Raad van Politie en tucht in de gewonen coloniën, op den 15 Februarij 1834


Al de leden zijn tegenwoordig.

De nieuwe leden worden met hunnen betrekking nader bekend gemaakt.

Wordt gelezen een Procesverbaal van den raad van Toesigt van kolonie no1, van gisteren houdende beschuldiging van den Kolonist Verhoeks wegens dronkenschap.

De kolonist niet tegenwoordig zijnde uit hoofde van ziekte, wordt na overleg besloten den Adjunct Directeur op te dragen Verhoeks nog een maal te waarschuwen met bedreiging eener strikte toepassing  van het reglement in geval hij zich opnieuw aan dronkenschap mogt schuldig maken.


Verder wordt gelezen een Procesverbaal van de Raad van toesigt te willemsoord, en staan vervolgens binnen Hendrik Batink, zoon van den kolonist van dien naam, en Berendina van Putten, dochter van Berend van Putten, uit hoofde van onzedelijken omgang met elkanderen gehad te hebben ten gevolge waarvan zij in zwangerschap verkeert.

Zij zulks erkennende geven te kennen, dat zij op het punt staan van met elkaar in het huwelijk te treden waartoe zij al nog toestemming vragen.

De raad, gelet op art. 2 par 3 van het reglement waarbij verplaatsing na de ommerschans gesteld is, op zulk een gedrag, besluit dienovereenkomstig.

De beschuldigden weer binnen geroepen zijnde wordt hen dat besluit kenbaar gemaakt met bijvoeging van de toestemming van hun huwelijk te moeten afwachten, en vermaning tot het leiden van eenen beteren wandel.

Aldus gedaan in den Raad den 15 Februarij 1834
J. van Konijnenburg Pres.
M. Bersma
onleesbaar
J. Klijzing
C. Bollen
Kemper
van Marle


Bijlage 1: Raad van Toezicht van Frederiksoord

Proces verbaal van de Raad van Toesigt van den 14 febr 1834

Is geroepen en verschenen Christiaan Verhoeks oud 55 jaar.

De voorzitter vraagt wat is de reden dat gij ll dingsdag de 11 dezer op de middag u aan het misbruik maken van het gebruik van sterke drank hebt schuldig gemaakt.

Dingsdag morgen van huis gaande zegt Verhoeks, en niets genuttigd hebbende overviel mij op de weg zijnde, de geeshonger**, met welke kwaal ik wel meerder behebt ben bij de grutter op de Nijensleek waar ik boodschap had te verrigten, zijnde,

en te eergierig zijnde, een stuk brood te vragen, eischte ik een glas genever, en nam een tweede en derde daarbij, hetgeen mij buiten komende, min of meer benevelde, -

en het is waar van mijn stuk bragt; - het geval ondertusschen het zij dus zo het wil niet te verhelpen zijnde – en bewust zijnde dat het strafwaardig is. –

Zoo verzoek ik U Mijn Heer de voorzitter, den weledele Heer Directeur der Kolonien ten dezen opzigte voor mij verschoning te willen vragen, zullende ik mij voor het vervolg wel wagten, niet nugteren ten huize uit te gaan, of voor de geeshonger sterke drank te gebruiken. -

mij volgaarne mogt mij het ongeluk gebeuren van een zoodanige misslag te begaan onderwerpende aan de koloniale straffen daarop vastgesteld

Aldus gedaan te frederiksoord den 14 feb 1834
H. Faaken voorzitter
Jn Visscher
C. Bolle
??
Greven secretaris

Bijlage 2: Raad van Toezicht van Willemsoord

Raad van Toezicht gehouden te Willems-Oord den 14 Februarij 1834, present alle de Leeden

Berendina van Putten wegens zwangerschap voor de raad gesteld, hetwelk zij ten volle bekend heeft, en dat zulks bij Hendrik Batink was. Waar Hendrik Batink mede overgehoord is, welk zulks ook bekend heeft, en ons te kennen hebben gegeven dat zij van voornemens zijn, zich in den Echt te doen vereenigen. Echter, geven zij zich over, wegens de gedane overtreding, aan de Raad van Tucht met onderwerping van haare uitspraak.
Opgemaakt te Willemsoord ten dage maand & jare als boven
Schuurer
B Kuperus
G Van Buiten
Klijsing
Schuurman

Bijlage 3: Brief van de directeur

Fredriksoord den 17 Februarij 1834, N321

Ik heb de eer UWEdG: hierbij toe te zenden een proces-verbaal van den Raad van Policie en tucht in de gewone koloniën van 15 dezer maand.
Dat H. Bating en B. van Putten zich heimelijk in ondertrouw hebben begeven, zullen UWEdG: reeds wel veronderstellen. Gaarne vernam ik, bij UWEdG: Dispositie op de verwijzing, of men de jongelieden dan nog vooraf hun huwelijk zal laten voltrekken, terwijl ze nog te Willemsoord zijn.
De Directeur der Kolonien
J. Van Konijnenburg


Bijlage 4: Besluit van de permanente commissie

’s Gravenhage, den  25 Februarij 1834, No. 30

DE PERMANENTE COMMISSIE DER
MAATSCHAPPIJ VAN WELDADIGHEID   

Gelezen eenen brief van den Dir der kol van den 17 dezer N. 321 daarbij inzendende een proces verbaal van den Raad van Policie & tucht in de gewone Kolonien van den 15 dezer, waarbij onder andere Hendrik, zoon van den kolonist Batink, Berendina, dochter van den kolonist Berend van Putten, wegens onzedelijken omgang met elkander naar de strafkolonie worden verwezen.

Besluit

dat vonnis te bekrachtigen, gelijk geschiedt wordende nogtans den Directeur gemagtigd aan deze jongelieden te vergunnen voor hunne overplaatsing, hun voorgenomen huwelijk te voltrekken.

Afschrift dezer zal worden gezonden aan den Dir der kol ter uitvoering.
De P.C.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 421. bij 25 februari 1834 N30

Notities bij het zittingsverslag