Extract uit het Register der Notulen van het Verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans

Zitting gehouden op Zaturdag den 5e September 1846

De Leden zijn tegenwoordig, de President opent de vergadering.-

Verschijnt voor dezelve

Willem van Bohemen N 506 schuldig wegens het mede nemen van zijn laken, hetwelk is ontdekt bij het nazien der Kooijen of Hangmatten, waarop hem 2 Veldwachters zijn nagezonden, die het gemiste laken bij hem hebben bevonden.-

Geene de minste redenen tot verschoning wetende in te brengen, laat men hem aftreden.-

Gezien Art: 13. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Ontvreemding, verwaarlozing, beschadiging of verpanding van goed aan de Maatschappij, aan ambtenaren, aan medekolonisten of aan iemand anders behoorende, zal worden gestraft met dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde of verpande, uit het tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting en boeijen van drie tot veertien dagen naar gelang der omstandigheden, desnoods te water en brood om den anderen dag, en bij herhaling van een dier misdrijven, altijd met veertien dagen opsluiting, de drie eerste en drie laatste te water en brood.

Door den Raad wordt besloten hem te Straffen met dubbele vergoeding ter Somma van ƒ 2.40. en 8 dagen opsluiting.-




ten tweede verschijnen voor den Raad

Jan Willem van IJzendoorn N 2835. schuldig aan poging tot desertie voor de 2e maal, en

Klaas Kalk N. 287. poging tot desertie voor de 1ste maal.

Niets tot verschoning wetende in te brengen, worden zij gelast af te treden.-

Gezien Art: 11. van het Reglement van Tucht, luidende als volgt.

Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal  met opsluiting in boeyen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden  voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, vier maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen  en in de disciplinezaal worden geplaatst.

De Raad besluit de eerste voor 14. en de tweede voor 8. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden.-





ten derde verschijnd voor den Raad

Jacobus van Keulen N. 226. welke zich alwerderom heeft schuldig gemaakt om goederen in zijn hangmat te verbergen.-

Hij heeft niets tot verschoning in te brengen.

Men laat hem aftreden

Gezien Art: 9. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Alle ongehoorzaamheid jegens de koloniale ambtenaren zal met verplaatsing in de discipline zaal voor drie tot acht dagen worden bestraft en indien deszelve met brutaliteit gepaard gegaan is, met opsluiting voor dezelfden tijd in de provoost.

Men besluit hem te Straffen met 6. dagen opsluiting zonder meer.

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk maken, waarna zij aftreden.-

Niets meer op rondvraag van den Voorzitter voor te dragen zijnde, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato deses.

/was getekend:/ A Hulst van Roon P. Postema J. Steenbeek Uhl Borman Bourlard en Stous alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag