Raad gehouden op Zaturdag den 21e februarij 1846.

Daar de Leden tegenwoordig, wordt door de President de Vergadering geopend

verschijnd voor de zelve

Johannes Reppel N. 1804. schuldig aan het verkopen van een hemd een paar kousen, een doek, twee broeken en een peije Buis, als mede poging tot desertie in complot, voor de 1ste maal, zijnde door de Veteranen Veldwachter van de Wiele van buiten de limiet terug gebragt.

Niets wetende in te brengen laat men hem aftreden.-

Gezien Art 11. & 13 hier voren gemeld

De Raad besluit hem ingevolge beide artikelen te Straffen met 18 dagen opsluiting om den anderen water en brood het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden en dubbele vergoeding ad ƒ 24.94.




ten tweede verschijnd voor den Raad

Johannes Boon N. 2454 schuldig aan het verkopen van een broek een doek en 2 pr kousen voor de 1ste maal.  niet wetende aan wien hij gemelde goederen verkocht heeft, laat men hem aftreden

Gezien Art 13. hier voren gemeld

Wordt besloten hem te Straffen met 8. dagen opsluiting, en dubbele vergoeding ad ƒ 9.70




ten derde verschijnd voor den Raad

Louwe Egbers Bol N. 5065 wegens het moedwillig verscheuren van een wollen deken en het verruilen van een Buis welke kolonist hij niet kent-

Gezien Art. 13. hier voren

De Raad besluit hem te Straffen met 14 dagen opsluiting en dubbele vergoeding als zijnde de schade der deken getauxeerd op 50 Cent al zoo te zamen ad ƒ 11.30 zijnde dit voor de 3e maal sedert het besluit genomen door de Permanente Commissie de dato 18 October 1844.-




Ten vierde verschijnd voor den Raad

Simon Schamot N 636 schuldig aan het verkopen van een peije buis een broek een hemd en een paar kousen voor de 1ste maal na het besluit.-

Niet wetende aan wien hij zijn goed verkocht heeft, wordt hij gelast af te treden.-

Gezien Art 13. hier voren omschreven

Men besluit hem te Straffen met 14. dagen opsluiting, en dubbele  vergoeding ad ƒ 17.90.-




ten vijfde verschijnd voor den Raad

Janke Pieters van Hoek N. 1236 schuldig aan het ontvreemden van 5 ???? zeep uit het waschhuis hetgeen zij zoude verkocht hebben aan Berendina Hendrika ?? (onleesbaar) N. 1801 welke mede voor den Raad wordt geroepen en verschijnd.-

Zij bekennen beide hun bedreven misdaad en verzoeken om verschoning.

Zij worden gelast af te treden

Gezien Art 13. hier voren omschreven

Door den Raad wordt besloten hun te Straffen met Acht dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad 45 Centen.

De Schuldigen worden weer binnen geroepen en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden en ter opsluiting weg gevoerd.-

Niemand op rondvraag van de President iets hebbende voor te Stellen wordt de Vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven

Was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema, J. Steenbeek, Bourlard Uhl, Blijstra Bakker en Stous, alle Leden van den Raad


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag