Raad van Policie en Tucht in de Gewone Kolonien

op den 16 November 1843



Samenvatting (cursief), met soms stukjes transcriptie ertussen.


Nav Raad van toezicht kol 1 van 15 november, houdende beschuldiging:


- tegen kolonist Jan van der Wilk (K1H16): wegvoeren aardappelen. Getuigen Jan van Leeuwen (K1H7), Willem Godwald (K1H14) en Levie Wijl (K1H9). De eerste heeft hem niet goed herkend, de anderen wel. Het is voor de raad gekomen op uitdrukkelijk verzoek van de beschuldigde, desondanks 8 dgn strafkamer.


- tegen kolonisten vrijboer Jan Minkman (K1H82). Belediging / bedreiging van wijkmeester Jan Mulder (K1H131). Mulder trof zaterdagmiddag rond twee uur bij Minkman aan het aardappelrooien Hermanus de Vries (K1H119), Geertrui Schoolbroek en Elisabeth Schoolbroek (K1H123, dit zijn de dochters van Willempje van der Dooze), Jantje van den Berg (K1H83), Adriana Penning (K1H42) en Christiaan Kooij (K1H46). Eentje sloop weg, Mulder vraagt wie dat is en Minkman zegt: 'Dat raakt u niet, die betaal ik en gaat van mijn land of ik sla u met de vork in den nek.'
Vrouw Harbrecht (dus Willempje van der Dooze) zegt gehoord te hebben dat de dochter van Minkman vader! vader! had geroepen en tegen den wijkmeester gezegd ga naar huis.
Minkman geeft toe maar ontkent de ander ook met de vork te hebben gedreigd. De getuigen verklaren eenpariglijk hetzelfde. De raad, in aanmerking nemende dat alle kolonisten-vrijboeren, evenals de gewone kolonisten, ondergeschikt behooren te zijn aan hunne superieuren..., 3 dgn strafkamer.


- tegen Wilhelmina Spoel (K1H36b), heeft samen met de bestedeling Johanna de Goede (K1H80) appels uit de tuin van onderdirecteur Faaken gestolen en uitgedeeld aan anderen die op het land werkten. Getuige opzichter Haakmeester heeft het wel gehoord maar niet gezien. 8 dgn strafkamer



Nav Raad van Toezicht kol 3 van 15 november, houdende beschuldiging:

1. tegen den bestedeling H. Bloemzaad, welke zich des nachts bij de weduwe Dijkstra zoude ophouden. (NB: zie ook op deze pagina).
De beschuldigde binnengeroepen zijnde bekent tot half twaalf ure bij haar te zijn geweest en dat hij juist zoude zijn vertrokken, wanneer de wijkmeester hem daar niet had weg gehaald, waartegen hij zich dan ook volstrekt niet had verzet.
Daar het de raad niet is gebleken, dat Bloemzaad met de wed. Dijkstra in ontucht heeft geleefd.

Besluit

H. Bloemzaad met eene ernstige vermaning, van zich in het vervolg niet meer bij de wed Dijkstra op te houden heen te laten gaan.


Verder wordt binnengeroepen de Wed Dijkstra, welke zich aan desertie zoude hebben schuldig gemaakt.
De beschuldigde kan niets tot hare verschooning inbrengen.
De Raad, gelet op art.2 par.2 en art.3 par.2 van het reglement van tucht, waarbij overplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de Ommerschans op het misdrijf is gesteld,

Besluit:

het huisgezin van de wed. Dijkstra voor een onbepaalde tijd te verwijzen naar de Ommerschans waarop de goedkeuring van de permanente commisie zal worden ingewacht. De beschuldigde, binnengeroepn zijnde, wordt haar zulks kenbaar gemaakt.



- tegen kolonist Harmen Beekman (K3H148) wegens steeken en verkoopen van turfkluiten. Beschuldigde niet verscheenen, in het denkbeeld, dat dit onnoodig was, daar hij zijn misdaad in den Raad van Toezigt reeds bekend had. Ernstige vermaning



- tegen kolonist Gosse Jager (K3H113). Verkoop deur, welke in zijne woning door een nieuwe verwisseld was, en waarvoor hij zestig centen had ontvangen. 8 dgn strafkamer



- tegen de kolonistenkinderen Leendert Hartog (K3H77) en Willempje van Putten (K3H39) Onzedelijk gedrag en zwanger. Alleen Hartog verschijnt. onbepaalde tijd Ommerschans (Willempje) en Veenhuizen (Leendert).



- tegen kolonist Jan Daniël Adee (K3H62). Huisvesten zwangere dochter, die al was gedeserteerd maar voor de bevalling was thuisgekomen. De kolonist komt bij de raad niet opdagen, maar zijn vrouw verschijnt en die verklaart dat hare dochter zeer kort vóór de bevalling bij haar was gekomen, welke zij in de omstandigheden niet terug kon zenden.
De raad denkt dat het 'met voorbedachtzaamheid is geschied' en wijst er nog eens op 'dat zulks reeds vroeger ten strengsten aan de kolonisten verboden is'. Maar echt streng wordt ze niet, Adée moet drie dagen brommen in de strafkamer.

((In raad van toezicht: Adée zegt dat zijne dochter juist de dag waarop zij bevallen is bij hem was gekomen van de Oldemarkt waar zij toen woonde, en op verklaring van de vroedvrouw onmogelijk vóór de bevalling wederom derwaards kon of mogt vertrekken, en na de bevalling zoo spoedig mogelijk vertrokken is, wat echter drie weken ge?? heeft.))



- tegen de kolonistenzoon Hendrik de Vries (K3H102) heeft wijkmeester Jan Kleijzing (K3H72b) bedreigd. Volgens raad van toezicht ook met een mestvork. Het is overigens een geschikte jongen, meldt raad van toezicht. Zegt bij RvP dat deze drift gewoonlijk de gevolgen zijn van zenuwtoevallen. 3 dgn strafkamer.



- tegen de kolonistenzoon Lodewijk Fellinga (K3H163). Komt bij avond beschonken in het huis van vrijboer Hendrik Snoek (K3H66), van wien hij sterke drank wilde hebben, toen die dat weigerde heeft hij Snoek aangepakt en op de grond geworpen. Zonder verder te slaan, maar hem wel vastgehouden tot Pierre Jean Castaing (K3H67), die door een dochter van Snoek geroepen was, hem er heeft uitgezet, waarna hij nog een glasruit heeft ingeslagen. 8 dgn strafkamer.



- tegen Henderika Colvenbach, echtgenote van Gosse Jager (K3H113), die de kolonist Cornelis Nobbe (K3H115) allervreselijkst heeft gescholden. 3 dgn strafkamer.



- tegen de kolonistenzoon Pieter Dool (K3H136) heeft zich verzet tegen de wijkmeester Jan van Agteren (K3H141) 3 dgn strafkamer



Bijlage 1: Raad van toezicht van Frederiksoord 15-11-1843


GEEN transcriptie.


Bijlage 2: Raad van toezicht van Willemsoord 15-11-1843


Wordt binnengeroepen de bestedeling H. Bloemzaad oud 35 jaren, ingedeeld in hoeve no 124 die door den wijkmeesters Hazeloop en van Agteren des nachts bij de wed. Dijkstra het huis is uitgehaald.

Vroeger had men er reeds aan getwijfeld of hij zich niet wel eens des nachts bij die wed. Dijkstra ophield, en daartoe het huis ’s nachts voor gezorgt, doch hem niet gevonden,
deze misleiding was voor Bloemzaad te mooi om te kunnen verzwijgen, en vertelde toen aan andere kolonisten dat hij in eenen ouden kast zich verborgen gehouden had,
waarna het tweede onderzoek gedaan is, omstreeks van middernacht,
en na herhaalde malen kloppen vroeg de wed. Dijkstra “wie is daar?” en toen den stem van den wijkmeester vernemende heeft zij zich, doch zoo, dat men het buiten hoorde Bloemzaad gewekt,
en hen de voordeur geopend, en tegelijk kwam Bloemzaad de koedeur uit, om zoo te ontkomen, doch daar werd hij door den wijkmeester van Agteren staande gehouden.
 
Bloemzaad ontkent dat hij in huis geweest is en zegt buiten te hebben geloopen dat eene onwaarheid is.

Daarna wordt binnengeroepen de wed. Dijkstra uit hoeve no 18, die na dit voorgevallene gedeserteerd is, en zes dagen daarna teruggekomen;
deze is niet voor den raad verschenen.


Van de rest van de zitting GEEN transcriptie.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1616

Notities bij het zittingsverslag