Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Saturdag den 13 September 1834


De Raad door den Heere Præsident geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den Heere Præsident werdt ter tafel gebragt aanklagten tegen de Weezen Johannes Dikkeboom N. 1033, Sjoerd Lambertus Wijngaarden N. 1758 en Karel Roerebach N. 2032 beschuldigd van ontvreemding van wortelen uit de tuin der Maatschappij.

De Raad heeft de aangeklaagde doen binnen staan om hen hier over te horen.- ofschoon niet op de daad betrapt zijnde, zijn zij echter in bekentenisse gekomen dat zij schuldig waren aan de misdaad waar over zij waren aangeklaagd.

De Raad heeft hun doen buiten staan om over de aan hen op te leggen Straf te delibereren.

De Raad heeft besloten zoo als dezelve bij deze besluit om de aangeklaagde te condemneeren

als hebbende Art. 3 van het Reglement van Tucht overtreden vervat bij § 8 “Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.”
waar op bij Art. 4 van gedacht reglement is toegekend de straf van “Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en Brood, en bij herhaling met de Boeijen aan.”

tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van acht dagen om den anderen dag te water en Brood, en hun te debiteren voor de dubbelde waarde van het ontvreemde op hun 1/3 te goed op  ?? ieder in het bijzonder voor de somma van fl 1,- Eene Gulden (dubbelde waarde van het ontvr.)

Waar op men de gecondemneerden heeft doen binnen staan en is na aan hen gedane voorlezing dit vonnis, waar aan de Raad verlangd dat onverwijld executie zal worden gegeven, door den Heere President met alle de Leden der Raad ondertekend.

Waar op de Raad is gescheiden na door den Heere President te zijn geadjourneerd tot een volgende zitting.

Gedaan aan het 1e Gesticht te Veenhuizen, op dag datum & jaar als boven is gemeld.
Poelman, adj. dir.
Laarman, ond.dir
Kuipers, ond.dir
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
L. Coelen, secr.

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag