Raad gehouden op Zaturdag den 10e Januarij 1846

De Leden zijn tegenwoordig, de President opend de Vergadering.

Wordt voor de zelve gebragt de kolonist

Matthijs de Groot N. 2802. schuldig aan ontvluchting voor de 1ste maal.

Niets wetende in te brengen wordt hij gelast af te treden.-

Gezien Art. 11. hier voren gemeld

Men besluit hem te Straffen met 8 dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden.-

de Schuldige wordt weer binnen gelaten, de Secretaris leest hem zijn Vonnis voor waarna hij aftreed en ter opsluiting weg gevoerd

Op rondvraag van de President niemand der Leden iets meer hebbende voor te Stellen wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven.

/was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek, Borman Blijstra Uhl en Stous, alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag