Raad van Politie en Tucht in de gewone colonien den 29 February 1832

Tegenwoordig zijn al de leden met uitzondering van A. Brouwer

Art. 1
De nieuwe leden worden met hunne betrekking en het Reglement van Tucht bekend gemaakt.

Art. 2
Gelezen het proces verbaal van den Raad van Toezigt, hier bij overlegd, houdende beschuldiging van Elsje, dochter der weduwe Jacobs, oud 25 jaar, wegens zwangerschap, en van Harm Mooi, oud 23 jaren, als dezelve te hebben veroorzaakt.

Eerstgenoemde wordt gehoord en verhaalt al de omstandigheden hier toe betrekkelijk. De tweede ontkent blootelijks zijne schuld, zonder iets te kunnen in het midden brengen, waaruit zijne onschuld zoude kunnen worden afgeleid;

De Raad, lettende op het omstandig verhaal van Elsje; overwegende dat er bij haar geen redenen kunnen bestaan, om Mooi, in plaats van een ander te noemen;
In aanmerking nemende dat Elsje in het laatste jaar zich met geen andere bijzonder heeft opgehouden, en dat ook Mooi zoiets niet zeggen kan,

Besluit met eenparigheid van stemmen, overeenkomstig art 2 & 3 van het Reglement:
a Elsje Jacobs wegens onzedelijk gedrag te verwijzen naar de Ommerschans;
b Harm Mooi voor de oorzaak te houden harer zwangerschap en mitsdien mede te verwijzen naar de Ommerschans, of wel het gesticht te Veenhuizen, bij aldien zulks voorzichtiger geoordeeld mogt worden.

Art 3
Wordt gelezen het nevens gevoegd procesverbaal van den raad van toezigt van kol N 1, houdende

a Beschuldiging van eenige jongens van den heer Radijs coloniaal geneesheer, te hebben uitgejouwd.
Pieter Veen, Arie Broekhuizen en Barend & Johannes Meijer, hierover gehoord zijnde, is het den Raad voorgekomen, dat Barend Meijer, zoo al niet de eenige schuldige, dan toch de hoofdschuldige ten dezen is, en besluit dezelve, mitsdien onder eene krachtige vermaning aan allen, Barend Meijer op te leggen, opsluiting in de strafkamer gedurende drie dagen.

b. Het tweede gedeelte van het procesverbaal bevat een beschuldiging van Jan Sietzen, als Catharina en Cornelia Oostmeijer op den weg te hebben mishandeld.
Hieromtrent worden gehoord, niet alleen de beleedigde, maar ook de getuigen, welke, ofschoon de dader heeft getracht zich onherkenbaar te houden, niemand anders dan Sietzen daarvoor houden.

Deze, mede ondervraagd zijnde, geeft voor, aan het geval geene schuld te hebben, doch de Raad afgaande op de tegen hem afgelegde verklaringen, voorts in aanmerking nemende het losbandig gedrag des jongelings houdt denzelven al voor schuldig, en besluit, mitsdien, Jan Sietzen voor drie dagen in de strafkamer te doen opsluiten.

Aldus gedaan in den raad den 29 February 1832

J. van Konijnenburg pres.
M. Bersma
P. v.d. Bil
P. Soeverijn
L. Lukassen

Bijlage 1: Raad van Toezicht van Wilhelminaoord

Proces verbaal van het verhandelde door de Raad van Toezigt in kolonie N2 op den 28e februarij 1832

Voor dezelve is geroepen Elsje, dochter van de wed. Jakobs, wonende op hoerve N 56, wegens beschuldiging van zwanger te zijn,.
Elsje, u is zeker wel bekend waar voor u hier geroepen bent?
Ja Mijn Heer
Ben u toch zeker zwanger?
Ja Mijn Heer
Van wien?
Van Harm Mooi, en is gebeurd op een zeker avond dat mijn moeder niet thuis was, op den 19e augustus 1831.
Harm Alberts Mooij, hierover gevraagt te hebben, zegt dat Elsje Jakobs nooijt zwanger van hem kan zijn, en alzoo bijde tegen elkander te hebben gehoord, zijn bijde volstandig bij haar woord gebleven.

en heeft de Raad van Toezigt besloten dezelve te moeten verwijzen naar de raad van politie
Frederiksoord, den 28e february 1832
Bosma
van Heest
P. Souverijn
A. Keizer

Bijlage 2: Raad van Toezicht van Frederiksoord

Proces verbaal van het verhandelde in den raad van toezigt van kolonie N1 op Dingsdag, den 28 februarij 1832, des avonds om 8 uur.

De Raad van Toezigt van kol. N 1 vergaderd en door den Voorzitter geopend zijnde, verschijnen na gedane oproeping voor denzelven:

1. Pieter Veen, oud 14 jaren, zegt, dat hij na den arbeiddag van woensdag, den 22 dezeer, van het werk komende met Arie Broekhuizen, Barend en Johannes Meijer, wel gehoord en gezien heeft dat Dr Radijs, die hij bij het huis van Bodenstaff had ontmoet, door voorn. Barend en Johannes Meijer, was nageroepen en gescholden voor Kromme Donselaar, en door Arie Broekhuizen uitgelagchen, zonder zelven iets kwaads te hebben gedaan,

2. Arie Broekhuizen, oud 17 jaren, verklaart, dat hij ll woensdag met meer anderen van het werk komende, wel gehoord had dat Dr. Radijs door Barend Meijer is nagelopen en gescholden voor Kromme Donselaar. doch hij in het minste niet gescholden of gelagchen had.

