Raad van Policie en Tucht voor de gewone koloniën van den 9 juli 1831


De leden zijn allen tegenwoordig met uitzondering van De Vries.

De President legt over een Procesverbaal van den Raad van Toezigt in kolonie nr x van gisteren, naar aanleiding waarvan zijn opgeroepen de bestedeling Johanna Zeverink van Dortrecht, oud 17 jaren en ingedeeld bij den kolonist A: O: H: Kleinman, dewelke erkend sints zes maanden zwanger te zijn bij de nevens haar staanden Jan Beets, zoon van de wed: Beets, oud 24 jaren;

zij zegt daartoe niet zoo zeer te zijn verleid, en hij verlangt haar mede te willen trouwen, al ware het meisje ook niet zwanger van hem, terwijl beiden gehoopt hadden nog vóór dat hare toestand bekend was, ontslagen te zullen worden, om hun huwelijk te kunnen voltrekken, en elders een bestaan te zoeken, ofschoon zij een bepaald uitzigt hierop missen.

De Raad, overwegende dat de zaak uitgemaakt en de straffen, daarop gesteld, stellig is

Besluit

Genoemde Johanna Zeverink en Jan Beets worden ter zake hun oneerbare gedrag, overeenkomstig het Reglement en onder nadere goedkeuring van de Permanente Commissie voor een onbepaalde tijd na de Ommerschans verwezen,

Bijlage: Raad van toezicht van Frederiksoord 8 juli 1831

Proces Verbaal van het verhandelde in de Raad van Toezigt in kol nr 1 op vrijdag den 8 July 1831 des avonds ten 7 uren

De Raad van Toezigt van kolonie nr 1 bijeengekomen en door de voorzitter geopend zijnde, verschijnen na gedane oproeping voor dezelve de navolgende personen, die op de aan hen ieder afzonderlijk voorgestelde vragen het volgende zeggen; als

1e. Joanna Zeverink, dat zij oud is 17 jaren, ingedeeld bij de kolonist A.O. Kleinman, en sedert 6 maanden zwanger van Jan Beets, waarmede zij ook hoopt te trouwen, zoodra haar ontslag uit de kolonien, waartoe zij reeds voor ongeveer 4 weken aanvrage gedaan had, maar terug gekomen zal zijn.

2e. Jan Beets, zoon van de koloniste de wed Beets, wonende op Hoeve N53, dat hij 24 jaren oud is en seedert eenigen tijd bijzondere gemeenschap had met Johanna Zeeverink, die dan ook nu sedert 6 maanden van hem bevrucht was, dat hij wenschte haar te huwen of ingevalle zij daarvoor straf zoude moeten ondergaan, hetzij door overplaatsing naar de Ommerschans, of op een andere wijze, hij ook daarin verzoekt te mogen deelen en bij haar te blijven.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag