Raad gehouden op Zaturdag den 28e November 1846

Daar alle Leden tegenwoordig zijn, opent de President de Vergadering
verschijnd voor de zelve

Cornelia Molenbeek N. 217 schuldig aan het ontvreemden van een Manshemd uit het Waschhuis, hetwelk in haar kasje is bevonden

Zij verzoekt om verschoning.-

Men laat haar aftreden.-

Gezien Art: 13. hiervoren omschreven.-

Door den Raad wordt besloten haar te Straffen met Acht dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad ƒ 2.50.




ten tweede verschijnd voor den Raad

Aaltje van Genkel N. 3605. schuldig aan poging tot desertie voor de 1ste maal.-

Geene verschoning wetende in te brengen laat men haar aftreden.

Gezien Art: 11 hier voren.

Mensluit haar te Straffen met 8 dagen opsluiting, om den anderen dag water en brood, en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4. maanden.




ten derde verschijnd voor den Raad

Nicolaas van Nijl N. 143. schuldig aan belediging van de kolonist A Laars welke hij geschopt heeft, en

Cornelis van den Heuvel N. 2575 schuldig aan mishandeling van den onderbaas Groenewoud.-

Niets tot verschoning wetende in te brengen laat men hun aftreden.

Gezien Art: 17 van het Reglement van Tucht luidende als volgt.

Belediging van mede kolonisten  door woorden zal met verplaatsing in de discipline zaal en bij verzwarende omstandigheden met opsluiting van drie tot viertien dagen worden gestraft en met daden van opsluiting van drie tot veertien dagen, des noods met boeijen.

De Schuldigen worden allen weer binnen gelaten, de Secretaris leest hun de Vonnissen voor waarna zij aftreden, en ter opsluiting weggevoerd.

Niets meer te verhandelen hebbende, wordt de Vergadering gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

was getekend/ A Hulst, van Roon, P. Postema J. Steenbeek, Borman, Beuming, Blijstra en Stous, alle Leden van den Raad.-

Voor Extract Conform
Stous.
Secrts.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag