Extract uit het verhandelde bij den raad van Policie over de vrije kolonien Zaterdag den 20 mei 1826

Present:
de Heer W. Visser, Direkteur en President
de Heer  M. Bersma,
de kolonist Zwier, gemeensman
de kolonist  Hoffmann id
de kolonist  Gutsloo id en
van Wolda, secr,

Door den raad van toezigt over Kolonie No 2, is tot dezen raad verwezen, Albertus van Schagen, oud 19 jaren, ingedeelde wees bij den vrijboer van Ham in kol No 2, als beschuldigd, blijkens overgelegd proces verbaal van gemelden raad, in dato 19 dezer, van op den 26 maart Jl, voor de tweede maal, zonder verlof de kolonie te hebben verlaten.

Dezen jongeling hierover gehoord hebbende, heeft dezelzve voor redenen van zijn wegloopen opgegeven, dat van Ham hem zulks had aangeraden, hopende dat hij van zijne familie eenige kleeding zoude opdoen, en hem zelfs reisgeld had medegegeven, en eindelijk dat van Ham hem gaarne voor eenige tijd van huis had gezonden, om zoo veel vrijer met eenige kolonisten te kunnen handelen in rogge, welke hij dan wederom aan zijn paard voederde.

De raad hierover delibrerende, en in aanmerking genomen hebbende:
a Dat de jongen reeds twee malen zonder verlof de kolonie heeft verlaten, en
b de laatste maal door den Onderdirekteur Bosma, bij een landlopend huisgezin is wedergevonden.

Is bevonden:

Dat alle leden van den raad van gevoelen zijn, dat de jongeling veroordeeld moet worden naar de Ommerschans, behalve de gemeensman Gutsloo, die van meening is, dat de jongen, bij een ander huisgezin en in eene andere kolonie verplaatst wordende, wel wederom te regt gebragt kan worden.

Waarop eindelijk besloten is:
1 Albertus van Schagen wordt wegens zijne misdaad van desertie veroordeeld naar de strafkolonie Ommerschans
2 dezelve zal echter alhier zoolang in bewaring worden gehouden tot men den vrijboer van Ham ook voor den raad gehad, en omtrent het een en ander door den jongen opgegevene gehoord zal hebben.

En zal bij afschrift dezes, van dit vonnis worden kennis gegeven aan de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid.
Voor extract conform,
De Direkteur der Koloniën
Visser



BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615