3. Barend Meijer, oud 17 jaren, betuigt dat hij jl woensdag nademiddag wel gezien had dat Dr. Radijs, bij het huis van Bodenstaff afrijdende, door P. Wever en de ingedeelde van Haakmeester was nagelopen doch verder niets weet noch heeft gezien of gehoord of zich zelven aan iets kwaads te hebben schuldig gemaakt.

4. Johannes Meijer, oud 14 jaren, zegt van jl woensdag niets anders te weten dan te hebben gehoord dat zijn broeder Dr. Radijs nageroepen heeft voor Kromme Donselaar, hebben hij zich geenszints daaraan schuldig gemaakt.

5. Catharina Cornelia Oostmeijer, oud 19 jaren, verklaart dat zij gepasseerde vrijdagavond omstreeks 8 ½ uuren, vergezeld van de dochter & zoon van Lukassen, naar huis willende gaan, alsdan op de weg bij haar was gekomen, de jongeling gaande gebogen, welke zij dadelijk voor Jan Sietzen had aangezien, en waartegen zij, hem naderende, ook goedenavond Jan, had gezegd;
dat deze daarop zijn Buisje over het hoofd had getrokken en haar met de hand zodanig een stoot had gegeven dat de dochter van Lucassen die zij vasthield was gevallen, dat hij haar daarop om het lijf had gegrepen, de muts van het hoofd getrokken, voor de grond gegooid en op een onbetamelijke wijze behandeld,
waarop zij was begonnen te schreeuwen en om hulp te roepen,
dat daarop het zoontje van Lucassen die bij haar was, hem bij zijn fluwelen kraag van het buisje had genomen en zoo veel mogelijk van haar afgetrokken, zeggende tegen hem Bochel, waarom doe gij die meid kwaad,
dan vervolgens op haar aanhoudend geschreeuw vrouw Lukassen was gekomen met de lamp, en hij zulks ziende haar als toch had losgelaten, zijn pert die van het hoofd was gevallen, gegrepen, en bukkende was weggelopen, dat zij door het licht van de lamp hem beter had gezien en dus wel weet dat het Jan Sietzen en geen ander was.

6. Petronella Lukassen, oud 18 jaren, zegt dat zij met haar broeder Albertus jl vrijdag avond ruim 8 ure de dochter van Oostmeijer naar huis willende brengen was gekomen tot op de weg alwaar een jongeling, gaande voorover en hebbende zijn buisje over het hoofd getrokken, hen ter zijde was gekomen,
en de dochter van Oostmeijer, na vooraf in het gezigt gedag te hebben, met de hand had gestoten waarop zij te neder was gevallen,
dat hij daarop Ka Oostmeijer had om het lijf gepakt voor de grond gegooid, de muts van het hoofd getrokken en haar verder op eene niet voegzame wijze behandeld, waarop mijn broeder hem bij de kraag van zijn buisje kreeg en achteruit trok, doch niet loslatende worstelende voor de grond bleven liggen, tot dat haar moeder die op het geschreeuw met de lamp uit het huis was gekomen,
dat hij alstoen schrikkend was weggelopen, zonder een woord te te spreken of geluid te geven om niet kenbaar te willen zijn, dat zij echter wel stellig durft zeggen dat het geen ander dan Jan Sietzen geweest is derwijl zij hem goed op zijn ge?? gedaan had.

7. Albertus Lukassen, oud 15 jaren, zegt met zijn zuster ll vrijdag avond de dochter van Oostmeijer naar huis willende brengen, deze op den weg door Jan Sietsen was aangestoten, en na haar vooraf onder de oogen gedag te hebben, door denzelve op de grond gesmeten en de muts van het hoofd was getrokken, dat zij daarop om hulp had geroepen waarop hij Jan Sietsen bij zijn kraag had gepakt en zo veel mogelijk van haar afgetrokken. volgende op het zien dat zijne moeder met de lamp aan kwam, schuilende was heengelopen.

8. Jan Sietsen Jans, oud 19 jaren, verklaart. dat hij, gepasseerde vrijdag avond niet uit zijn huis is geweest. dat hij dien avond bij het vuur had gezeten en zijne kousse gestopt, dat hij dus geheel onschuldig omtrent het hem ten laste gelegde was. hetwelk hij door ongepaste bewoordingen bevestigde, en hij daarvoor ook geen half uur straf wilde ontvangen onder bedreiging van alsdan zulks voor den Regter te Assen te willen aanklagen.

Aldus opgemaakt te Frederiksoord ten jaare, dage en dien als boven,

Voorzitter H. Faaken
A. van Anker
J.A. de Jong
L. Lucassen
Poulie secr.
 


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag