Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van Woensdag den 30 October 1833


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.
Door den President werd ter tafel gebragt  aanklachte tegen de Wees Margaretha Scheve dewelke op den 16 September JL zonder voorkennis de kolonie had verlaten, en op gisteren den 29 dezer door den Brigadier Veldwachter Willem Overes krachtens een tegen haar opgemaakt proces verbaal in dato 28 October 1833 door den Burgemeester de Stad Meppel als belast met de Policie aldaar, was terug gebragt.

De Raad heeft de aangeklaagde doen binnen staan om haar hier op te horen, zij heeft bekend op de voorzegde datum de kolonie te hebben verlaten met voorbedachten rade van desertie en te zijn ontvlucht met de Weezen J.M. Karsten  en L. Hekke, zij zegd na zich eenige tijd te Amsterdam te hebben opgehouden dat zij weder om naar de colonien wilde terug keren (als kunnende men haar te dier plaatse niet langer onderhouden), dat zij tot Meppel was gekomen, dog geen Verlofpas kunnende tonen, men haar aldaar had aangehouden en naar herwaarts had op gevoerd.

De Raad heeft de beschuldigde doen buiten staan om over de aan haar op te leggen Straf te delibereren, waar op de Raad heeft besloten zoo als Zij besluit bij deze om de aangeklaagde als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij de 2e  § “Zich zonder Verlof uit de kolonien te verwijderen” waarop de straf bij Art. 4 is toegekend en wel “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan te condemneren tot opsluiting voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en brood en haar te debiteren voor zeven guldens op haar 1/3 Krediet voor betaalde premie en transportkosten.-

En is hiervan verbaal opgemaakt waarvan de Raad verlangd onverwijld Executie worden gegeven, men heeft de gecondemneerde doen binnen staan en is na aan haar gedane voorlezing dit door de president en alle de leden de Raad ondertekend.

Gedaan aan het 1e Gesticht Veenhuizen op dag en datum als boven.
J. Poelman, adj. dir
J. Kluvers, ond. dir binnen
G.H. Kuipers
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag