Raad gehouden op Zaturdag den 18e April 1846

De Leden zijn tegenwoordig de President opend de Vergadering

verschijnd voor de zelve

Willem Burghart van Bekkum N. 873 schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal, en het verkopen van een hemd en een paar kousen.

Geene redenen tot verschoning wetende in te brengen, laat men hem aftreden

Gezien Art: 11. & 13. hier voren

Men besluit hem te Straffen met 14 dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden en dubbele vergoeding ad ƒ 4.70




ten tweede verschijnen voor den Raad

Pieters Paulus N 3264. schuldig aan het verkopen van een broek, en een paar kousen. en Johannes Hutteman N. 1675 schuldig aan het medenemen van ongeveer 5 kop aardappelen van het land hem toevertrouwd om te pooten.-

Niets wetende in te brengen laat men hun aftreden

Gezien Art 13 van het Reglement hier voren omschreven

De Raad besluit hun te Straffen ieder met 8. dagen opsluiting, en dubbele vergoeding, als:

P. Paulus voor ƒ 6.80

en J. Hutteman voor ƒ 20




ten derde verschijnen voor den Raad

Simon Philip de Jong N 4783 schuldig aan ontvluchting voor de 2e maal en Martinus van Hest N. 3085. schuldig aan ontvluchting voor de 4e maal

Zij weten niets tot verschoning in te brengen.-

Men laat hun aftreden.

Gezien Art. 11. hier voren vermeld

Door den Raad wordt besloten hun te Straffen voor 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden en M. van Hest met 40 rietslagen.-

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, de Secretaris maakt hun de geslagen Vonnissen bekend waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te Stellen wordt de Vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven

/was getekend/ A Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek Bourlard Uhl Borman en Stous alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag