Naar het overzicht
van stukken over SUBCOMMISSIES




De subcommissie van weldadigheid te Enkhuizen

Enkhuizen meldt op 19 juli 1818 dat er in de stad een subcommissie van weldadigheid is opgericht, zie hier.

Leden subcommissie Enkhuizen

Voorzitter is de medicus Cornelis Stant, leden zijn de Lutherse predikant J.A. Helper Sesbrugge, de gepensioneerde majoor J.F. George en de stadbestuurders E.A. Valentijn en F. De Wit, en de secretaris en in alle opzichten actiefste man binnen de commissie is de hervormde predikant mr. Jan Duivensz Ottho van Tricht.


Contribuanten in 1818 in Enkhuizen

Volgens het overzicht door de permanente commissie van de Maatschappij van Weldadigheid zijn er in 1818 te Enkhuizen 92 controbuanten.


Enkhuizen en de proefkolonie

Enkhuizen mag een gezin in de proefkolonie plaatsen. Op 24 september heeft de subcommissie haar keus gemaakt en draagt zij Pieter Wage­ma­ker, oud 23 jaar en zijn vrouw Trijntje Rapma, oud 27 jaar, aan de permanente commissie voor. Die voelt niets voor Wagemaker, want het jonge paar heeft alleen een kind van drie jaar oud. De permanente commissie wil grotere gezinnen, met ondermeer ‘een aankomende jongen’ van boven de 10 om de vader te helpen op het land en liefst twee ‘aankomende meisjes’ om de moeder te helpen met spinnen.
De subcommissie duikt de armenzorg weer in en doet vijf dagen later een multiple choice voordracht. Daaruit wordt gekozen het gezin van Jan Bult en Diewertje Jacobs de Vries, Zie verder hier.

Contracten december 1819

De Direkteuren van het BurgerWeeshuis van Enkhuizen sluiten december 1819 een A-contract (zie voor uitleg daarover deze pagina) met de Maatschappij van Weldadigheid. Door het contract A3 hebben zij voor 'altoos' het recht om zes weeskinderen met bijbehorende huisverzorgers en twee arme gezinnen in de vrije koloniën te vestigen.

Diezelfde maand sluit de subcommissie van weldadigheid Enkhuizen een C-contract (zie voor uitleg daarover deze pagina) met de Maatschappij. Door het contract C1 heeft zij voor 'altoos' het recht om 'zes personen één huisgezin uitmakende' in de vrije koloniën te vestigen.

Contract november 1820

De Direkteuren van het BurgerWeeshuis van Enkhuizen doen november 1820 nog een A-contract (zie hierboven). Contract A20 geeft ook weer voor 'altoos' het recht om zes weeskinderen en bijbehorende huisverzorgers plus twee arme gezinnen te plaatsen.

Onenigheid in 1822

Als secretaris Van Tricht de kolonie heeft bezocht en oktober 1822 enige kritische kanttekeningen aan de permanente commissie stuurt, wordt de sfeer tussen beiden uiterst vervelend, zie op deze pagina. Voor zover mij bekend komt dat ook nooit meer helemaal goed.