Extract uit het Register der Notulen van het Verhandelde in den Raad van Tucht te Ommerschans.-

Raad gehouden op Donderdag den 3e Novbr 1846

De Leden zijn tegenwoordig de President opent de Vergadering.-

verschijnen voor dezelve

Gerrit Kleijn N. 2945. en Peter Mulders N 3249. beide schuldig aan Ontvluchting voor de 2e maal.

Niets wetende in te brengen laat men hun aftreden.-

Gezien Art: 11. van het Reglement van Tucht luidende als volgt.-

Hij die voor de eerste maal ontvlugten wil en daarin wordt gehindert of ontvlugt en weder terug gebragt is zal met opsluiting en boeyen tot tien dagen toe de twee eerste te water en brood, worden gestraft met medeneming van goederen buiten de aanhebbende kleeding of andere verzwarende omstandigheden, als ook ontvlugting voor de tweede maal  met opsluiting in boeyen gedurende 14 dagen, waarvan de drie eerste en drie laatste te water en brood en met verzwarende omstandigheden  voor de tweede of volgende malen benevens meervoudige ontvlugting voor de derde en volgende malen met vijftien tot veertig rietjesslagen en opsluiting als voren, zullende al de ontvlugt geweest zijnde of die dit kennelijk hebben willen doen na de ondergane straf, vier maanden lang eene onderscheidene kleeding moeten dragen  en in de disciplinezaal worden geplaatst.

Door den Raad wordt besloten de Schuldigen te Straffen met 14. dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden.

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, de Secretaris maakt hun de Vonnissen bekend waarna zij aftreden en ter opsluiting weggevoerd.

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te Stellen wordt de vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven.

/was getekend/ A Hulst van Roon P Postema J Steenbeek Borman Bourlard, Uhl. en Stous, alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag