Raad gehouden op Zaterdag den 12e December 1846

Alle de Leden zijn tegenwoordig de President opend de Vergadering.

verschijnen voor de zelve

Ot van Steenis N. 1778. deserteur voor de 1ste maal.

Dirk Bernot N. 1807 schuldig aan desertie voor de 1ste maal. en

Jan Pater N. 3017 schuldig aan ontvluchting voor de 1ste maal

Geene redenen tot verschoning wetende in te brengen, worden zij gelast af te treden.

Gezien Art.11. hier voren gemeld.-

De Raad besluit hun te Straffen met Acht dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en het dragen van een distinctief pak voor 4. maanden.




ten tweede verschijnd voor den Raad

Hendrik Valentijn N. 3156. schuldig aan het Vermissen van zijn broek.-

Hij zegt niet te weten waar de zelve gebleven is.-

Gezien Art: 13. hier voren omschreven

Door den Raad wordt besloten den Schuldigen te Straffen met Acht dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en dubbele vergoeding ad ƒ 4.60

Men laat de Schuldigen weer binnen komen, en door de Secretaris de Vonnissen kennelijk gemaakt waarna zij aftreden.

Niemand op rondvraag van de President iets meer hebbende voor te Stellen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven.

/Was getekend:/ A Hulst van Roon P Postema, J Steenbeek, Uhl de Bruin, Beuming en Stous alle Leden van den Raad.-


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623

Notities bij het zittingsverslag