Extract van het verhandelde bij den raad van policie in de vrije kolonien
Zaterdag den 16 september 1826


Present
de Heer Visser, President
de Heer Bersma
de gemeensman Zwier
de gemeensman Gutsloo
de gemeensman Hoffman en
JH van Wolda, secretaris

Door den raad van toezigt van de kolonie No 2 en 3 zijn, blijkens procesen verbaal, in dato 15 dezer, tot den raad van policie verwezen

a Johannes van Tuil, ingedeeld bij den huisverzorger Smit in kol no 2, omdat dezelve op den 21 augs JL heimelijk de kolonie verlaten had

b Sofia Walraven, ingedeeld bij de huisverzorger Dijkstra in kol no 3 uit hoofde zij hare gezangboek voor 25 centen verkocht en het voornemen gehad had, ook nog haar bijbel en boezelaar te verkoopen, ten einde zoodoende reisgeld te krijgen, om eens hare eigene moeder, in Dordrecht wonende, en welke zij in 3 1/2 jaar niet gezien had, te bezoeken

c Jannetje Lammers, ingedeeld bij de wed. Kuypers, in kol no 3, en

d Titia Haman, ingedeeld bij de wed. Wolf in kol no 3, welke beide zonder het daartoe noodige verlof bekomen te hebben, 17 dagen naar Groningen zijn geweest.

De opgenoemde jonge lieden voor den raad gecompareerd, en hen over hunne misslagen gehoord hebbende, hebben zij bekend, dat alles naar waarheid was, waarover zij door den raden van toezigt beschuldigd waren.
Gevende Joh. van Tuil voor redenen van zijne desertie op, dat hij bij Smit slecht behandeld werd en hij daarvoor het voornemen had opgevat, bij den Landm (bedoeld zal zijn Landsmilitie) dienst te nemen
Sofia Walraven, voor het verkoopen van haar gezangboek, enz het verlangen om hare moeder te zien
Jannetje Lammers en Titia Haman, voor het in stille naar Gron gaan, dat zij daar eenen dienst hadden willen zoeken, doch dat zij door hare subkommissie dadelijk naar de kolonie waren te rug gezonden, zij hadden om verlof gaan gevraagd, doch omdat de Groninger Ziekte, was haar hetzelve geweigerd, hoewel de Subkommiissie van Gron het verzoek van J.Lammers had toegestaan, zoo de Direkteur zulks kon goedvinden.

De raad overwogen hebbende, de belangrijkheid dat alle desertie uit de kolonie geweerd en alzoo ook deze jonge lieden voor hunne misdaden gestraft worden, bleek het gevoelen van ieder lid van den raad in substantie te zijn, als volgt:

1 Omtrent Joh. van Tuil en Titia Haman
Zwier, Gutsloo en Hoffmann: voor 8 dagen in de kas op te sluiten
Bersma en Van Wolda: voor 6 weken naar de Ommerschans
De Hr Visser: voor eenen onbepaalden tijd naar de Ommerschans

2 Omtrent Sofia Walraven
Zwier, Gutsloo, Hoffmann en Van Wolda: voor 8 dagen op te sluiten in de koloniale kas
Bersma: voor 6 weken te verwijzen naar de Ommerschans
De Hr Visser voor eenen onbepaalden tijd te verwijzen naar de Ommerschans

3 Omtrent Jannetje Lammers
Zwier, Gutsloo, Hoffmann, Bersma en Van Wolda: voor 8 dagen in de kas op te sluiten
De Hr Visser: voor eenen onbepaalden tijd te verwijzwen naar de Ommerschans

De gevoelens der leden van den raad in het vonissen dezer jonge lieden verschillende

Is besloten

De straffen, welke Joh. Van Tuil, Sofia Walraven, Jannetje Lammers en Titia Haman zullen worden opgelegd, over te laten aan het wijze oordeel der Permanente Kommissie, aan welke insgelijk, door afschrift dezes, van dit verhandelde zal worden kennis gegeven.

Voor eensluidend afschrift
De Direkteur der Koloniën,
Visser

In de kantlijn bijgeschreven: Perm.Komm. heeft Met het gevoelen Direkteur ten u wege Not. 7 nov 1826 Art. b 5 van Konijnenburg Secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615