Raad van Politie en Tucht in de gewone coloniën van 18 september 1833


Al de leden zijn tegenwoordig, met uitzondering van Bolkenstein.

Wordt gelezen een proces verbaal van den Raad van Toezicht in kolonie No 2, houdende aanklagte van de bestedeling Katharina van den Broek, No 44bis wegens onzedelijken omgang met jongelingen, zoo van het huis van Willemse, bij wie zij is ingedeeld, als andere.

Willemse binnengeroepen zijnde, verklaart nader voldoende bewijzen te hebben voor de schuldigheid van Katharina van den Broek, die vervolgens gehoord wordende, dan ook volmondig erkent, hare ontuchtige gedragingen, zelfs van den tijd waarin zij nog niet uit Haarlem te Veenhuizen was uitbesteed.

De Raad, gelet op artikel 2 § f & Art 3 § 3 van het Reglement van Tucht, en overwegende, dat zulk een zedeloos voorbeeld volstrekt uit deze kolonien behoort te worden geweerd, besluit met eenparigheid van stemmen

Katharina van den Broek wordt, voor een onbepaalden tijd, naar de strafkolonie verwezen.


Wordt, vervolgens, gelezen een proces-verbaal van den Raad van Toezigt in Willemsoord, hier bij overgelegd, ten gevolge waarvan achtereenvolgens binnen staan de kolonisten Brinkman en J. de Jong, van Willemsoord, als bevonden zijnde van de fabriek te hebben ontvreemd en buiten de kolonie verkogt touw en zulks reeds zedert jaren.

Beide trachten zich nog eenigermate te verontschuldigen, doch erkennen niettemin de zaak.

Wijders gelet op de bekentenis door den kooper van het touw, en op de verdere bijzonderheden, welke door den OndeDirecteur Ten Broek hieromtrent zijn ingezonden.

Gelet op het Reglement van Tucht ??
??
de Ommerschans gesteld is (Art 2 § f en Art 3 § 3) zoo besluit de Raad genoegzaam met eenparigheid van stemmen, den kolonist Brinkman met zijn huisgezin, benevens den ouden kolonist de Jong, alléén (uit hoofde hij bij zijne kinderen is ingedeeld) voor een onbepaalden tijd, naar de Ommerschans te verwijzen.


Bijlage 1: Raad van toezicht van Wilhelminaoord 17-09-1833

Op heden den zeventienden der maand September 1833 - is op last van den Heer Direkteur der koloniën den Raad van Toezigt van kolonie No 2 bijeengeroepen tot onderzoek van het gedrag van Catharina van den Broek, ingedeelde op gemelde kolonie hoef No 71 - oud 26 jaaren beschuldigd wegens verregaande zedeloosheid.

Na haar zelve gehoord te hebben heeft zij verklaard onderscheijdenen malen met differente jongelingen onzedelijke omgang gehad te hebben.

Na verders gehoord te hebben de de huisvader Hendrik Willemse dewelke heeft verklaard:
dat zedert den tijd dat zij bij hem is ingedeeld geweest, nimmer iets van dien aart heeft ondervonden, als wel eenige onzedelijke uitdrukkingen; doch ten tijde dat hij met verlof buiten de kolonie was, gehoord heeft dat dat zij onzedelijke ommegang met de jonge ingedeelden gehad heeft hetgeen zij mede erkend heeft.

De Raad, gezamentlijk geoordeeld hebbende haar te moeten verwijzen naar de Raad van Politie en Tucht.

Gedaan te Frederiksoord ten dag en jaare als boven, zoo hebben wij dit ondertekend

M. Bersma
A. Croll
Keizer
G. Toepoel
Morrien


Bijlage 2: Raad van toezicht van Willemsoord 18-09-1833


GEEN transcriptie


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag