Raad gehouden op Zaturdag den 31e Januarij 1846.-

De Leden zijn tegenwoordig de President opend de Vergadering.-

Verschijnen voor de zelve

Ari Rutten N. 1808. schuldig aan het verkopen van een peije buis twee Voerlaken broeken een hemd en twee paar kousen voor de 2e maal

Louwe Egberts Bol N. 5065 schuldig aan het verkopen van een Voerlaken broek een hemd en een doek voor de 2e maal-

en Dirk van Keulen N. 4128. schuldig aan het verkopen van een hemd voor de 2e maal.

Niet wetende aan wien zij hunne goederen verkocht hebben laat men hun aftreden.-

Gezien Art 13 hier voren omschreven

Men besluit hun te Straffen ieder voor 14 dagen opsluiting en dubbele vergoeding als

A. Rutten voor ƒ 24.20

L. Egberts voor ƒ  7.80

D. van Keulen voor ƒ  2.50




ten tweede verschijnd voor den Raad

Jacobus Theodorus Johannes Buijer N. 283 schuldig aan poging tot desertie voor de derde maal.-

Hij heeft niets tot verschoning in te brengen.

Men laat hem aftreden.-

Gezien Art. 11. hier voren omschreven

Wordt besloten hem te Straffen met 14. dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden als mede met 20. rietslagen.-

De Schuldigen worden weer binnen gelaten, de Secretaris leest hun de geslagen Vonnissen voor waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te stellen wordt de Vergadering geslooten.-

Aldus gedaan op dato als boven.-

was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek, Bourlard Uhl Borman en Stous alle Leden van den Raad.-

Voor Extract Conform
de Secretaris
Stous


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag