Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 21 Juny 1834


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den President werd aan de raad kennelijk gemaakt dat bij hem was ingekomen aanklacht tegen de wees Jacob Bakker die getracht had op den 16 dezen zonder voorkennis de kolonie te verlaten-

De beschuldigde binnen gebragt zijnde heeft bekend dat hij getracht had de kolonie te verlaten met  voornemen, zoo hij hier in niet was verhinderd geworden, om te deserteren,-

hem hebbende doen buiten staan om over de daar op toe te passen Straf te delibereren –

zoo heeft de Raad besloten zoo als dezelve besluit op heden om den aangeklaagde te condemneren als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 2. “Zich zonder verlof uit de Kolonie te verwijderen “ waar op de straf bij Art. 4 is toegepast, “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden. Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

Opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie dagen om den anderen dag te water en brood.

Verlangende de Raad dat hier aan onverwijld executie worde gegeven.

En is hier van Proces verbaal gedresseerd waar op men de gecondemneerde heeft doen binnen staan.

En is na aan hem gedane voorlezing dit met alle de leden der Raad door den President ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen, 1e Gesticht op dag en datum en jaar als boven
J. Poelman
Laarman
G.H.Kuipers
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag