Raad van Tucht gehouden te Frederiksoord den 9 Maart 1861

Alle leden zijn tegenwoordig.

Wordt binnen geroepen de persoon van D. Roskam bestedeling in Kolonie N 1, beschuldigd van den bestedeling J. van Santen oud 16 jaar te hebben geslagen blijkens daarvan gemaakt procesverbaal in den raad van toezigt van den 30 Januarij.

De Raad van Tucht

Gehoord de beschuldigde die bekent, zich aan het hem ten laste gelegde feit te hebben schuldig gemaakt en niets kan inbrengen tot zijne verontschuldiging

Gelet op Hoofdstuk VII § 1 art: 104 litt B in verband tot art: 105 1e alinea van het reglement van Beheer voor de Maatschappij van Weldadigheid

Besluit

De bestedeling D. Roskam de straf op te leggen van drie dagen provoost arrest.-
de Raad voornoemd


Gelezen het procesverbaal van den Raad van toezigt van Kolonie 1 waarbij melding wordt gemaakt van het voorloopig verhoor van den kolonisten zoon van Attekum, die beschuldigd is, een dennenboom in de kweekerij te hebben gehakt.

De beschuldigde erkent zijn feit en zegt dit gedaan te hebben, omdat zijne ouders niet van brandhout waren voorzien en hunne turf te nat was.

De beschuldigde wordt onder ’t oog gebragt, dat zijne ouders zich dan even als ieder ander, hadden moeten redden, en hij in ieder geval toestemming had moeten vragen tot het hakken van dit hout.-

Gelet op art: 104 litt f van het reglement  van Beheer in verband tot art: 105 § 4 van het Reglement van Beheer

Overwegende dat de herhaalde strooperijen in de bosschen der Maatschappij en in de boomkweekerij het allezins wenschelijk maken, dat die bepalingen niet te ligt worden toegepast.-

Besluit

J. van Attekum te veroordeelen, tot eene schadevergoeding van 25 cents en tot twee dagen opsluiting in de strafkamer..-
de Raad voornoemd


Gelezen het procesverbaal van den raad van toezigt van kolonie N: 1 melding makende van het voorloopig verhoor van den kolonist L. P. T. Kragt beschuldigd van eenen wijstok te hebben afgehakt, op de hoeve die hij onlangs heeft moeten verlaten.-

Gehoord den beschuldigde die zijn feit erkent en ter zijner verontschuldiging aanvoert, dat hij niet geweten heeft het hem verboden was dien boom weg te nemen, en hij bovendien daarin geen kwaad zag om dat de boom zijn eigendom was, hetgeen betwijfeld wordt.

De Voorzitter merkt aan, dat zijne onwetendheid aangenomen dat die bestond, hem in deze niet verontschuldigt, aangezien hij in het verrigte geen kwaad ziende eigenaardig verpligt was om daartoe de toestemming der Directie te vragen.-

Gelet op art: 104, litt: f in verband tot art: 105 § 4 van het Reglement van Beheer

Besluit

L. P. T. Kragt te veroordeelen tot eene geldboete van f 0,30, en eene opsluiting van 3 dagen in de strafkamer
de Raad voornoemd


Gelezen het procesverbaal van den raad van toezigt van kolonie 1 dd 6 Maart ll. , waarbij melding wordt gemaakt van het voorloopig verhoor van den bestedeling Jan Lolcama die beschuldigd wordt zonder bekomen verlof de koloniën te hebben verlaten,

De beschuldigde erkent zijn feit en geeft de verzekering dat hij voor het vervolg toonen zal, dat het hem ernst is, zich oppassend te gedragen en zich te onderwerpen aan de koloniale verordeningen hetgeen hem dan ook in zijn eigen welbegrepen belang ten zeerste wordt aangeraden

Gelet op art: 104 litt ... (ontbreekt) in verband tot art: 105 § 4 van het reglement van Beheer

Besluit

Den bestedeling Jan Lolcama te veroordeelen tot eene geldboete van 50 cents
de Raad voornoemd


Blijkbaar moest de secretaris de rest afraffelen, want vanaf nu is het nauwelijks leesbaar:

Gelezen hetzelfde procesverbaal betreffende het voorloopig verhoor van den vrijboer M Zandwijk die door den landbouwer J. H. Kerstens te Nijensleek hout zoekende is gevonden in de bosschen waarvan hij eigenaar is

Gehoord het verzoek van Kerstens om in deze zoodanige maatregelen te nemen als men noodig zal achten om de strooperijen in zijne bosschen te voorkomen;

Gehoord den beschuldigde die de waarheid van het hem ten laste gelegde erkent, maar voorts te kennen geeft dat hij niet weet daaraan evenveel(?) te veranderen, dan dat de hoeveelheid die hij voornemens was weg te halen uiterst gering was wat niets anders dan eenige doode takken betekend

Gelet op art: 104 litt: f en art: 105 § 4 van het R van Beheer

Besluit

M Zandwijk, uit aanmerking van verzachtende omstandigheden te veroordeelen tot een dag opsluiting in de strafkamer.
De Raad voornoemd ??  ??
Borger, secr

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 3283

Notities bij het zittingsverslag