Notulen van het verhandelde bij den Raad van Policie en Tucht voor de gewone Koloniën van den 5 Februarij 1831


Tegenwoordig:
De Heer M. Bersma  LP
De Heer A. Brouwer
De kolonist de Vries, gemeensman
De kolonist Boddendijk, gemeensman
De kolonist Jansen, gemeensman
en JH van Wolda, Secr.

De President legt over een proces verbaal van den Raad van toezigt van Kol.1,  waarbij opgegeven en bewezen wordt, dat de bestedeing Johanna Jacoba Zilver, op den 27 Januarij JL uit het huisgezin van de wed. Gunther, weggeloopen en gegaan was naar de Ommerschans, met het oogmerk daar te blijven, doch de Directie dier Kolonie had haar wederom naar herwaards doen overbrengen.

De beschuldigde voor de raad geroepen en verschenen zijnde, verklaart dit alles waarheid te zijn, verzoekende dat, indien het zijn kon, zij dan tot hare straf verwezen mogt worden naar de Ommerschans, wijl zij in de gewone kolonie, overal waar zij ingedeeld was geweest, mishandeld en verstooten was geworden.

Overwegende dat het zonder verlof de kolonie te verlaten, ingevolge art 2 litt d en Art. 3 § 2 van het reglement van policie en tucht gestraft zal worden met overplaatsing voor eenen onbepaalden tijd naar de Kolonie Ommerschans,
Het gevoelen der leden van den Raad overeenstemmende

Besluit

De bestedeling Johanna Jacoba Zilver, onder goedkeuring van de Permanente Commissie voor eenen onbepalden tijd te doen overplaatsen naar de Ommerschans.

En is hiervan opgemaakt dit proces verbaal, hetwelke na geteekend te zijn, aan de Permanente Commissie zal worden ingezonden.

Op heden Zaterdag den 5 Februarij 1831
M. Bersma
A. Brouwer
de Vries,
O. Boddendijk
JL Janssen
JH van Wolda, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag