Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Antje Molewijk belandt na vierenhalf jaar Frederiksoord in de strafkolonie en gaat van daaruit dienen


Antje Gesina Molewijk is vijftien of zestien jaar oud als ze op 31 oktober 1818 met haar ouders in de proefkolonie aankomt. Haar voornamen komen ook voor als Sophia Gesina.


Uit een brief van de directeur der koloniŽn Wouter Visser dd 23 maart 1823, invnr 64:
Eindelijk heb ik de eer de P.K. te berigten, dat op gisteren door de Raad van Policie te Steenwijk zijn verwezen, en heden vertrokken naar de Ommerschans (Ö) Antje Molewijk, dogter van den kolonist Molewijk uit no.1 uithoofde van haar onzedelijk gedrag waarvan de gevolgen reeds zigtbaar zijn.

Antje Molewijk komt blijkens dit overzicht inderdaad op 23 maart 1823 in de strafkolonie op de Ommerschans aan. Het staat niet in het stamboek van strafkolonisten aangetekend, maar daar bevalt ze op 20 juni 1823 van een dochtertje Sophia Gerardina Molewijk. Zie de geboorteakte op bonmama.


Dat kind gaat 14 september 1824 naar haar grootouders, dus Johannes Molewijk en Maria Selie, en haar neven en nichten. En Antje Gesina wil dan vrij. Ze richt zich daartoe tot het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Op 21 december 1824 schrijft de Administrateur van het Armenwezen van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de permanente commissie, invnr 71:
Antje Molenwijk, dochter van den colonist van dien naam te Frederiksoord, heeft een request ingediend om haar ontslag uit de Ommerschans, waar zij sedert maart des jaars 1823 tot hare straf gedetineerd is geworden.
Ik het de eer UWelEdelen voortz. request hierbij te zenden, begeleid van een berigt van den Gouver≠neur van de provincie Drenthe.
Het zal mij aangenaam zijn UWelEd. conside≠ratie nopens de zaak aan mij medegedeeld te zien, om, met volkome≠ne kennis derzelve, eene dispositie te kunnen nemen


Het verzoekschrift zit er niet bij, want dat heeft de permanente commissie teruggezonden. Binnenlandse Zaken mag dan beslissen over de vrijlating van bedelaars, maar voor Antje is het het verkeerde lokat. Dat maakt de permanente commissie duidelijk:


Op 14 januari 1825 schrijft de permanente commissie  aan de Administrateur van het Armenwezen, invnr 356:
Met terugzending van de ons daarbij toegezondene stukken betrekkelijk de koloniste Antje Molenwijk, vermeenen wij UwHEdG. ten aanzien van haar gedaan verzoek te moeten aanmerken,
dat haar vader het hoofd is van een gewoon koloniaal huisgezin, het welk zich nog werkelijk in de vrije koloniŽn bevindt;
dat hare verwijzing uit het huisgezin naar de zoog≠enaamde strafkolo≠nie, een afzonderlijk etablissement aan de Ommerschans, het gevolg is geweest van haar zedeloos gedrag;
dat diergelijke verwijzingen voor een korte of lange tijd naar gelang des wangedrags geschieden over≠eenkomstig de koloniale Reglementen, en op de beslissing van de Raad van Policie der koloniŽn;
en dat derhalve het door de koloniste Antje Molenwijk verzocht ontslag uit dat etablissement om bij hare ouders in de vrije koloniŽn weder te keeren, eene zaak is welke, even als de verwijzingen derwaards, behoort tot het huishoudelijk bestuur der kolonien ter bewaring van goede orde, en bevordering van zedelijkheid en nijverheid onder de kolonisten:
zoodat het rekwest van A. Molenwijk, naar ons inzien, moet beschouwd worden als abusivelijk, in navolging van sommige kolonisten uit het bedelaars etablisse≠ment aldaar, welke op de kontrakten met het Gouvernement zijn uitbesteed, waarmede de strafkolonisten echter niets gemeens hebben: zullende wij echter op het te kennen gegeven verlangen dier kolonist het noodig regard slaan.


De administrateur is duidelijk gemaakt dat hij zich nergens mee moet bemoeien. Dat gaat hij, ambtenaar als hij is, nog maar eens schriftelijk bevestigen:


Op 25 januari 1825 schrijft de Administrateur van het Armenwezen aan de permanente commissie, invnr 72:
Gezien het request van Antje Molenwijk, verzoekende ontslag uit de zoogenaamde straf colonie, waar zij sints maart 1823 is gedetineerd;
Gelet op het rapport van den Gouverneur der provincie Drenthe en de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid, te 's Graven≠hage;
Overwegende dat de requestrante de dochter is van in de vrije colonien gevestigde ouders, en zijn mitsdien, daartoe termen bestaande, het ontslag, dat zij verzoek behoort te erlangen van de Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid, op voorspraak en door de tusschen≠komst van hare ouders;
Verwijst de requestrante naar de zoo even genoemde Commissie;
Afschrift van deze dispositie zal worden gezonden, zoo aan den Gouverneur van Drenthe en aan de commissie voornoemd, als aan de requestrante, tot narigt respectivelijk.

Aan Antje zal ook duidelijk gemaakt zijn dat ze bij de permanente commissie moet zijn. Misschien heeft ze eerder al andere brieven geschreven, maar de nu volgende is heel mooi en is geciteerd op pagina 290 van De proefkolonie:


Brief van Antje Molewijk aan de permanente commissie dd 5 september 1825, invnr 75:
Ommerschans den 5 september 1825
Hoogedle Heere
Mag ik nog eenmaal de vrijhijd neeme UEdlens ten vriendlijkste te smeeke van mijn mijne vrijheid weer te geeve Uliedens wel verzeekerde van mijn verdere oppassendheid;
het is reeds in het derde jaar dat ik het geluk niet gehad heb van mijn ouders huis te mooge weederzien, het welk mij zoo ter haarte gaat dat ik er bijnaa mijn gezondhijd door verlooren hebt,
naa ver≠schooning verzogt te hebbe voor mijn vrijpostighijd en in de hoop van ugunstig antwoort,
teekene ik mij met de diepste eerbiet,
antje moolewijk.
 

De twee leden van de permanente commissie die rond die tijd in de vrije koloniŽn zijn, Johannes van den Bosch en Jeremias Faber van Riemsdijk, besluiten daarover 10 september 1825, in de 'Nota van door de leden der Perm Komm in de koloniŽn gemaakte bepalingen en genomene besluiten, nader gearresteerd den 16 sept 1825 (zie not: van dien dag, nr 21)', invnr 961, zie deze pagina:
Op het verzoek van Antje Molewijk om uit de dwangkolonie te O Scacns te worden ontslagen, zal in zoo verre voldaan worden, dat aan haar een verlof voor den tijd van drie jaren zal worden verleend, ten einde te gaan dienen mits niet in de nabijheid der kolonien.


Blijkbaar zijn ze bang dat Antje degene die haar bezwangerd heeft weer zal ontmoeten. Maar het kan, op de zitting van de kleine raad van 12 november 1825, verschijnt:
Johannes Molewijk, kolonist in kol 1, wil zijn dochter Antje, voor eenige tijd van de strafkolonie Ommerschans gekomen, te mogen geleiden en vergezellen naar Zutphen, alwaar volgens zijne verklaring een dienst voor haar gereeds was.


De datum dat ze van de Ommerschans vertrekt is nergens aangetekend, maar uit voorafgaande blijkt dat ze ergens eind september 1825 is vrijgelaten. Haar definitieve ontslag is pas op 6 september 1828, zie onderaan dit besluit.


We mogen gezien bovenstaande aannemen dat Antje eerst te Zutphen verblijft. Later zal ze in Amsterdam blijken te zijn. Op de zitting van de Kleine Raad van 4 januari 1834 speelt zich het volgende af:
Verschenen: de kolonist Molewijk van kolonie N. 1, met verzoek om zijn kleinkind, met name Sophia Gerardina in de sterkte der koloniale bevolking mogt worden opgenomen.
Genoemd meisje is een onecht kind van Antje, dochter van Molewijk, welke, uit hoofde van zwangerheid den 23 Maart 1823 overgeplaatst is naar de Ommerschans, alwaar gemelde kind in datzelfde jaar geboren is.
Vervolgens is het kind, met toestemming der Directie van Ommerschans aangebragt naar kolonie N. 1, bij derzelver grootouders en de moeder, Antje Molewijk, verlof verleend om voor eenen onbepaalden tijd buiten de koloniŽn te gaan dienen.
In de maand April 1833 is Antje Molewijk in haren dienstbaren staat overleden, zoo dat het kind thans zonder ouderlijken hulp of zorg verkeert en bij het overlijden der grootouders (onder wiens opzigt het nog is) geheel aan zich zelve zou zijn overgelaten.
Weshalve de Raad het verzoek van Molewijk moet goedkeuren en de Permanente Commissie verzoekt hare autorisatie te willen geven, om gemelde kind in de sterkte te doen opnemen.


Opgenomen in de sterkte houdt in dat ze ook onder de Maatschappij van Weldadigheid valt als de grootouders er niet meer zijn. Het verdere leven op de kolonie van Sophia Gerardina Molewijk staat op de pagina van Stephanus Molewijk.

Zie verder de archiefstukken over het gezin in de beginperiode of de notities over latere gebeurtenissen bij het gezin of de koloniale carriŤre van Stephanus Molewijk of de terugkeer op de kolonie van Gerhardina Molewijk of ga naar de overzichtspagina van Molewijk.