Zitting gehouden op Zaturdag den 15e Aug. 1846.

Alle Leden zijn tegenwoordig de President opent de Vergadering

Verschijnen voor de zelve

Jan Willem van IJzendoorn N 2835. schuldig aan desertie voor de 1ste maal

Johannes Ulrich Reppel N 4418. schuldig aan desertie voor de 1ste maal

en Martinus van Hest N 4560. schuldig aan desertie voor de 6e maal met mede neming van 2 kantschoppen

Geene de minste redenen tot verschoning wetende in te brengen worden zij gelast af te treden.-

Gezien Art. 11. en 13. van het Reglement van Tucht hier voren omschreven

Door den Raad wordt besloten om de Schuldigen te Straffen, als:

J. W. van IJzendoorn voor 10 dagen opsluiting

J. U. Reppel voor 8 dagen opsluiting

M. van Hest voor 14 dagen opsluiting

Om den anderen dag te water en brood en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden, als mede M. van Hest met Veertig rietslagen en dubbele vergoeding der kantschoppen ad ƒ 7.-

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden.

Niemand op rondvraag van de President iets hebbende voor te dragen sluit men de vergadering.-

Aldus gedaan op dato als boven

/was getekend/ A. Hulst, van Roon P. Postema J. Steenbeek, Bourlard Blijstra, Borman en Stous alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag