Raad gehouden op Zaturdag den 14e Februarij 1846.-

De Leden zijn tegenwoordig uitgezonderd de Adjunkt Directeur- de onder Directeur binnen opend als fungerend President de Vergadering.-

Verschijnd voor de zelve

Jan Albert Jongsma N. 3224. schuldig aan ontvluchting voor de 1ste maal.- Hij weet niets in te brengen

Men laat hem aftreden.

Gezien Art. 11. hier voren omschreven

De Leden besluiten hem te Straffen voor 8. dagen opsluiting om den anderen dag in de boeijen te water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden




ten tweede wordt voor den Raad geroepen en verschijnd

Johanna Dorcas N 1669. schuldig aan ontvreemding van 1 ½  oud pond zeep uit het waschhuis, hetwelk de Zaalopziener uit haar kasje heeft gehaald.-

Geene de minste bijzondere redenen tot verschoning wetende in te brengen, laat men haar aftreden.

Gezien Art. 13. van het Reglement van Tucht luidende als volgt

Ontvreemding, verwaarlozing, beschadiging of verpanding van goed aan de Maatschappij, aan ambtenaren, aan medekolonisten of aan iemand anders behoorende, zal worden gestraft met dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde of verpande, uit het tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting en boeijen van drie tot veertien dagen naar gelang der omstandigheden, desnoods te water en brood om den anderen dag, en bij herhaling van een dier misdrijven, altijd met veertien dagen opsluiting, de drie eerste en drie laatste te water en brood.

De Raad besluit haar te Straffen met drie dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad 67 Centen

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden.

Niemand iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

was getekend van Roon P. Postema J. Steenbeek, Blijstra, Borman Beuming en Stous Leden van den Raad


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag