Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor weezen, vondelingen en verlatene kinderen bij het 1ste Gesticht te Veenhuizen

Zaturdag den 5 September 1829


De Raad door den President geconvoceerd zijnde waren alle leden tegenwoordig, uitgenomen de zaalopziener Kloekers welke door ongesteldheid verhinderd was dezelve bij te wonen.

Door de President word aan de Raad kennelijk gemaakt dat door hem aan de weezen E. van Os en J. Bakker de straf is opgelegd van 3 nachten opsluiting in de strafkamer ter zake van vegterij, en ingevolge het bepaalde bij art. 5 van het reglement van tucht – en verzoekt tevens dat zulks in de notulen zal worden opgetekend.-


Wijders is door de President aan den Raad voorgelegd eene aanklagte tegen de weezen J Bakker, H Koegné, B. Varenhorst en W. ten Broeke, ter zake van aanhoudende onreinigheid.

De aangeklaagden zijn dientengevolge en naar luid van het bepaalde bij art. 8 van het Reglement van Tucht van weezen door den Raad gecondemneerd tot het tepronk staan in de zaal gedurende 3 dagen bij den maaltijd, met onthouding van de halve portie.


Nog is door de President ter tafel gebragt eene aanklagte tegen de weezen C Rommelsen & B Dekker, ter zake van gepleegde ongehoorzaamheid tegen hunnen zaalopziener.
De aangeklaagden zijn tengevolge vandien door den Raad ingevolge art 4 van meergemeld reglement verwezen tot 24 uuren opsluiting in de strafkamer te water en brood.


Insgelijks word tot een gelijke straf verwezen ter zake van het steelen van knollen op het land de wees W van Mallekom uit zaal 9 & 10.


Verlangende de Raad dat hieraan onverwijld executie zal worden gegeven

Gedaan te Veenhuizen de datum als boven
Poelman
Kuiper
Textor
L. Vrieze
J.H. Kloekers
F. Holsteijn, Sekr:


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag