Extract uit het Register der Notulen van het Verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans.

Zitting gehouden op Donderdag den 1ste October 1846.

De Leden zijn tegenwoordig, uitgezondert de Adjunkt Directeur, de fungerende President opent de Vergadering.

Verschijnd voor de zelve

Maria Terken N. 5331 schuldig aan ontvluchting voor de 1ste maal met medeneming van Kleeding meer dan de aanhebbende Kleeding.-

Niets wetende in te brengen, wordt zij gelast af te treden.

Gezien Art: 11. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.-

Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal  met opsluiting in boeyen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden  voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, vier maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen  en in de disciplinezaal worden geplaatst.

De Raad besluit haar te Straffen met 14. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van Vier maanden.-




ten tweede verschijnd voor den Raad

Anna Maria Philips N. 4293 schuldig aan Ontvreemding van een paar kousen van de koloniste Schiphorst, welke bij haar gevonden zijn.-

Zij verzoekt om verschoning

Men laat haar aftreden

Gezien Art 13 van het Reglement van Tucht luidende als volgt.-

Ontvreemding, verwaarlozing, beschadiging of verpanding van goed aan de Maatschappij, aan ambtenaren, aan medekolonisten of aan iemand anders behoorende, zal worden gestraft met dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde, beschadigde of verpande, uit het tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting en boeijen van drie tot veertien dagen naar gelang der omstandigheden, desnoods te water en brood om den anderen dag, en bij herhaling van een dier misdrijven, altijd met veertien dagen opsluiting, de drie eerste en drie laatste te water en brood.

De Raad besluit haar te Straffen met dubbele vergoeding ad ƒ 1.90 en 8 dagen opsluiting om den anderen dag water en brood.-




ten derde verschijnd voor den Raad

Cornelis Ligchaam N 5032 schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal.

Hij geeft voor dat hij wilde ontvluchten omdat hij een broek, een hemd en twee paar kousen verkocht had, doch niet wetende aan wien.

Gezien Art: 11 en 13. hier voren gemeld

De Raad besluit hem te Straffen met 12. dagen opsluiting om den anderen dag water en brood, het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden en dubbele vergoeding ter Somma van ƒ 11.50.-

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris hun Vonnissen kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden, en ter opsluiting weggevoerd.-

Niemand op rondvraag van de fungerende President iets meer hebbende voor te dragen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven

Was getekend van Roon P Postema J Steenbeek Borman Papelard Blijstra Uhl. en Stous, alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag