Raad gehouden op Donderdag den 10e September 1846

De Leden zijn tegenwoordig, uitgezondert de Adjunkt Directeur en de fabriek baas.-

De fungerende President opent de vergadering.-

Verschijnen voor dezelve

Johannes van Dijk N. 364. schuldig aan ontvluchting voor de 2e maal

Hessel Martinus Reitsma N. 2643. schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal.

Cornelis Boom N 5245. schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal.

Dirk Jan Koningans N 3793 schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal, met mede neming van al zijn Kleeding Stukken.

Hendrik Ferdinand Saslona N 5295 schuldig aan poging tot desertie met medeneming van Kleeding Stukken meer dan de aanhebbende Kleeding

Willem Martinus Vroom N 5078 schuldig aan desertie voor de 1ste maal

Harmen Annes van der Wal N 4440. schuldig aan poging tot desertie voor de 4e maal, en

Cornelis de Cleen N. 2837. schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal, als mede aan het verkopen van een broek, twee hemden en een paar kousen.-

Zij hebben geene redenen tot verschoning in te brengen, doch C. de Cleen zegt dat hij ontvluchten woude, omdat hij zijn goed verkocht had.

Men laat hun aftreden.

Gezien Art: 11 en 13. van het Reglement van Tucht hier voren omschreven

De Raad besluit hun te Straffen, als

Joh. van Dijk met 14. dagen opsluiting

H. M. Reitsma met 8. dagen opsluiting

C. Boom met 8. dagen opsluiting

D J Koningans met 14. dagen opsluiting

H. F. Saslona met 14. dagen opsluiting

W. M. Vroom met 8 dagen opsluiting

H. A. van der Wal met 14. dagen opsluiting
40. rietslagen en

C. de Cleen met 18 dagen opsluiting

alle om den anderen dag water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden en C. de Cleen noch daar enboven met dubbele vergoeding ad ƒ 11.80.





ten tweede verschijnd voor den Raad

Johannes Matheis Gouma N. 5140 schuldig aan het verkopen van een paar schoenen en

Simon Cornelis Molenaar N: 4340 schuldig aan het verkopen van een paar kousen en het beschadigen van zijn laken.-

Geene redenen tot Verschoning wetende in te brengen en niet wetende aan wie zij gemelde goederen verkocht hebben worden zij gelast af te treden.-

Gezien Art. 13 van het Reglement hier voren omschreven.-

Door den Raad wordt besloten hun te Straffen ieder met 8 dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en dubbele vergoeding, als:

J. M. Gouma voor ƒ 5.10

en S. C. Molenaar voor ƒ 6.10




ten derde verschijnd voor den Raad

Elisabeth Schuurman N. 800. schuldig aan het Ontvreemden van 1.7/10 lb Zeep uit het Waschhuis, welke Zeep zij verkocht heeft aan Johanna Maria Huijgens N.3132 welke wordt ontboden en dadelijk haar begaan misdrijf bekend.-

Men laat hun aftreden

Gezien Art. 13 hier voren omschreven

De Raad besluit hun te straffen met 8 dagen opsluiting, en dubbele vergoeding ad ƒ 1.36.-




ten Vierde brengt men voor den Raad

Adriana van de Langenberg N. 708 schuldig aan desertie voor de 1ste maal met medeneming van Kleeding meer als de aanhebbende Kleeding.-

Zij heeft geen redenen tot verschoning

Men laat haar aftreden

Gezien Art. 11. hier voren gemeld

Wordt besloten haar te Straffen met 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van Vier maanden.-

De Schuldigen worden alle weer binnen geroepen en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden, en ter opsluiting weg gevoerd.-

Niemand op rondvraag van de fungerende President iets meer hebbende voor te Stellen, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

/Was getekend/ van Roon P. Postema Bourlard Beuming Blijstra, Uhl, Papelard en Stous, alle Leden van den Raad


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag