Kolonie Ommerschans

Zaturdag den 25 februarij 1832

zie onderaan de pagina het bijbehorende proces-verbaal door Cornelis Wilhelmus Rensing


Present zijn de Heeren
K. Mulder pres.
C.W. Rensing
J. Bosscha
Mensink &
Schnatz

Alle Leeden van de Raad zijn tegenwoordig, uitgenomen den onderdirecreur van de fabriek G. ten Broek welke door indispositie verhinderd wordt zitting te komen nemen. –

De President opent de Raad. –

Er wordt voorgelezen een door den Onderdirecteur binnen opgemaakt Proces Verbaal, behelzende het voorgevallene op gister avond met den kolonist Kammeijer, en welk Proces Verbaal in originale hier bijgevoegd is. –

Het blijkt de Raad uit dit Proces Verbaal dat de personen van Kammeijer & Ruisch ten hoogsten strafwaardig zijn, en voorbeeldig moeten gestraft worden. –

Men doet Kammeijer binnenkomen, welke te kennen geeft, dat de oorzaak van zijn omstandigheid aan Alida Ontrop is toe te schrijven, met welke koloniste hij in kennis stond of liever gezegd verkeering had, en die zich met een ander persoon zoude afgegeven hebben, waarover hij Kammeijer was gebelgt geworden, en zijn drift niet had kunnen overwinnen.

Men hoort insgelijks de kolonist Ruisch welke na langen tijd er om toe gepraat te hebben, eindelijk bekent dat hij de in het proces verbaal uitgedrukte oproerige gezegden gedaan had, maar dat hij daar over groot berouw gevoelde.

In de kantlijn met potlood bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: De beschuldigden moeten buiten staan

De president vraagt aan de Leeden, welke straf aan Kammeijer & Ruisch zal opgelegd worden. –

Overwegende dat Ruisch medepligtigen op zaal 3 gehad heeft, die hij voor als nog niet verkiest te noemen. –

In de kantlijn met potlood bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: Waarom de artikelen niet aangehaald. Art 14 & 15 schijnen alleen toepasselijk

Wordt met unanieme stemmen goed gevonden de persoon van Kammeijer te condemneren
a tot 30 Stokslagen

Op het blad aan de rechterzijde met potlood bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: 30 Stokslagen. Het besluit spreekt wel van rietjes maar niet van Stokken - 30 slagen is ook tegen het bestuur althans indien art 14 is toegepast

b tot 14 dagen opsluiting in eene der kelders om het gesticht aanwezig.

Op het blad aan de rechterzijde met potlood bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: Kelders Het besluit spreekt van de discipline zaal en Provoost en van geen andere localen

c om den anderen dag in de boeijen aan de 1e schakel

Op het blad aan de rechterzijde met potlood bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: aan den 1 Schakel?

d om den anderen dag te water en brood


De Persoon van Ruisch op te sluiten in eene der kelders om den anderen dag in de boeijen aan de 1e schakel, tot zoolang hij de Raad zal hebben bekent gemaakt met de medepligtigen in het onderhavig geval, zullende daar na wederom Raad omtrend zijn persoon en Consorten belegt worden, en na bevind van zaken gecondemneerd worden. –

In de kantlijn bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: geheel willekeurig schijnt dit te zijn. Mij dunkt Ruisch kan hoogstens als complice volgens art 15 worden gestraft


Aldus gedaan op datum als boven
De president en Leeden.
K. Mulder
Rensing
J.A. Boscha
M. Mensink
J. Schnatz
Stous Secrs


Bijlage Proces Verbaal

Het was op den 24 februarij ten duizend acht hondert twee en dertig, des avonds omstreeks zeven uren, dat ik ondergetekende ontwaarde dat zekeren kolonisten bedelaar Kammeijer genaamd, de op de binnenplaats van het Gesticht staande afscheidingshekken was overgeklommen tot op dat gedeelte alwaar de Vrouwen gehuisvest zijn, vervolgens de trappen van zaal 35 was opgeklommen en zekere koloniste met name Ontrop op gezegde zaal gedugte slagen had toegebracht. –

Ik begaf mij terstond derwaarts, doch vond genoemden Kammeijer niet meer daar, hij had zich middelerwijl wederom naar zijn zaal begeven. daarop gaf ik aan den Brigadier Veldwachter Blatter benevens aan den Veteranen Veldwachter Thijssen last om Kammeijer in de strafkamer te brengen –

Genoemde Veldwachters begaven zich tot dat einde dan ook dadelijk naar zaal 4, doch daar gekomen zijnde wierd de lamp door Kammeijer uitgeblazen, en met een daar aanwezig zijnde houten schop bragt Kammeijer den Veteraan Thijssen een slag op zijn hoofd toe, dat hij geheel bebloed wierd.

In de kantlijn bijgeschreven, vermoedelijk door de permanente commissie: hoe weet men dit – de lamp was immers uitgeblazen

Middelerwijl bespeurde ik dat een gedeelte der bevolking van zaal 4 partij voor Kammeijer trokken, en niet zouden gedogen dat hij in arrest genomen wierd, zoo dat ik vermeende best te zijn zoo lang te wagten tot dat de laatste bel geluid hadde, en de Zaalen allen gesloten waren.–

Alzoo gedaan, omstreeks 8 uuren begaf ik mij met bovengenoemde Veldwachters in persoon naar zaal 4, klopte aan, te kennen gevende dat het den OnderDirecteur was, die hunl. wat te zeggen had, en dat zij de deur voor mij moesten opendoen, maar in stede van aan dit mijn verlangen te voldoen, wierd ogenblik tafels en banken voor de deur geplaatst, en de kagchel pook wierd ten overvloede op de klink gestoken. –

Ik gaf hunl. (= hunlieden) nogmaals te kennen, dat zij de deur zouden openen, ten einde mij niet in de noodzakelijkheid te stellen, die maatregelen te nemen die zeer onaangename gevolgen voor hun allen zouden te weeg brengen, maar niettegenstaande dit alles bleef de deur gebarricadeerd.

Ik begon eenige voetstoten op de deur te doen om te beproeven of het slot wilde openspringen en om als dan met de macht die middelerwijl was aangekomen de Tafel en banken weg te dringen, toen zich op dat ogenblik van boven uit zaal 3 een stem liet hooren “als gijl. daar onder niet weggaat dan zullen wij eens afkomen” ook zaal no 7 even als het geheele mannenkwartier wierd, hoe wel juist wel niet oproerig evenwel buitengewoon roerig.

Daar het omstreeks 9 uuren geworden was vond ik goed mij een poos tijds met mijne manschappen te verwijderen, om de te huis komst van den Heer Adjunkt Directeur af te wagten, die om Koloniale aangelegenheden juist op dit ogenblik absent was; tot voorzorg evenwel last gevende om de Veteranen van hunne posten met hunne wapenen gedurende de nagt aan het Gesticht te doen komen, die dan ook spoedig arriveerden, en van welke manschappen ik er twee met scherp geladen voor zaal 4 deed post vatten.-

Het wierd allengskens overal rustig, des morgens in de vroegte begaven zich den Heer Adjunkt Directeur en den ondergetekende naar zaal 4, de schuldige Kammeijer wierd dadelijk gearresteerd, als mede zekere kolonist Ruis van zaal nr 3, die men herkent had, als de boven gezegde oproerige kreet te hebben aangeheven, terwijl de Raad van Tucht Zoo spoedig mogelijk omtrent dit voorval zal zitting nemen. –

Aldus naar waarheid gerelateerd op dato als boven
De Onderdirecteur binnen
Rensing



BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag