Raad van Policie en Tucht in de gewone Kolonien

op den 6 April 1858


Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van den secretaris welke door menigvuldig bezigheden op het bureau verhinderd is geworden.

Wordt gelezen een Proces-verbaal van den Raad van Toezigt van Kolonie N3 van den 3 dezer maand houden beschuldiging:

In de kantlijn bijgeschreven: Zie bijgaande stukken

1. tegen de bestedeling Anna Elisabeth Depmer wegens onzedelijken omgang met den Kolonist H.R. Wiegman tengevolge waarvan zij in een zwangeren staat zou verkeeren.

De beschuldigden, binnengeroepen zijnde, zijn niet verschenen.

De Raad merkt aan dat Wiegman zijn misdrijf in den gehouden Raadsvergadering van den 29 Maart jl. reeds had beleden, zonder iets tot zijne verschooning in te brengen en dat A.E. Depmer dit in den Raad van Toezigt bij Kolonie N3 insgelijks had gedaan, waardoor hij ze beide voor schuldig houdt en daarbij gelet op Artikel 2§f en Artikel 3§2 van het Reglement van Tucht waarbij overplaatsing naar de Ommerschans op dat misdrijf is gesteld,

Besluit:

H.R. Wiegman en A.E. Depmer voor een onbepaalden tijd te verwijzen naar de Ommerschans, waarop de goedkeuring van het beheer zal worden ingewacht.

In de kantlijn bijgeschreven: Beide naar de Ommerschans?



2. tegen Aaltje, dochter van den Kolonist G. Jager, wegens onzedelijken omgang met zekeren Korst, buiten de Kolonie woonachtig, tengevolge waarvan zij in eene zwangeren staat zou verkeeren.

De beschuldigde, binnengeroepen zijnde, is niet verschenen.

In de kantlijn bijgeschreven: Kolonie 3, folio 59. Gewone Kolonist G. Jager met twee kinderen respectievelijk 62, 58 en 25 jaar oud langels(?) 30 Maart 1837 geplaatst op contract met de Achtbaren Diaken der Nederlands Hervormde Gemeente te Groningen. Aaltje, geboren 29 July 1833.

De Raad merkt aan dat haar vader G. Jager ook hare schuld in den Raad van Toezigt van Kolonie N3 heeft beleden, waardoor hij haar voor schuldig houdt, en daarbij gelet op Artikel 2§f en Artikel 3§2 van her Reglement van Tucht waarbij overplaatsing naar de Ommerschans op dat misdrijf is gesteld,

Besluit:

Aaltje Jager voor een onbepaalden tijd te verwijzen naar de Ommerschans, waarop de goedkeuring van het Beheer zal worden ingewacht.

Aldus gedaan in den Raad te Frederiksoord,
den 6 April 1858.
C. Hulst; C. Donker; J. Souverijn; G. de Vries.


Bijlage 1: Raad van Toezicht van Willemsoord 03-04-1858


Alle leden zijn tegenwoordig.

Wordt binnengeroepen de bestedeling Anna Elisabeth Depmer, oud 38 jaren, ingedeeld bij den Kolonist H.R. Wiegman, Hoeve N24, welke ingedeelde in zwangerschap verkeert.

Zij bekent door den onzedelijken verkeering met den Kolonist H.R. Wiegman zwanger te zijn.

Zij kan niet naar Frederiksoord lopen.

Wiegman heeft erkend dat A.E. Depmer ten gevolge hunner onzedelijke verkeering in zwangeren toestand is, van welke de laatste verklaring is melding gemaakt in het Proces-verbaal van den 25e Maart jl.


Nog wordt binnengeroepen Aaltje, dochter van den Kolonist G. Jager, oud 24 jaren, van wie men vermoed, dat meede in zwangeren toestand verkeert.

Niet de geroepenen, maar haren vader, Gosse Jager, komt binnen en geeft op de vraag, waarom hij en niet zijne dochter hier gekomen is, te kennen, dat zij ongaarne voor de Raad had willen verschijnen, omdat zij toch de Kolonie wilde verlaten, en geeft Jager voorts de verzekering dat zijne dochter zwanger is, tengevolge van onzedelijke omgang met zekeren Kors, die buiten de Kolonie woonachtig is.

Aldus gedaan te Willemsoord,
den 3e April 1858
P. de Slot; J. van Eijsden; J. Verhagen; C. Donker; M.J. Aukes.



Bijlage 2: Brief van de directeur (N1014) aan Den Heer Gecommitteerde der Regering bij de Maatschappij van Weldadigheid


Frederiksoord, 14 April 1858

Ik heb de eer U Hoog Edelgestrenge hiernevens in te zenden een Proces-verbaal van den Raad van Policie en Tucht in de gewone Kolonien, van den 6 dezer maand, houdende verwijzing naar den Ommerschans van den Weduwnaar H.R. Wiegman met de bestedeling Anna Elisabeth Depmer no.117, zijne ingedeelde, met welke hij onzedelijken omgang heeft gehad, waardoor zij in zwangerschap verkeert, waaromtrent ik U Hoog Edelgestrenge reeds heb gerapporteerd bij brief van 23 Maart jl N780, waaraan ik mij gedraag.

En van Aaltje, dochter van den Kolonist G. Jager te Willemsoord, terzelfden zake, doch met iemand van buiten de Kolonien, met wien zij eerstdaags een huwelijk schijnt te zullen aangaan en die dus de Kolonien wel zonder ontslag zal verlaten.

De Directeur der Kolonien
J. van Konijnenburg.


Bijlage 3: Beslissing van de Gecommitteerde der regering


’s-Gravenhage, den 5 Mei 1858

De gecommitteerde der Regering bij de Maatschappij van Weldadigheid,

Gelezen den brief van den Directeur der Kolonien van den 14 April ll. no.1014 en het daarbij ingezonden Proces-Verbaal van den Raad van Policie en Tucht in de gewone Kolonien van den 6e bevorens,

Nader gelezen een adres van de gewone Kolonist H.R. Wiegman te Willemsoord van den 14 Maart jl, strekkende om verzachting der hem opgelegde straf van overplaatsing naar de strafkolonie te Ommerschans wegens overtreding van de zedelijkheid,

besluit:

1. te bekrachtigen de verwijzing voor een onbepaalden tijd naar de strafkolonië te Ommerschans van de gewone Kolonist H.R. Wiegman voornoemd, alsmede van de gewone Kolonistendochter Aaltje Jager;

2. niet te bekrachtigen de verwijzing voor een onbepaalden tijd naar dezelfde strafkolonie van de bestedeling Anna Elisabeth Depmer no.117B, maar te bepalen dat zij als straf naar een der Bedelaarsgestichten te Veenhuizen zal worden overgeplaatst.

Afschrift dezes zal worden gezonden aan de Directeur der Kolonien ter uitvoering.

De Gecommitteerde enzovoort.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 3283 én bij post 5 mei 1858 N1, invnr 887

Notities bij het zittingsverslag