Raad gehouden op Zaturdag den 22e Augustus 1846.

De Leden zijn tegenwoordig de President opent de Vergadering.-

Verschijnen voor de zelve

Franciscus Vrijdal SK N. 32 schuldig aan poging tot desertie voor de 3e maal

en David Hofland N. 3680 schuldig aan poging tot desertie voor de 2e maal met mede neming, of wel dat hij vermist of kwijd is een hemd, een pet, en een paar kousen, welke goederen hij zegt aan een man op de weg welke hij niet kende.-

Verders geene redenen tot verschoning wetende in te brengen laat men hem aftreden.-

Gezien Art. 11 en 13 van het Reglement van Tucht hier voren gemeld.

De Raad besluit hun te Straffen als F. Vrijdal met 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, het dragen van een distinctief pak voor Vier maanden en 30. rietslagen

en D. Hofland, met 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden, als mede D. Hofland ingevolge Art. 13. nog voor 3. dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad ƒ 6.30.-




ten tweede verschijnd voor den Raad

Hendrika van Putten N. 43 SK welke zich niet ontzien heeft om van haar mede kolonisten een paar kousen te Ontvreemden welke in haar hangmat waren bevonden.-

Geene redenen tot verschoning wetende in te brengen laat men haar aftreden

Gezien Art. 13 hier voren

De Raad besluit haar te Straffen voor 4. dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad ƒ 1.90.

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris hunne Vonnissen kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te Stellen wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

/was getekend/ A. Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek Beuming Uhl Blijstra en Stous, alle Leden van den Raad


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag