Proces verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Dingsdag den 23 July 1833


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.
Door den Heere President werd ter tafel gebragt eene aanklagte tegen de wees Abraham Waarsdijk dewelken den 9. Juny JL zonder voorkennis de Kolonie had verlaten en den 22 dezes met het aangebrachte transport kinderen van Amsterdam was terug gebragt.

De Raad heeft den beschuldigden doen binnen staan om hem hier over te horen. Hij heeft bekend de Kolonie met voorbedachten rade te hebben verlaten, niets ter zijner Verontschuldiging bij te brengen zijnde heeft men hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen Straf te delibereren.

De Raad heeft besloten zoo als dezelve besluit op heden, om den beschuldigde te condemneren als hebbende Art 3 van het Reglement van Tucht vervat bij § 2 “Zich zonder verlof uit de Kolonie te v erwijderen.” waar op de straf bij Art 4 is toegepast en wel “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

Tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie dagen om den anderen dag te water en Brood.

Verlangende de Raad dat hier aan onverwijld Executie worden gedaan.

En is hier van proces verbaal opgemaakt waar na men de gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na gedane voorlezing door den H. President met alle de Leden der Raad ondertekend.
waar op de Raad is gescheiden zijnde geadjourneerd tot eene volgende Zitting.

Gedaan te Veenhuizen 1e Gesticht dag en datum als boven
J. Poelman, adj. Dir
J. Kluvers, ond dir. Binnen
G.H. Kuipers, ond dir.
L. Vrieze
J.H. Kloekers, zaalopziener
Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag