Proces Verbaal van het verhandelde van den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 5 July 1834


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heere President werd aan den Raad medegedeeld de terug voering van den op den 22 April JL gedeserteerde wees Lammert de Vries No. 870 – aangeklaagd.

De Raad heeft den zelve doen binnen staan om hem te horen. Hij heeft bekend de Kolonie met voorbedachten rade te hebben verlaten en zich eenige tijd te hebben opgehouden te Vl/Nieland* en van daar naar herwaarts te zijn over gevoerd. daar er niets ter zijner verontschuldiging was in te brengen heeft men hem doen buiten staan om over de aan hem op te leggen Straf te delibereren.

De Raad heeft besloten zoo als dezelve besluit op heden om den beschuldigde te condemneeren als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 2 “Zich zonder verlof uit de kolonien te verwijderen”, waar op de straf bij Art. 4 is toegepast en wel “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden. Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met de Boeyen aan.”

Opsluiting in de strafkamer voor den tijd van drie dagen om den anderen dag te water en Brood.

Verlangende de Raad dat hier aan onverwijld executie worde gegeven, waar op men den gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na aan hem gedaane voorlezing dit door de President met alle de Leden der Raad ondertekend en is de Raad gescheiden na geadjourneerd te zijn tot eene volgende zitting.

Gedaan te Veenhuizen op Dag, Datum & Jaar als boven is gemeld
J. Poelman
Laarman
G.H. Kuipers, Ond
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag