over Dirk Dikkeboom en zijn gezinsleden plus over de bij hen ingedeelde weeskinderen


Omdat de familie weer zo snel van de kolonie verdwenen is, hebben ze geen sporen achtergelaten in de bevolkingsadministratie van de koloniën. Daardoor ontbreken geboortedata, gezinssamenstelling en andere gegevens. maar dankzij contact met familieonderzoeker Ernst van Erkelens en aanvullend speurwerk door Gerry Molendijk hebben we het gezelschap inmiddels toch wel in kaart.

Dirk Dikkeboom is geboren omstreeks 1774 te Heerenveen. Hij trouwt voor de kerk circa 1805 te Steenwijk met Gesiena van Erkelens/Gesiena Jacoba Roelofs.
Op 17 januari 1806 meldt het burgerboek van Steenwijk: 1806 den 11 Januari, Dirk Dikkerboom geboren op 't Heerenveen van de Gereformeerde religie heeft voor hem en zijn vrouw het kleijn burgerregt aangegeven en daar voor betaald de somma van vijf en dertig gulden en twaalf stuivers als van ouds en heeft voorts den eed volgens het formulier afgelegd en zijn tot klein burger dezer stad aangenome.
Hij zal overlijden 3 januari 1828 te Schoterland, overlijdensakte, aktenummer A 3: 'oud drie en vijftig jaren, krammer wonende in het Meer, gehuwd met Gesina Jacoba van Erkelens dienstmeid wonende te Amsterdam, nalatende twee kinderen'. Wat met krammer bedoeld wordt zou ik niet weten. Zijn echtgenote:

Gesiena van Erkelens staat als Gesiena Jacoba Roelofs in de parenteel van Roelof Roelofs, zie bij III-f. Zij is gedoopt 28 mei of 1 juni 1777 te Steenwijk, dochter van Roelof Roelofs, bezembinder, en Hendrikjen Geerts Henniks. Zij woont later met het gezin van haar dochter Antje in Amsterdam en overlijdt daar 18 maart 1857 op 79‑jarige leeftijd.

Ze komen op de kolonie met drie kinderen:

Catrina Hendrika Dikkerboom, geboren 1 december 1807, gedoopt (als Hendrika Catrina) 8 december 1807 te Steenwijk. Nadat het gezin is weggestuurd, keert zij niet meer terug in de kolonie. Zij trouwt in 1832 met ene Harm Keizer uit Steenwijk. Volgens de stamboom Thijs Janssoon (van Mulligen) is die laatste kleermaker van beroep. Diezelfde bron meldt bij een later (1858) huwelijk van een dochter uit dit huwelijk, dat Catrina Hendrika, oftewel de  ‘moeder der bruid verklaard heeft haren naam niet te kunnen teekenen, als zulks in het geheel niet geleerd hebbende’. Daarvoor is ze inderdaad te kort op de kolonie geweest.

Ernestus Dikkerboom, geboren 22 december 1809, gedoopt 31 december 1809 te Steenwijk. Hij komt na een paar jaar wel terug op de kolonie, zie onder.

Antje Dikkerboom, geboren 21 maart 1812, gedoopt 22 maart 1812 te Steenwijk. Zij komt ook terug:

Als op 7 juni 1821 uit Steenwijk het gezin van Hendrik Bartels de Vos aankomt, blijken daarin als ingedeelden te zijn opgenomen Ernestus Dikkeboom en Antje Dikkeboom.
Of de ouders hebben zelf gevraagd om de kinderen in de kolonie op te nemen omdat zij niet voor hen kunnen zorgen of de subcommissie Steenwijk heeft de dreigende taal uit haar brief van 19 januari 1819 waargemaakt en de kinderen gewoon van de ouders afgenomen.

Ze wonen bij Hendrik Bartels de Vos op hoeve 72 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje.

Op 21 april 1826 schrijft de subcommissie Steenwijk, invnr 78, dat de twee mogen vertrekken van de kolonie, dat de jongen een dienst kan gaan zoeken en de moeder slechts wacht op het ontslag om met het meisje naar Amsterdam te vertrekken

Blijkbaar gaat het vertrek dan niet door, want op 18 juli 1827 deserteren Ernestus en Antje Dikkeboom samen van de kolonie. Ernestus zal nog in hetzelfde jaar te Steenwijk overlijden, Antje trouwt later en vestigt zich in Amsterdam.

Klaasje Winters

Van het bij de Dikkebooms ingedeelde en gemaltraiteerde weesmeisje Klaasje Winters is onbekend of ze gelijk met het gezin is vertrokken en daarna weer teruggekeerd of dat ze in de kolonie is gebleven. In ieder geval staat ze later ingeschreven als ingedeelde bij de Steenwijkse kolonist Jan Ragius. Zie bij hoeve 57 op deze pagina. Daar staat haar geboortedatum als 1802 in plaats van 1804. Welke juist is weet ik niet.
Ragius arriveert 31 juli 1820 in de kolonie, de Dikkebooms waren januari 1819 weggestuurd dus misschien is Klaasje tijdelijk op een andere hoeve ondergebracht, misschien is ze tijdelijk in Steenwijk geweest.

Op 12 mei 1822 meldt de subcommissie Steenwijk in een briefje, gevoegd bij een brief van directeur Wouter Visser, invnr 61:
Steenwijk, 11 mei 1822
Ik heb de eer UWelEd. namens de subkommissie te Steenwijk te berigten dat de koloniste Klaasje Winters, behoorende tot het gezin van J. Ragius, op haar verzoek van onzen kant de vrijheid heeft erlangd van buiten de kolonie te gaan dienen;
– en UwelEd. dus vriendelijk te verzoeken het noodige deswegens te verrigten en intusschen gemelde Klaasje Winters te willen ontslaan van hare verpligting aan de kolonie.
Namens bovengen. subkommissie
W. Hovens Gréve

Klaasje Winters vertrekt op 3 juni 1822 van de kolonie.

Geert Winters

Of de andere ingedeelde bij de Dikkebooms, en naar ik aanneem haar broer, Geert Winters, dezelfde is als de Winters die een rol speelt in het ‘liederlijk, ontuchtig en losbandig leven’ van een Kampense huisverzorgster, zie deze pagina, weet ik niet, maar het zou zomaar kunnen. Verder kan ik hem nergens in de kolonieadministratie vinden.

Zie de stukken over de selectie van het gezin voor de proefkolonie of over het wegsturen van de kolonie of ga terug naar de overzichtpagina Dikkeboom.