Raad gehouden op Zaturdag den 17e Januarij 1846.-

De Leden zijn tegenwoordig de President opend de Vergadering.-

Verschijnen voor de zelve de kolonisten

Evert van Dalen N 1138

Gerrit van Dalen N 1139 en

Godfridus Damen N 1197

schuldig aan onzedig gedrag op de reis naar Deventer en terug om aldaar voor de Regtbank getuignis der waarheid af te leggen, onder geleide van den onder Brigadier Pfister en den Hoevenaar Mulder.

Zij weten weinig of niets tot veronschuldiging in te brengen

De President zijn ontevredenheid te kennen gevende worden zij gelast af te treden.-

Gezien Art. 16 van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Onzedelijk gedrag in woorden, als vloeken, schelden, razen etc. of met daden  door zedelooze omgang met anderen zal met verplaatsing in de discipline zaal van een tot acht dagen worden gestraft en bij herhaling daarvan met opsluiting zoo noodig in boeijen en te water en brood om den anderen dag.

De Raad besluit hun te Straffen als

E. van Dalen voor 8 dagen opsluiting als hebbende zich het meeste schuldig gemaakt aan Vloeken en Schelden

G. van Dalen voor 6 dagen opsluiting

en G. Damen voor 3. dagen opsluiting.




ten tweede verschijnd voor den Raad

Anthonie de Korte N 2886 schuldig aan ontvluchting voor de 2e maal.-

Niets wetende in te brengen laat men hem aftreden.-

Gezien Art 11. hier voren omschreven.

Wordt besloten met de Straffen met 14 dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood en boeijen en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4 maanden




ten derde verschijnd voor den Raad

Andries Groothuis N 5062 schuldig aan het verkopen van Een pet, een peije buis, een Voerlaken broek, twee hemden en twee paar kousen, voor de 1ste maal

Niet wetende aan wien hij gemelde goederen verkocht heeft, wordt hij gelast af te treden

Gezien Art. 13. van het Reglement hier voren omschreven.-

Men besluit hem te Straffen met dubbele vergoeding ad ƒ 25.90 en opsluiting voor 14. dagen om den anderen dag te water en brood-




tot Vierde verschijnd voor den Raad

Adrianus Laarhoven N. 2845 schuldig aan weigering van werk, en ongehoorzaamheid jegens den Bouwboer Mulder.

Hij weet niets tot zijn verschoning in te brengen

Men laat hem aftreden

Gezien Art: 16. hier voren omschreven

De Raad besluit hem te Straffen Acht dagen opsluiting.

De Schuldigen worden weer binnen gelaten, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden en ter opsluiting weg gevoerd.-

Op rondvraag van de President niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek, Bourlard Blijstra Borman Uhl en Stous alle Leden van den Raad

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag