Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans.

Zitting gehouden op Zaturdag den 3e Januarij 1846

De Leden zijn tegenwoordig de President opend de Vergadering.

Verschijnd voor de zelve de kolonist

Willem Hendrik Mulder N. 2747 schuldig aan desertie voor de 1ste maal.

Geene redenen tot verschoning wetende in te brengen laat men hem aftreden.

Gezien Art: 11. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal  met opsluiting in boeyen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden  voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, vier maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen  en in de disciplinezaal worden geplaatst.

De Raad besluit hem te Straffen met Acht dagen opsluiting om den anderen dag in de boeijen, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden.-




ten tweede verschijnen voor den Raad

Theodorus Gustavus N. 1073 en Willem Cornelis Kroes N. 1811. schuldig aan ongehoorzaamheid jegens den Hoevenaar wegens aanhoudende luiheid in het verrigten van hun arbeid.-

Zij weten niets tot hunne verschoning in te brengen.-

Zij worden gelast af te treden.-

Gezien Art. 9. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.-

Alle ongehoorzaamheid jegens de koloniale ambtenaren zal met verplaatsing in de discipline zaal voor drie tot acht dagen worden bestraft en indien deszelve met brutaliteit gepaard gegaan is, met opsluiting voor dezelfden tijd in de provoost.

Wordt besloten hun te Straffen met Acht dagen opsluiting.-

De Schuldigen worden weer binnen gelaten, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te Stellen wordt de vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven.

/was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek, Borman Bakker Blijstra Stous alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag