Raad van Politie en Tucht in de gewone kolonien op 1 september 1834

GEDEELTELIJKE transcriptie, zie overzicht 1834-1837 voor samenvatting

Alleen de kolonist Kleizing is afwezig.

Art. 1
Arnoldus de Vries
(...)

Art . 2
Gelezen een proces-verbaal van den Raad van toezigt van kolonie No. 2 van 29 augustus j.l.,

Gezien dat de bestedeling Catharina Pierre, voordochter van de huisverzorger L.C. Doodenhagen, van hoeve No. 19, en Pieter, zoon van den kolonist Jan Kraan van hoeve No. 12, beide oud 21 jaar, welke onzedelijke omgang met elkander gehouden hebben, ten gevolge waarvan het meisje zich in zwangeren staat bevindt, niet voor den Raad verschenen zijn, waaromtrent de Adjunct Directeur berigt, dat de beide jongelieden de kolonien eergisteren heimelijk hebben verlaten, zoo de ouders zeggen, om de toestemming van de heer Gouverneur te vragen tot het aangaan van een huwelijk te ??, daar hij in dienst bij de Nationale Militie is; voorts nog te kennen gevende dat zij hun ontslag zouden verlangen uit de kolonien.
De Raad begrijpt op het laatste geen acht te kunnen slaan, ook daar het genoegzaam bekend is dat de jongelieden, in hun eigen onderhoud niet zouden kunnen voorzien.
Wijders gelet op art. 2 § f en art 3 § b van het Regelement van tucht,
Besluit
Catharina Pierre en Pieter Kraan voor het geval, dat zij in de kolonien terug komen, naar de Ommerschans te moeten verwijzen

Art. 3
Gelezen een proces verbaal van den Raad van toezigt van kolonie no. 3 van heden ten gevolge waarvan binnen staat  

a.
kolonist Doornbos
(...)

b.
Jan (van der) Plaat
(...)

c.
Gerrit Evenbleij
(...)

en d. Gezien dat Jan Spel noch zijne dochter evenmin voor deze Raad verschenen is als zij voor dien van toezigt zijn gecompareerd.
Overwegende dat Spel de gierput heeft opgebroken en de steenen daarvan eigendunkelijk verkocht, dat hij zijne dochter tot het verlaten der kolonien zonder bijkomend verlof heeft aangezet en dat hij weigert voor een der Raden te verschijnen, waartoe hij behoorlijk is opgeroepen geworden.
Voorts dat zijne bekende brutaliteit wederom uit het proces verbaal van den Raad van toezigt genoegzaam blijkt en eindelijk dat zijne dochter als op het aanzetten haars vaders gehandeld hebbende niet wel kan worden gestraft.
Gelet op art. 2, $. a, d en art 3. $ 1 tot 3 van het reglement houdende de strafbepalingen op de verschillende misdrijven van den kolonist Spel.
Besluit,
Jan Spel zal voor den tijd van acht dagen in de strafkamer worden opgesloten, terwijl de Onder directeur wordt opgedragen om van zijn winkelgeld wekelijks de helft in te houden tot vier gulden toe en zulks ter dubbele vergoeding van de verkochte keisteenen van den opgebroken gierput.

Aldus gedaan in den Raad te Frederiksoord den 1 september 1834
J. van Konijnenburg Pres.
M. Bersma
onleesbare handtekening
H.W. Kemper
C. Bollen
van Marle secretaris


Bijlage 1: Raad van toezicht van Frederiksoord

GEEN transcriptie

Bijlage 2: Raad van toezicht van Wilhelminaoord

Raad van toezigt gehouden den 29e Augustus 1834 in kolonie no. 2.

Compareerden voor ons ondergeteekende leeden van voorn: Raad.
Catharina Pierre Dochter van vrouw Doodhagen oud 21 jaar, en beticht van zwangerschap
en Pieter Kraan zoon van den kolonist Jan Kraan oud 21 jaar, beticht oorzaak te zijn van voornoemde zwangerschap.
Na hun gehoord te hebben, hebben zij beiden bekent zulks de waarheid was
De Raad van toezigt heeft geoordeeld zulks te moeten verwijzen na de Raad voor tucht.

Gedaan te Frederiksoord ten dage en jare als voorn. en door ons ondertekend
M. Bersma
A. Keizer
A. Croll
Kemper
Morriën


Bijlage 3: Raad van toezicht van Willemsoord

GEDEELTELIJKE transcriptie

Raad van toezigt gehouden te Willemsoord den 1 september 1834

(...)

Eindelijk nog voor de raad geroepen den kolonist Jan Spel en deszelfs dochter.
De eerste heeft zich niet ontzien om de steenen uit de gierput te verkoopen aan A. Brouwer en Roelof van Dalen, beide wonende te Steenwijk, voor welke verkoop hij moest afdragen volgens order des Wel Edele Heeren Direkteurs, de som van f 2,00, welke afdragt nog niet geschied is.
De beschuldiging der laatste is wegens desertie.
Jan Spel is niet in deze raad verschenen, doch heeft aan den wijkmeester de Nekker geantwoord, dat hij niet voor den raad wilde komen, maar dat men hem te Steenwijk des wege daarover kon dagvaarden.
Ook is zijne dochter niet opgekomen.
De raad zoude gaarne zien dat het schelden van Doorenbos en het brutaliseren van Jan Spel worde gehandhaafd na regtens, alsmede het gedurig schelden des laatsten aan de direktie voor schelmen en dieven, willende ook geenszins voor de Maatschappij werken.

Gedaan in den raad op dato als boven:
De onderdirekteur Schuurer
B. ??
G. van Buiten


Bijlage 4: proces verbaal van wijkmeester Gerrit van Buiten

GEEN transcriptie


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag