Raad gehouden op Dingsdag den 7e April 1846

De leden zijn tegenwoordig uitgezondert de Adjunkt Directeur, de Vergadering wordt door den fungerende President geopend.-

Verschijnd voor de zelve

Harmen Annes van der Wal N 4440 schuldig aan desertie voor de 3e maal

en Antonij de Korte N. 2886 schuldig aan poging tot desertie voor de 3e m.

Geene redenen tot verschoning wetende in te brengen worden zij gelast af te treden

Gezien Art 11. hier voren omschreven

De Raad besluit hun te Straffen met 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, 30 rietslagen en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden.




ten tweede verschijnen voor den Raad

Pieter Schutter N. 466 schuldig aan het verkopen van een hemd, een broek en 1 pr kousen 1e maal

Franciscus Ludovicus van der Saar N 2100. schuldig aan het verkopen van een peije buis, een broek en een paar klompen, en Hendrik Meindert van Dijk N 1376 schuldig aan het verkopen van een broek een hemd een paar kousen, en het verruilen van een peije buis bijde 1e maal

Niet wetende aan wien zij hunne goederen verkocht hebben en geen redenen tot verschoning wetende in te brengen laat men hun aftreden.

Gezien Art. 13 hier voren

Met eenparigheid van Stemmen wordt besloten de Schuldigen te Straffen ieder met 8. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en dubbele vergoeding als:

P. Schutter voor ƒ  9.30

F. L. van der Saar voor ƒ 15.40

en H. M. van Dijk voor ƒ 19.60

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, de Secretaris leest hun de geslagen Vonnissen voor waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de fungerende President iets meer hebbende voor te Stellen, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

Was getekend/ van Roon P. Postema J. Steenbeek Uhl Blijstra Borman en Stous, alle Leden van den Raad


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag