Raad gehouden op Zaturdag den 13e Junij 1846.-

Daar de Leden tegenwoordig zijn wordt door de President de Vergadering geopend.-

Verschijnen voor de zelve

Petrus Mulders N. 228 schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal en Simon Schamot N. 636. schuldig aan desertie voor de 2e maal met medeneming van Kleeding Stukken meer dan de aanhebbende Kleeding.

Niets wetende in te brengen laat men hun aftreden.-

Gezien Art. 11. hier voren gemeld

Wordt besloten hun te Straffen als Petrus Mulder met Acht dagen opsluiting en Simon Schamot met Veertien dagen opsluiting en 20 rietslagen, en beide om den anderen dag water en brood en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van vier maanden.




ten tweede verschijnen voor den Raad Melgior Kielliger N. 2499 schuldig aan het verkopen van een broek een hemd, een doek, en een paar kousen, en Cornelis Schermer N 3123 schuldig aan het verkopen van een broek en een hemd beide voor de 1ste maal.

Zij weten niet aan wien zij hunne goederen verkocht hebben.-

Men laat hun aftreden.

Gezien Art: 13. hier voren gemeld

Wordt besloten hun te Straffen als M. Kielliger met dubbele vergoeding ad ƒ 10.. en Schermer met dubbele vergoeding ad ƒ 7.10 en beide opsluiting voor Acht dagen om den anderen dag water en brood.

Men laat de Schuldigen weer binnen komen en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden.-

Op rondvraag van de President niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

/was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek, Blijstra Uhl Borman en Stous, Leden van den Raad.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag