Raad gehouden op Zaturdag den 19e September 1846.

Alle Leden uitgezondert de Adjunkt Directeur zijn tegenwoordig, de fungerende President opent de Vergadering

Verschijnen voor de zelve

Berend Tulp N. 4333. schuldig aan belediging van mede kolonisten, door met zijn schop te slaan, en

Gerrit van t’End N. 3427. schuldig aan belediging van mede kolonisten door te slaan.-

Zij geven voor dat het in een drift is geschied, en verzoeken om verschoning

Men laat hun aftreden.

Gezien Art: 17. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Belediging van mede kolonisten  door woorden zal met verplaatsing in de discipline zaal en bij verzwarende omstandigheden met opsluiting van drie tot viertien dagen worden gestraft en met daden van opsluiting van drie tot veertien dagen, des noods met boeijen.

De Raad besluit hun te Straffen ieder met 3. dagen opsluiting.




ten tweede verschijnen voor den Raad

Johannes Koele SK N. 38. poging tot desertie voor de 1ste maal, en

David Hofland N. 3680 poging tot desertie voor de 3e maal, vermist zijn Buis en Laken.

Zij weten niets tot verschoning in te brengen.-

Men laat hun aftreden.

Gezien Art: 11 en 13. hier voren omschreven.

Door den Raad wordt besloten hun te Straffen, als:

Joh. Koele met 8. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en het dragen van 4. maanden het desertie pak, en

D. Hofland voor 28. dagen opsluiting, om den anderen dag water en brood, het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden, 25. Rietslagen en dubbele vergoeding ad ƒ 14.50.

Men laat de Schuldigen weer binnen komen en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden.-

Niemand op rondvraag van de fungerende President iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

Was getekend/ van Roon P Postema J Steenbeek, Papelard, Blijstra, Uhl. Borman en Stous, Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag