Raad van Tucht in de gewone koloniën, op den 2e February 1832

Alle leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van A. Brouwer

Komen voor:

Hilletje Kok, den 6e December jl gehuwd met den weduwnaar Hendrik Steunenberg, verklarende sints vijf maanden zwanger te zijn van den wijkmeester der 1ste wijk van kolonie N2, met name C. van Dijk,
verder verhalende, dat deze, de gevolgen van zijn misdrijf berekenende, haar gisteren had aangezocht en overgehaald tot het onderteekenen en afgeven eener verklaring, dat hij de vader van het te geboren kind niet zijn zoude, waartegen hij haar heeft afgegeven het hier bijgevoegd bewijs (** zie onder), van haar steeds te zullen helpen, als ware zij zijn eigen kind,

over welke verwisseling van verklaringen zij zich, echter, thans beklaagt, alzoo die door haar gegeven, of liever van haar afgedwongen, geheel valsch is, daar zij met niemand anders dan met hem, van Dijk, te doen gehad heeft.

En C. van Dijk, welke over de voornoemde beschuldiging gehoord wordende, aanvankelijk zijne schuld ontkent, doch, na hem verschillende vragen en omstandigheden zijn voorgehouden, erkent ontuchtiglijk met haar te hebben geleefd, doch bewerende, dat het van haar bekomen bewijs hem vrijstelde, van de vader des kinds te zullen heeten, alzoo zij zich ook met anderen konde opgehouden hebben.

De Raad,

Overwegende dat Hilletje Kok verklaard heeft met geen anderen dan van Dijk toen ter tijd te hebben geleefd, dat er ook geen vermoeden op een anderen persoon meer bestaat, en dat Van Dijk juist door het hebben doen onderteekenen en wederkeerig geven van opgemelde papijren, zijne schuld kennelijk heeft aan den dag gelegd, en daarbij niet ontkennen kan, met haar onzedelijken omgang te hebben gehad,

Besluit:

1e Het daarvoor te houden, dat C. van Dijk zich heeft schuldig gemaakt aan het misdrijf van ontucht § f Art. 2, ten gevolge waarvan hij naar de Ommerschans wordt verwezen § 2 van Art. 3

2e De schuldigheid der vrouw over te laten aan het oordeel van de Permanente commissie, naardien zij thans gehuwd is, en met haar man Steunenberg in vrede leeft, en er geen termen gevonden worden, om dit geheele gezin, waarvan de man de beledigde persoon, en de kinderen van denzelven geheel onschuldig zijn, naar de Ommerschans te verwijzen; terwijl eene scheiding van man en vrouw door dezelve noch begeert wordt noch wenschelijk schijnt te wezen.

De President geeft Hilletje Kok de nodige ernstige vermaningen, waarna de vergadering gesloten wordt.

J. van Konijnenburg, pres.
M. Bersma
J.L. Jansen
De Vries
A v O Boddendijk


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag