Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 28 Juny 1834


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde, waren al de Leden tegenswoordig-

Door den President werd aan den Raad medegedeelt een bij hem ingekomen aanklagt tegen den wees Jacob Koopman die getracht zoude hebben de kolonie in stilte te verlaten-

De aangeklaagde binnen gelate zijnde heeft bekend dat hij getracht had de kolonie te verlaten met voornemen, zoo hij daar niet in was verhinderd geworden, van te Deserteeren.

Hem hebbende doen buiten staan om over de aan hem op te leggen Straf te delibereren, zoo heeft de Raad besloten zoo als dezelve besluit op heden om den aangeklaagde te condemneren als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 2 “Zich zonder verlof uit de Kolonie te verwijderen.” waarop de Straf bij Art. 4 is toegepast en wel “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met Boeyen aan.”

Opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie dagen om den anderen dag te water en brood.

Verlangende de Raad dat hier aan onverwijld executie worde gegeven-

En is hier van proces verbaal gedresseerd waar op men den gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na aan hem gedane voorlezing dit Proces verbaal door den Heere President met alle de Leden der raad ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen, 1 Gesticht op Dag, Datum en Jaar als boven is gemeld
Poelman
Laarman
G.H. Kuipers
L. Vrieze, zaalopziener   
J.H. Kloekers, zaalopziener
Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag