Raad van Politie en Tucht in de gewone kolonie op den 17 Augustus 1833


Al de leden zijn tegenwoordig.

Wordt gelezen aan Proces Verbaal van den Raad van Toezigt, van Willemsoord, van heden en naar aanleiding daarvan binnengeroepen den Kolonist A.R. van Emden, als beschuldigd van ongehoorzaamheid, brutaliteit en werkelijk belediging jegens en van den wijkmeester G. van Buiten.

Hij kan zich daaromtrent niet verschonen, maar legt, integendeel, opnieuw zijn verkeerd gedrag aan den dag.

De Raad neemt art. 2 en 3 van het reglement van tucht in overweging, terwijl van Emden is buiten gelaten en besluit:

Denzelven op te leggen opsluiting in de strafkamer gedurende vijf dagen, hetwelk hem, hij binnen geroepen zijnde wordt medegedeeld, met eene duchtige vermaning, om zich voortaan beter te gedragen.



Wordt, vervolgens, binnengeroepen de Kolonist G. van Manenburg, als beschuldigd van dronkenschap, verkwisting en kwade bejegening zijner huisgenoten.

Hij erkent een en ander en belooft beterschap, welke belofte, echter, niet te vertrouwen zijnde, zoo heeft de Raad, na hem te hebben buitengelaten, overeenkomstig Art. 2 en 3 van het reglement, waarbij, onder andere, “misbruik maken van sterken drank met opsluiting van 3 tot 8 dagen in de strafkamer wordt bedreigd”,
 
besloten:

Hem vijf dagen opsluiting op te leggen, welk besluit hij daartoe binnengeroepen zijnde, hem wordt kennelijk gemaakt, met bijvoeging, dat indien hij zich niet betert, hij, vervolgens, onder goedkeuring van de Permanente Commisie, alléén en dus zonder zijn huisgezin, het welk hij te kort doet, naar de Ommerschans zal worden verwezen.



Wordt gelezen een proces verbaal van den Raad van toezigt van kolonie no: 1, van de 15 dezer maand, ten gevolge waarvan worden binnengeroepen Frederik, zoon van den Kolonist J.A. Hofman en Catharina, dochter van den Kolonist H. Penning, als beschuldigd van een ontuchtig gedrag met elkanderen, ten gevolge waarvan zij zwanger is.

Beide erkennen de zaak en trachten zich te verschonen met hun verlangen te kennen te geven, om een wettig huwelijk aan te gaan, waartoe zij reeds geruimen tijd geleden de toestemming, benevens de bewilliging om bij zijnen bejaarde ouders te mogen inwonen, aan de Sub Commissie en de Permanente Commissie zouden hebben gevraagd, hebbende zij, inmiddels,  zich doen inschrijven, om in de volgende week hun huwelijk voltrokken te zien.

De Raad, gelet hebbende op Art. 2 § f en Art. 3 § 2, waarbij bepaald wordt, dat “zulk een gedrag met overplaatsing voor een onbepaalde tijd naar de Ommerschans zal worden gestraft”, besluit dienovereenkomstig en deelt zulks de jongelieden zij daartoe weder binnengelaten zijnde, mede, hun hun onzedelijk gedrag onder het oog brengende.



Eindelijk wordt gelezen nog een proces verbaal van dien Raad van den 9 dezer maand, ten gevolge waarvan de kolonisten Le Loux en Zandwijk, benevens de bestedeling Catharina Ciri, ernstig zijn onderhouden geworden, over hun vermoedelijk verkeerd gedrag en losbandigheid, op Zondag den 4 van deze maand, zijnde het niet bewezen, wie en in hoe verre ieder schuldig is aan de baldadigheid, twist en vechterij op de Hoeve van Gerritsma, buiten diens zoon, die reeds naar zijn Corps vertrokken is en de jongens Korba, van buiten de koloniën.

Aldus opgemaakt in den Raad te Frederiksoord den 17 Augustus 1833

J. van Konijnenburg
M. Bersma
L. ten Broeke
H. Bolkesteyn
J. Steenmetz
G. Toepoel
Van Marle, secretaris


Bijlage 1: Raad van toezicht van Willemsoord 17-08-1833

Raad van Toezigt gehouden te Willemsoord den 17 Augustus 1833

Present alle de leeden

Op ingekomen Proces verbaal van den Wijkmeester van Buiten & daarin voorkomende mishandeling van den kolonist van Emden hebben wij die kolonist voor de Raad gesteld & ondervraagd

Heeft geantwoord dat hij uit achting voor de Raad verschenen was, maar op niets willende antwoorden
Dat men hem maar voor de politeke regter moest stellen, dat hij zich daar wel zoude verdegen want dat men hem hier geen recht zoude doen, vermist de zaak valsch was aangebragt

Dezelfs huisvrouw gehoord en haar handelswijs voorgehouden, heeft mede als haar man alles op een brutale wijze beantwoord & wijders ingebragt dat zij geen kinderen had die in staat waren op eene koe te passen vermits dezelve te jong zijn & dat haar man hoe gezond & sterk dezelve voorkomt, ook daar niet in staat toe is door een gebrek aan den arm & wanneer zij den doctor daarover raadpleegd dat hij als dan noch geen medicijnen daarvoor verstrekt & haar op gisteren noch op een verregaande brutale wijze zoude gezegd hebben, hij niet verkoos langer bij haar te komen.

De raad tengevolge proces verbaal van den Wijkmeester genoeg overtuigd dat het gebeurde overenkomstig de waarheid is, verzoekt de Raad van Tucht te voorkoming van verdere mishandelingen aan een Geemployeerde dat hierop moge worden gereguardeerd & den zelve te corrigeren.



Dat daar Manenberg op gepasseerde maandag zoodanig beschonken is tuisgekomen. en zijn huis en boedel geruirneerd, vrouw & kinderen mishandeld heeft, de wijkmeester aldaar tot hulp geroepen, is naar de woning toeggegaan, maar niet binnen gegaan maar voor het vensgter blijven staan & aldaar een schrikkelijke beweging hoorde van schelden & verwijtingen als houdende zich ten volle van de dronkenschap overtuigd, terwijl de zoon & ingedeelde hem zeide dat hij wel wist waar dat hij van gedronken had.
Dat het weder als in het voorgaande jaar op een broordkorsten zouden aangaan (dus waarschijnlijk rog verkocht).

Hebben wij den kolonist Manenburg het gebeurde voorgehouden en beantwoord dat de dronkenschap tot zijn leedwezen gebeurd was maar tevens zich verontschuldigde doordien hij zegt geen drank te kunnen verdragen.

Zoo is hier de vrouw van Oostendorp welke mede daarvan getuige van is geweest over gehoord & heeft ons getuigd dat het aldaar hevig was toegegaan zoo wegens schelden mishandelen & aan stuk smijten zijner goederen.

Ook is dan deswegens ondervraagd de zoon & ingedeelde of zij ook wisten waar of Manenburg aan het geld voor den drank kwam, hebben dit met stilzwijgen beantwoord dan alleen dat alles wat tot voordeel in het huis ingebragt word door hem verzopen word en zijne zieke vrouw gebrek laat lijden.

Dan daar dit niet voor een enkelde rijze maar bij aanhoudenheid plaats vind, word de Raad van Tucht verzogt denzelve ernstig te corrigeren.

Aldus opgemaakt te Willemsoord ten dage maand & Jaar als voren.


Bijlage 2: Proces verbaal namens wijkmeester G. van Buiten

Proces Verbaal

Op heden den zestienden Aug 1833 ben ik ondergetekend Wijkmeester G. V Buiten op order van den Onderdierekteur van Kolonie N3 vergezeld van P: J: Wind, G: Mulder, A; Beekman en W: Lutgering om te Steggersloot twee praamen hooij te lossen.

Gepasseerd Hoef no 87 alwaar de koe van den kolonist van Emden No 130 in de brem getouwd of vastgeslagen stond waar ik wijkmeester G:V:Buiten verpligt vond de koe los te maken om den zelve naar den Onderdierekteur te brengen, waarop de vrouw van Emden kwam aanlopen en zeide het is mijn koe!

Haar daarop antwoorde ik geen koeijen van anderen op de hoeven kan toelaten, daar een ieder zijn weide benodigd heeft veel minder in de brem.

De kolonist van Emden op grote woede kwam aanlopen, en mij dadelijk aangrijpende en te zeggen blijf af van mijn koe boer hij daarop zeggende het is mijn koe
Wat doet hij dan in de brem? Niet alleen  op een anders hoeve maar zelfs in een britterswij(?)

Gemelde van Emden daarop antwoorde daar legt geen wijkmeester of dierekteur aan gelegen mijn Kommissie heeft zeventien honderd guldens voor mij betaald.

Daarop aan hem en haar vragende of henlieden het Reglement niet bekend waas om onderdierekteur ten moeten stalen of in billijkheid te hoorzamen door vrouw herhaalde zeggende met slaan in haar handen en op haarr agterste ons legt aan geen dierectie gelegen.

Van Emden zig niet ontziende om mij GV Buiten voor al wat leljk was uit te maken en wenschte mij graag onder vier ogen of buiten de kolonie te spreken.

Geen mij dan of in ommezijde vermelden Procesverbaal volgaarne en naar waarheid met de wijkmeester hebben
Getekend
Willemsoord den 16 Aug 1833.
G. v. Buiten wijkmeester
P Mulder
P van der Wind
J Beekmans
dit X handmerk is van ?? Lutgerink
A.C. Koppe
Schuurman


Bijlage 3: Raad van toezicht van Frederiksoord 15-08-1833

Proces Verbaal van het verhandelde door den Raad van Toezigt in Kolonie N.1 op den 15 Augustus 1833

Is verschenen
Catharina Penning oud 21 jaar
De Voorzitter vraagd
Gaat gij zwanger?
Ja
Van wien
Van Frederik Hofman

Voorts is gecompareerd
Johannes Willem frederik Hofman oud 24 jaar
Is het waarheid dat Catharina Penning door uw bevrucht is?
Ja
En wenscht gij met haar te huwen
Ja hoe spoediger hoe liever.

Aldus opgemaakt te Frederiksoord, den 15 Aug 1833.


Bijlage 4: Raad van toezicht van Frederiksoord 09-08-1833

Proces verbaal van het verhandelde door den raad van Toezigt van Kolonie N.1 op den 9 Augustus 1833

Door den Raad zijn opgeroepen en verschenen

G.J. Gerritsma oud 58 jaren
De voorzitter vraagt dezelve, wat is er op Zondagavond van den 4 Aug. Jl voorgevallen ten uwen huize?

Des avonds thuis en alles rustig zijnde werd er opeens sterk op de glazen en op de deur geslagen.
De glazen waren aan stuk, waarop mijn zoon zijn pallas trok en de deur uit liep wien ik volgde, ik zag twee menschen op mijn erf, wien ik voor Le Loux en Zandwijk erkende, aan welke laatste mijn zoon een paar slagen met de pallas toebragt;- ziende vervolgens dat er meer personen aanwezig waren waar hij niet tegen bemand was, moest hij de vlugt nemen.


C. Ciri oud 20 jaar
Waar zijt gij Zondag de 4 dezer met de zoon van Gerritsma geweest? Wien geeft u het regt om na bezettingtijd te huis te komen? En wat weet gij den raad mede te deelen omtrent het voorgevallene bij Gerritsma?

De Zoon van Gerritsma had 2 brieven uit de roode hal (Nijensleek) te halen, hij vraagde mij of ik mede derwaards wilde gaan, waar wij dan ook naar toe zijn gegaan, in het terugkomen zijn wij even bij Piet de Vries geweest en vandaar naar huis gegaan
onder weg bespeurde ik dat wij van vele opgevolgd wierden, door de duisternis kon ik echter de personen niet onderscheiden, doch even te huis bij Gerritsma zijnde  hoorde ik dat er voor de deur veel leven was, de glazen bij Gerrtisma wierden ingeslagen, wat er voorts is voorgevallen is mij onbekend.


Neeltje Olie oud 23 jaar
De voorzitter vraagd wat of zij de Raad kan mededeelen omtrent het geval.

Zij zegt ik hoorde veel rumoer bij Gerritsma zag de glazen inslaan bij Gerritsma maar door wien weet ik niet, ik ontdekte digt bij mij Le Loux, die met mij de weg naar huis is gegaan.
Hebt gij dan niet gehoord wien zulks gedaan hebben?
Men zegt de jongens van Korba doch ik wist het niet.


J F. Le Loux oud 30 jaren
Zijt gij Zondag den 4e deze op de Nijensleek bij de Vries geweest?
Ja
Wat deed gij daar?
Een borrel drinken
Was daar meer volk?
Ja verscheiden
Zijt gij ook bij het geval van Gerritsma geweest.
Ik ben alleen naar huis gaande en voorbij Gerritsma komende ooggetuige geweest, dat de zoon van Gerritsma aan Zandwijk op de publieke weg een paar tuchtige slagen met de pallas toebragt,
het welk zekers door de Korbaas mede is opgenomen geworden, want ik meende te hooren dat de jongens van Korba zeijden
Dit is een slegt bestaan, dat een militair een ongewapend burger op de publieke weg molesteert laat hij het ons doen dan ber?? dan vind of kan hij zijn man vinden, wij nemen het op voor Zandwijk, en willen hem opzoeken.
Een oogenblijk daarop hoorde ik  de glazen inslaan, hetgeen vermoedelijk door de Korbaas is geschied en wien het ook niet ontkennen zullen als zij voor de publieke regter moeten verschijnen.
Neel Olie zag mij en met deze ging ik de weg naar huis.


M. Zandwijk oud 28 jaar
Wat kunt gij de raad mededeelen omtrent het geval bij Gerritsma?

Ik ben alleen op weg geweest en voor het huis van Gerritsma, ben ik van achter overvalle en werd een paar heftige sabelslagen toe gebragt, zonder te weten van wien en waarvoor
Weet gij ook iets van het glazen inslaan?
Toen ik de slagen beet had hoorde ik wel veel rumoer en gerinkel maar door de bezeffeloosheid begreep ik niet wat het beduiden moest.


A van den Brink oud 26 jaar.
Weet gij dan de raad iets van het gebeurde bij Gerritsma medetedeelen

Neen maar met mijn broer en Hilkemeijer naar huis gaande hoorden wij bij Gerritsma iemand kermen en daarbij komende zagen wij dat het van Zandwijk was, wien wij opgeholpen hebben en naar huis mede genomen hebben, wij hoorde wel dat men Gerritsma opzogt, maar dat deze niet te vinden was

Hetzelfde wordt mede verklaard door van den Brink, oud 20 jaar, terwijl Jan Hilkemeijer mede 20 jaar oud, daar bij voegd, dat zij het gerinkel van glazen wel gehoord hebben en mede vernomen dat de Korbaas dat zoude gedaan hebben omdat Gerritsma, Zandwijk verradelijk met de pallas had geslagen.

Voorts is eindelijk mede voor de raad verschenen Hoekstra oud 58 jaaren, welke thuijs zijnde duidelijk de sabelslagen had gehoord en daarna mede de glazen hoorde inslaan, dat er veel rumoer was en dat men bij hem om de lamp kwam ten einde Gerritsma op te zoeken, want het was vrij duister om tien uren van dien avond.

Aldus opgemaakt te Frederiksoord, den 9 Aug 1833.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag